Analyse Lage rente

Wat kan de politiek doen aan de effecten van de lage rente?

Het koopcentrum van Rotterdam. Beeld Raymond Rutting

De lage rente is leuk voor wie een hypotheek wil nemen of oversluiten, maar ze heeft ook belangrijke nadelen – onder meer voor de pensioenen, spaartegoeden en de huizenprijzen. Wat kan de overheid doen om de negatieve gevolgen van de lage rente in Nederland te bestrijden?

De rente blijft mogelijk nog vele jaren laag en dat is een zorgelijk vooruitzicht, zei DNB-president Klaas Knot begin deze week in de Volkskrant. De risico’s in het financiële systeem stapelen zich op, omdat beleggers steeds meer risico moeten nemen om in een lage-rente-situatie nog wat te verdienen. De lage (hypotheek)rente vergroot de kans op zeepbelvorming op de woningmarkt, laat de Nederlandse pensioenen wegsmelten en leidt ertoe dat spaarders worden uitgekleed.

Het Nederlandse kabinet heeft geen enkele invloed op het renteniveau, maar zit wel met de gebakken peren in de vorm van piepende banken en verzekeraars, klagende gepensioneerden, morrende spaarders en woningzoekenden die niet meer aan de bak komen. Aan welke knoppen kan de Nederlandse overheid draaien?

Financieel stelsel

Als het aanbod van geld groter is dan de vraag, zoals nu, hebben de bezitters van geld een probleem. Hun beleggingen leveren vrijwel geen rendement op, tenzij ze grote risico’s nemen. Die risico’s zoeken ze dan ook in steeds grotere getale op om hun vermogen te laten groeien. DNB-president Klaas Knot constateert dat hefboomleningen die een relatief hoog rendement beloven bij een lage investering, steeds populairder worden. De risico’s die aan deze complexe leningen kleven zijn moeilijk te doorgronden. Dat maakt dat verborgen risico’s zich ophopen in het financiële stelsel. Een nationale overheid als de Nederlandse kan daar niets tegen uitrichten. Knot erkent dat zelfs de centrale banken hierin machteloos staan, omdat het financiële stelsel volledig geglobaliseerd is. Dus als één land, of de Europese Unie, zulke hefboomleningen zou verbieden of aan strenge voorwaarden zou binden, schaffen beleggers deze producten gewoon ergens anders aan.

Banken en verzekeraars hebben veel last van de lage rente, en die last schuiven ze grotendeels door naar consumenten en ondernemers. De banken zien op termijn hun winsten in gevaar komen doordat hun rentemarges worden afgeknepen. Nederlandse en Duitse banken hebben veel geld over, dat ze verplicht moeten parkeren bij de ECB. Die heft een negatieve rente op die bankreserves: de banken moeten dus betalen voor die deposito’s. Die rentelasten kunnen ze niet zomaar één-op-één doorberekenen aan hun klanten, omdat negatieve rentes op spaar- en bedrijfstegoeden ertoe kunnen leiden dat mensen hun bankrekening leeghalen en hun vermogen elders onderbrengen. Dat zal de banken er niet van weerhouden de extra kosten op een andere manier door te berekenen, bijvoorbeeld door de kosten voor hun dienstverlening te verhogen. Hoe dan ook betalen de rekeninghouders uiteindelijk de rekening. Het is ook niet uitgesloten dat Nederlandse banken op een gegeven moment toch negatieve spaarrentes gaan heffen op banktegoeden boven de 100.000 euro. ING-topman Ralph Hamers heeft daar deze zomer al mee gedreigd, maar tot nog toe heeft ING het niet aangedurfd. Een aantal buitenlandse banken, bijvoorbeeld in Zwitserland, heeft al een negatieve rente voor zeer grote vermogens (boven de miljoen euro) ingevoerd.

Pensioenverzekeraars kampen met het probleem dat veel oude lijfrentepolissen gegarandeerde pensioenuitkeringen beloven. In tegenstelling tot pensioenfondsen kunnen verzekeraars die uitkeringen niet verlagen: de garantie is een bindende verzekeringsvoorwaarde. Die garanties zijn echter zeer duur als de rente laag is (de pensioenfondsen weten daar alles van). Dus wat doen verzekeraars? Ze verhogen de premies en geven op nieuwe polissen geen garanties meer. Ook hier betaalt de consument de rekening, omdat hij meer risico’s zelf moet dragen en hogere premies moet betalen voor een pensioenverzekering.

Pensioenen

Zoals bekend pakt de lage rente desastreus uit voor de pensioenfondsen. Dat komt doordat het Nederlandse pensioenstelsel een zogenoemd ‘kapitaalgedekt’ stelsel is: men spaart voor zijn pensioen, dat vermogen wordt belegd en van de beleggingsopbrengsten worden de pensioenuitkeringen betaald. De meeste andere landen hebben omslagstelsels: de werkenden betalen dan pensioenpremies die direct worden omgezet in uitkeringen aan gepensioneerden. In een omslagstelsel wordt dus niet gespaard. Daardoor zijn omslagstelsels vrij ongevoelig voor de rentestand. Gezien de problemen van de pensioenfondsen gaan er de laatste tijd stemmen op om het Nederlandse pensioenstelsel – al dan niet gedeeltelijk – om te bouwen naar een omslagstelsel. De overheid zou dit kunnen afdwingen. Aan een omslagstelsel kleven echter ook grote nadelen. Het mag dan niet zo gevoelig zijn voor de rentestand, het is des te gevoeliger voor demografische ontwikkelingen. En die zijn in dat opzicht ongunstig. Nederland vergrijst. Tot 2040 groeit het aantal gepensioneerden in verhouding tot het aantal werkenden. Als de werkenden rechtstreeks de pensioenen van de gepensioneerden moeten opbrengen, moeten zij steeds hogere premies betalen, terwijl zij daar zelf niets voor terugzien.

Nederland heeft nu al deels een omslagstelsel, namelijk de AOW. De AOW-premies zijn jaren geleden bevroren om te voorkomen dat de premielast van werkenden te hoog zou worden. Om de AOW betaalbaar te houden in een vergrijzend land is ook de AOW-leeftijd verhoogd. Ondertussen hebben de pensioenfondsen hun premies geleidelijk verhoogd in reactie op de rentedalingen en de hogere levensverwachting. Al met al is de Nederlandse pensioenvoorziening op alle fronten flink versoberd om haar betaalbaar te houden. Het omslagstelsel AOW kampt dus met soortgelijke houdbaarheidsproblemen als het kapitaalgedekte pensioen van de pensioenfondsen. Vanuit het oogpunt van risicospreiding biedt een hybride stelsel zoals het Nederlandse waarschijnlijk de beste bescherming tegen allerhande tegenvallers.

Woningmarkt

Dit is eigenlijk het ideale moment om de hypotheekrenteaftrek verder te beperken of zelfs helemaal af te schaffen, mocht het kabinet dat willen. Met dank aan de almaar dalende (hypotheek)rente is de Nederlandse overheid elk jaar minder kwijt aan de renteaftrek voor huizenbezitters. Het profijt voor de burger daalt navenant. Toch is er op dit moment geen politiek draagvlak voor verdere beperking van de aftrek, omdat zo’n maatregel per saldo toch de koopkracht aantast.

De hypotheekaftrek is in Nederland een verworven recht, hoewel de meeste belastingexperts gehakt maken van deze aftrekpost. De aftrek werd na de Tweede Wereldoorlog een vehikel om het woningbezit te bevorderen, maar het voornaamste effect ervan was het opdrijven van de huizenprijzen. De aftrek stelt huizenkopers in staat meer te lenen, zoals aflossingsvrije en beleggingshypotheken de leenruimte enorm vergrootten. In een land met een snel groeiende bevolking, waar de vraag naar huizen het aanbod bijna altijd overstemt, vertaalt een grotere leencapaciteit van woningzoekenden zich rechtstreeks in een corresponderende verhoging van de huizenprijzen. De enigen die daarvan profiteren zijn makelaars, projectontwikkelaars en woningeigenaren die aan het eind van hun wooncarrière zitten. Starters en doorstromers worden daarentegen opgezadeld met hogere hypotheekschulden.

Die hoge hypotheken maken de Nederlandse economie extra kwetsbaar voor huizenmarktcrises. De Nederlandsche Bank zou daarom graag zien dat het leenplafond voor huizenkopers omlaag gaat van 100 procent naar 90 procent van de woningwaarde. Ook daar is op het Binnenhof op dit moment geen enkel draagvlak voor. Het kabinet en de oppositie maken zich momenteel meer zorgen over de betaalbaarheid van woningen voor starters dan over hoge hypotheken, dus elke beperking van de leenruimte zou nu  a contre coeur zijn. Bovendien, zo onderkent ook DNB-president Klaas Knot, moeten al die starters toch ergens wonen en betaalbare huurwoningen zijn er niet genoeg.

Een woningmarkt-maatregel die wel op enig politiek draagvlak kan rekenen is het ontmoedigen van woningaankopen door beleggers. In de grote steden hebben beleggers een aantoonbaar opdrijvend effect op de huizenprijzen, waardoor starters het nakijken hebben. Beleggers kopen woningen om ze vervolgens te verhuren. Dit fenomeen neemt toe doordat huiseigenaren in populaire (studenten)steden hoge huren kunnen vragen en daardoor een aantrekkelijk rendement kunnen maken op hun investering. Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken wilde dit gedrag ontmoedigen door een landelijk huurplafond voor vrije sectorwoningen in te voeren, maar volgens de laatste berichten heeft ze dit plan laten varen omdat vastgoedbeleggers er met succes tegen lobbyden. Vooral regeringspartij VVD is gevoelig voor de argumenten van de vastgoedsector en vermogende woningbezitters. De laatstgenoemde categorie koopt ook steeds meer tweede huizen (meest appartementen) om te verhuren. In 2017 werd een kwart van de verkochte woningen in Amsterdam contant afgerekend, dus zonder dat de koper een hypotheek nodig had.

Het kabinet heeft wel plannen om eigenaren van een tweede huis meer belasting te laten betalen over die (vaak verhuurde) extra woning. Die maatregel is een bijproduct van een hervorming van de vermogensrendementsheffing die de veelgeplaagde spaarder moet ontlasten.

Spaarders

Nederlanders die meer dan 20.000 euro spaargeld bezitten (of het dubbele bedrag als ze samenwonen) liggen al jaren op de pijnbank, omdat ze over het spaargeld boven dat drempelbedrag meer belasting moeten afdragen dan ze aan spaarrente ontvangen. Een aantal spaarders stapte zelfs naar de rechter om de vermogensrendementsheffing op spaargeld aan te vechten. De Hoge Raad stelde hen dit jaar in het gelijk voor de belastingjaren 2013 en 2014.

Het kabinet bleef jarenlang doof voor deze klachten, maar het is het leed sinds 2016 geleidelijk gaan verzachten. Ten eerste door de belastingvrije voet geleidelijk te verhogen van 21.330 euro in 2015 naar 30.846 in 2020 en vanaf 2017 ook door de belastingtarieven te verlagen. Staatssecretaris Menno Snel (Belastingzaken) kondigde voor zijn aftreden een nieuwe hervorming aan, waarbij spaarders vanaf 2022 nog minder gaan betalen. Het belastingtarief en het drempelbedrag worden dan direct gekoppeld aan de rentestand. Bij de huidige lage rente zou spaargeld pas boven de 440.000 euro worden belast. Deze belastingverlaging kan pas in 2022 zijn beslag krijgen, omdat de Belastingdienst niet in staat is de wijziging eerder in de ICT-systemen te verwerken. Om de belastinginkomsten voor de staat op peil te houden, gaan beleggers (die over het algemeen een veel hoger rendement op hun vermogen maken dan spaarders) juist meer belasting betalen. Dat laatste zal waarschijnlijk ook gelden voor eigenaren van een tweede (en derde, en vierde) huis.

Meer over de oorzaken en gevolgen van de lage rente

DNB-president Knot: lage rente is gevaar voor stabiliteit van financieel systeem
Klaas Knot, de president van De Nederlandsche Bank (DNB), voelt steeds meer onbehagen over de langdurig lage rente. Hoe langer het duurt voordat de rente weer omhoog gaat, hoe meer risico’s zich opbouwen in het mondiale financiële systeem

Interview DNB-president Klaas Knot: ‘Overal ontstaat nu het idee dat geld en schulden gratis zijn’
De blijvend lage rente is steeds meer een doorn in het oog van Klaas Knot, de president van De Nederlandsche Bank. De balans tussen de positieve en negatieve effecten daarvan verschuift volgens hem in de verkeerde richting.

Verwarde economen, nieuwe kloven en een schatrijke overheid: dit zijn de gevolgen van al dat gratis geld
Met een nieuwe renteverlaging heeft de Europese Centrale Bank (ECB) donderdag de laatste hoop op een terugkeer naar ‘normale’ economische tijden de grond in geboord. Wat zijn de langetermijngevolgen van al dat gratis geld? Een reisgids naar onontdekt gebied.

Praten, masseren en rekenen: zo kwam Mario Draghi tot zijn omstreden ‘bazooka’
Ondanks felle kritiek heeft de Europese Centrale Bank donderdag de geldkraan wijdopen gezet. Hoe kwam die omstreden ‘bazooka’ tot stand? Een terugblik in vijf bedrijven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden