Wat te doen met afgedankte boten?

Nederland telt 100 duizend afgedankte vaartuigen, een groot aantal hiervan zal nooit bij de sloop worden aangeboden. De watersportbranche redetwist vooral over dit milieuprobleem.

Beeld Han Hoogerbrugge

Bram van der Pijll, scheepssloper van professie, houdt glimlachend een speeltje in zijn hand. 'Dit is een van de schatten die je in een oud scheepje kunt aantreffen. Zeker dertig jaar oud - vintage Playmobil! Wie weet vind ik er nog een liefhebber voor, maar waarschijnlijk gaat ook dit speelgoedbootje de verbrandingsoven in.'

Van der Pijll is eigenaar van Het Harpje in Bovenkarspel. Hier vinden wekelijks vier tot zes zeil- en motorboten hun einde. Zijn loods ligt vol gebruikte masten, lieren en andere scheepsbenodigdheden. Buiten wachten enkele scheepjes op de slijptol, waaronder een tachtig jaar oud, klassiek gelijnd zeilschip van De Vries Lentsch, een vooraanstaande jachtenbouwer. 'Hij verkeert in uitstekende staat. Als je zoiets moet slopen, doet dat pijn. Ik hoop op een koper, maar als het niet lukt: tja, dan moet-ie er toch aan geloven.

Nederland kent een groeiende vloot aan afgedankte pleziervaartuigen. In totaal zijn er in Nederland ruim 500 duizend boten, bootjes, surfplanken en kano's. Ruim 400 duizend hiervan worden daadwerkelijk gebruikt, blijkt uit onderzoek van Waterrecreatie Advies te Lelystad.

Een groot deel van die 100 duizend ongebruikte pleziervaartuigen ligt in tuinen, garages, schuren en loodsen stof te vangen. Naar verwachting zullen daarvan de komende vijf jaar circa 12.500 boten worden gesloopt. Dit aantal loopt op naar 35 duizend tussen 2025 en 2030 als de babyboomers voor het laatst afmeren. Nieuwe schippers zijn er te weinig: veel jongeren huren of delen liever een boot - als ze al willen varen.

Daarnaast heeft ongeveer een kwart van de Nederlandse jachthavens te maken met 'weesboten' waarvan de ooit trotse eigenaar met de noorderzon is vertrokken. Weer andere schepen worden te vondeling gelegd in sloten, inclusief milieuschade door lekkende olie en brandstof, afbladderend verf plus dat sommige wrakken asbest bevatten. Polyesterboten vormen een bijzonder probleem, want de schepen vergaan, maar polyester blijft altijd bestaan.

Ook als de spookschepen bij de sloop terechtkomen, is er nog een probleem. 'Stalen schepen zijn te recyclen en hout kun je gewoon afvoeren', zegt Van der Pijll. 'Maar het vezelversterkte polyester waarvan de meeste boten gemaakt zijn, kun je niet zomaar omsmelten. Nu vermalen we het en gaat het de oven in. Niet echt milieuvriendelijk.'

Twee jaar geleden kreeg het uitdijende botenkerkhof aandacht van diverse media, waaronder deze Groen-pagina. Zijn er al oplossingen gevonden? Van der Pijll zucht. 'Nauwelijks. Een pluspunt is betere milieuregelgeving. Als ik een kano wilde slopen, had ik een asbestverklaring nodig terwijl kano's nooit asbest bevatten. De nieuwe regels zijn niet soepeler, maar wel op maat en dat werkt veel efficiënter.'

Geld blijft het grootste probleem, zegt Van der Pijll. 'Sloop van polyester is zelden kostendekkend. Als een eigenaar van zijn boot af wil, moet hij vaak betalen, terwijl hij meestal denkt geld van mij te krijgen. Dat leidt tot weesboten, wat nog meer geld kost, met name door de vereiste juridische onteigening en transportkosten. Wie gaat dat betalen?'

Het Rijk vindt dat de watersportbranche het probleem moet oplossen. Maar er spelen uiteenlopende belangen. Zo pleit Hiswa, de vereniging die de watersportindustrie vertegenwoordigt, voor registratie van vaartuigen om zo de sloopkosten te verhalen op de wettige eigenaar. De meeste pleziervaartuigen staan nu nergens geregistreerd.

'De vervuiler betaalt, dat lijkt mij redelijk', zegt HISWA-directeur Geert Dijks. 'Het is niet fair dat bootbezitters die wél hun boot onderhouden moeten betalen voor achtergelaten vaartuigen van anderen."

Het Watersportverbond, dat 440 verenigingen en 90 duizend watersporters vertegenwoordigt, moet niets van registratie hebben. 'Dat kan tot verplichte vaarbelasting leiden, en dat vinden wij niet eerlijk', zegt Roeland Geertzen van het verbond. 'Voor het gebruik van fiets- en voetpaden wordt toch ook geen extra belasting geheven?' Zijn organisatie ziet meer in een verwijderingsbijdrage voor kopers van nieuwe boten, zoals tot enkele jaren geleden gold voor witgoed en consumentenelektronica.

De Nederlandse Jachtbouw Industrie (NJI) vindt dat weer geen goed idee. 'Dat is oneerlijk: mensen die in feite niets met het probleem te maken hebben, moeten wel voor de oplossing ervan betalen', zegt Gerwin Klok van de NJI. 'Bovendien worden er in Nederlands jaarlijks slechts honderden nieuwe boten verkocht, terwijl er duizenden boten opgeruimd moeten worden. Die verwijderingsbijdrage wordt dus veel te hoog.'

De NJI wil een sloopfonds, met onder meer geld van de overheid, om een landelijk netwerk van sloperijen op te zetten waar eigenaren hun onverkoopbare boot kunnen achterlaten.

Bewustwording

Alle betrokken partijen werken aan 'bewustwording' en vinden dat 'er iets moet gebeuren'. Sloper Van der Pijll is het daar helemaal mee eens. 'Ik hoop alleen dat er niet te snel te veel boten gesloopt worden, anders raakt de markt overspoeld met tweedehands scheepsonderdelen en is mijn voorraad niets meer waard.'

Hoewel, met de Hogeschool van Windesheim werkt hij aan het verwerken van polyester in kunststof damwanden of steigermateriaal. Het polyester van de boten wordt in repen gesneden en vormt zo de met kunsthars omgeven kern. 'Gaat honderd jaar mee en zo kun je nog eens aanleggen aan de resten van je oude boot.

Vragen over milieuvriendelijk gedrag of tips voor deze rubriek? Mail naar groen@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden