Column Peter de Waard

Wat zijn de risico’s van rendementstoerisme?

Wie spaart slaat zich voor de kop, wie in aandelen belegt wrijft zich in de handen. Sparen doet steeds meer pijn, omdat de rentes nog verder dalen. Aandelen zijn een steeds groter genot omdat de koersen, zoals uit de nieuwe recordstanden van de Dow blijkt, tot in de hemel reiken.

Naast spaarders slaan ook grote institutionele beleggers die pensioen en verzekeringsgelden en rijkeluisvermogens beheren, zich tussen het handenwrijven door steeds vaker voor de kop. Zij hebben 10 duizend miljard euro (een één met 13 nullen) zitten in schuldpapier waar ze geld op toe moeten leggen. Een zogenoemd negatief rendement. Daarin is niet het geld begrepen, waaronder veel spaargeld dat de inflatie niet goedmaakt.

In veilige landen – zeg landen die bij de kredietbeoordelaars een triple A-status genieten – is wereldwijd al bijna nergens meer een positief rendement te halen. Daarom wijken beleggers uit naar steeds exotischer plekken in de wereld waar nog wel een rendement is te halen. Rendementstoerisme wordt dit genoemd.

Die toeristenstroom naar de periferie via de financiële luchthavens is nu zo massaal, dat de obligatiekoersen van die landen omhoog schieten. Dat leidt tot dalende rendementen.

IJsland is behalve bij gewone toeristen ook een populaire bestemming bij rendementstoeristen. Het land met zijn wankele bankenstelsel kende nog altijd een relatief hoge rente van 6 procent. Maar dat is nu minder dan 4 procent. Turkije heeft de obligaties omhoog zien schieten – toch een land waarin niemand een jaar geleden nog veel vertrouwen had. Oost-Europese landen die in euro’s durven lenen, krijgen zelfs geld toe. De risico’s op politieke ongelukken en dalende valuta’s zijn groot, maar voor een beetje meer rendement zijn beleggers blijkbaar bereid die te nemen.

Als obligatiebeleggers uit hebzucht vermogens verplaatsen van de veilige haven naar de risicovoller high yield (hoogrenderende) obligatiemarkt, zou zich dat moeten weerspiegelen in de koersen. De obligatiekoersen in de risicovolle markten stijgen en die in de safe havens dalen. Als de beleggers uit angst hun geld weer terughalen naar de veilige havens, zou dit andersom het geval moeten zijn. Maar tegenwoordig stijgen ze allebei. Er is blijkbaar een overvloed aan liquiditeiten die ergens heen moet. Of er wordt te veel geld in de wereld opgepot. De vergrijzende consumenten blijven op hun bankstel zitten en de bedrijven investeren niet meer omdat ze niet weten wat de consumenten willen. Het spaaroverschot rijst de pan uit.

En dan zijn er de centrale banken die geld in de economie blijven pompen. Dat is sinds de crisis al opgelopen tot 10 duizend miljard euro (ook een 1 met dertien nullen), precies het bedrag in de wereld dat uitstaat met een negatief rendement. Toeval of niet, wie veilig geld wil stallen heeft een hard hoofd nodig dat klappen kan incasseren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden