Wedergeboorte van pluisje met ogen

Het was een noodgreep van Albert Heijn, toen de keten bij het WK Voetbal 2006 gratis wuppies aan klanten ging uitdelen....

Eierdozen vol met wuppies pakt Christofano Veldhuizen (19) uit. Hij zet ze, netjes op hun voetjes in lange rijen, op het tafeltje van het fastfoodrestaurant waar we afspreken. Veldhuizen is een verzamelaar. Hij koestert zijn wuppies, een voor een.

De oranje WK-wuppie waar zijn verzameling mee begon is erbij. Een Sinterklaaswuppie en Zwarte Pietwuppie ook. Een wuppie in alle kleuren van de regenboog. En zelfs wuppies met staarten waarop teksten in het Spaans, Duits of Frans staan. Er is een wuppie met bril (van Specsavers), met hoed – en drie wuppies aan elkaar die samen een trosje kersen vormen.

Veldhuizen vond de wuppies leuk, in 2006. ‘Alles wat oogjes heeft spreekt me aan’, zegt hij. ‘Ze geven een beetje kleur en fleur aan het leven.’ Dus toen je ze bij Blokker kon kopen, kocht hij elk exemplaar. Op rommelmarkten gaat hij op zoek naar ze. En hij vroeg familie om uit te kijken naar wuppies. Zij brachten verzamelmateriaal mee uit het buitenland. Zo groeide zijn collectie, tot meer dan zeventig wuppies nu. En die zal blijven groeien, zegt Veldhuizen, want zolang er wuppies gemaakt worden, is zijn verzameling niet compleet.

De wuppie deed zijn intrede in Nederland in de jaren tachtig. Tom Bodt, die later de Interall Group oprichtte, ontdekte op reis in de Verenigde Staten de weeple, de Amerikaanse tegenhanger van de wuppie. Hij zag in Nederland kansen voor het beestje als weggevertje, en noemde ’m wuppie: World Unique Promotional Product Identity & Emotion. De lintjes werden bedrukt met een reclameboodschap.

Nederlandse bedrijven hapten gretig toe. ‘Tandartspraktijken, jamfabrikanten, Philips, De Telegraaf: allemaal bestelden ze wuppies’, vertelt Maurice Stoevenbeld, een van de huidige directeuren van promotiebedrijf Interall Group. ‘Het werd een rage: iedereen had ze destijds op zijn rugzak zitten.’ Stoevenbeld schrijft het succes van de wuppie toe aan de aaibaarheid ervan. ‘Zo’n beestje ziet er lief uit. En het spreekt elke leeftijdscategorie aan. Kinderen sparen ze, volwassenen plakken zo’n ding op hun dashboard.’

In de jaren tachtig betrad de wuppie onze planeet begeleid door een liedje van Vader Abraham, ‘Wij zijn de wuppies’. Daarin werd uitgelegd dat wuppies uit het heelal komen, dat ze ‘geen benen, alleen maar tien tenen’ hebben, en dat ze op hun hoofdjes twee kleine sprieten hebben, ‘daar kunnen wij alles mee doen/ mee vliegen en landen, 't zijn ook hun handen/ zo'n spriet heet een wuppieharpoen.’ Wij zijn de wuppies wist op de 21ste plaats van de top-40 te belanden en Vader Abraham ging zelfs, vergezeld door levensgrote wuppies, op wereldtournee.

Toch schreef Pierre Kartner, alias Vader Abraham, de wuppies in 2001 af. Hij zei toen over hen in de Volkskrant: ‘Karakterloos hè. Het is niet meer dan een bolletje met twee ogen erop. Ze kunnen op een dashboard geplakt, en op de gaydag in Amsterdam delen ze elk jaar een miljoen van die dingen in het roze uit, maar daar stopt het wel mee. Een wuppie heeft geen ziel.’

In 2006 bleek de wereld heel anders in elkaar te steken. Toen tekende AH voor de wedergeboorte van de wup. Tijdens het WK maakte de supermarkt zich populair door de bolletjes uit te delen, in de kleuren rood, wit, blauw en oranje. Ook konden klanten sparen voor een megawup, ter grootte van een voetbal.

De wuppies waren eigenlijk een noodgreep en een gouden greep ineen, vertelt Jeroen Pietryga, nu hoofd marketing, destijds verantwoordelijk voor de thema-acties van de AH, zoals bij het WK. Eigenlijk waren de wuppies derde keus. Albert Heijn had de portretrechten van de spelers niet weten te bemachtigen – dus koppies en lijffies van de spelers, die in 2004 konden worden gespaard, kon niet. Een actie samen met een ander bedrijf liep op het laatste moment stuk. Koortsachtig zoeken op internet bracht het team van Pietryga op het laatste moment bij de wuppie. Die toverde een glimlach op het gezicht van het marketingteam – en wist het daardoor voor zich te winnen.

En, vermoedt Pietryga, ook de rest van het land. ‘Een wuppie is sympathiek, voor niemand aanstootgevend, en het is leuk als jouw supermarkt achter oranje gaat staan. Al snel werd de strijdkreet ‘Wup Holland Wup’ geboren. En een reclamelied: ‘Met een wuppie, wuppie, wuppie winnen wij dat wereldcuppie.’ Met die dingen wilden we de klant een glimlach geven.’ Een leuke bijkomstigheid was dat de wuppie uit de jaren tachtig kwam, toen Nederland een keer het EK won.

Volgens Maurice Stoevenbeld van de Interall Group bepaalde het nostalgische karakter van de wuppie het enorme succes. ‘De kinderen van de jaren tachtig reageerden enthousiast op de wuppie, zo van: ‘Jeetje, bestaat dat ding nog? Wat grappig!’ En de kinderen van nu vonden die pluizenbollen ook weer leuk. Rages komen altijd terug.’

Hoe het ook zij: de klanten stonden in de rij voor de wuppie. De vijftien miljoen bestelde kleine exemplaren waren in een mum van tijd weggegeven. De 700 duizend megawuppen waren uitverkocht voordat Nederland het WK goed en wel verliet. Er werd zelfs een autoruit ingeslagen, om een megawup van het dashboard te kunnen grissen. De rage was een feit.

Geen ziel? Vader Abraham had eens moeten weten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden