Reportage

Wat is het verhaal achter Googles voedselbeleid?

Van Salad Bar tot Foodtruck op Google Campus

De bedrijfskantine van Google beslaat 46 gratis 'cafés', met elk zijn eigen chef-kok en formule. Wat is het verhaal achter dit wonderbaarlijke voedselbeleid? V mag - exclusief - komen proeven.

Eetcultuur Google San Francisco. Foto Io Cooman

Het is middaguur op de zonovergoten Google Campus in Mountain View, Californië, en jonge Googlers stromen uit hun kantoren om te lunchen. Wat nog niet zo'n eenvoudige opgave is, want wat zal het vandaag eens worden?

Wordt het een snelle salade van oude tomatenrassen met rucola, cottage-cheese en kikkererwten onder een munt-limoenvinaigrette? Liever kip op zijn Jamaicaans met salade van groene appel, geroosterde pecannoten en gorgonzola? Wat te denken van ceviche (een Peruaanse schotel van rauwe vis) met verse garnalen, komkommer en koriander? Of toch maar pizza: 'Double Garlic Ranch Mushroom Bacon', met mozzarella en aioli.

Er zijn steden in Nederland waar je minder keuze hebt, maar bij Google is dit dagelijkse kost. Meer dan veertig eetgelegenheden staan de Googlers ter beschikking op hun campus. Van Salad Bar tot Foodtruck, van coole koffiebar tot hippe brasserie met een dagelijks wisselende menukaart. Elke dag staan tweeduizend koks klaar om de 25 duizend werknemers van Google te voeden.

Het hoofdkwartier van de Amerikaanse internetgigant - veertig kantoren in zeventig landen, ruim 50 duizend mensen in dienst, meer dan een miljard gebruikers - is een stadje op zich dat er een heel eigen voedselbeleid op nahoudt.

(Tekst gaat verder onder locator).

Moeite

Voedsel bij Google is alom tegenwoordig, het is gezond, gevarieerd, verantwoord geproduceerd en overal en altijd gratis - als er ergens een rij staat dan is het omdat dat ene tentje vandaag toevallig iets bijzonder lekkers serveert. Zoals vanmiddag bij Emerald Sea, waar jongelui samendrommen voor Fishfood's Caesar Salad. 'Salade met iets van vis of vlees erop, dat is hier altijd in trek', zegt iemand.

Je zou bijna vergeten dat niet eten, maar algoritmen de corebusiness van Google zijn. Maar hoezo al dat gratis eten? Wat is het verhaal achter de wonderbaarlijke voedseluitdeling van Google? En wie zijn de mensen die Google voeden?

Om te beginnen: dit verhaal heeft enige moeite gekost. Ik had gehoord over Googles opmerkelijke voedselbeleid. Of ik dat wonder niet eens met eigen ogen kan bekijken, mail ik de persvoorlichtster van Google in Amsterdam dit voorjaar.

Foto Io Cooman

Geharrewar

De eerste reactie is niet bemoedigend. Geen tijd en ook niet veel zin om tijd te maken, luidt het antwoord uit het hoofdkantoor in Mountain View. Wat niet heel erg verbaasde: Google heeft onder journalisten de reputatie van een gesloten bolwerk. De organisatie die buiten de geheime diensten misschien wel het meeste weet van ons allemaal, laat zichzelf niet zo graag kennen.

Maar de Nederlandse persvoorlichtster geeft het niet op. 'Ik ben je niet vergeten', schrijft ze in juni, drie maanden na mijn eerste verzoek. Na wat intercontinentaal geharrewar - wel of geen rondleiding, fotograaf mee ja of nee - gaan ze in Californië toch nog verrassend overstag.

Eind juli ligt er het aanbod voor een hele ochtend bij Google, inclusief rondleiding, afgesloten met een lunch - wat ter plekke uitloopt op een genereuze ontvangst van twee dagen. Alleen mijn verzoek om ook iemand uit de hoogste leiding te spreken kan niet worden ingewilligd. 'Larry en Sergey zijn helaas niet beschikbaar', meldt de persvoorlichter droogjes.

Eigen kosten

Alles - vliegreis, hotel - welteverstaan op eigen kosten. Behalve een gratis lunch heeft Google geen cent aan dit verhaal bijgedragen. Als ik collega's van de cyberdesk vertel dat ik een afspraak heb bij Google, reageren ze met opperste verbazing. Dat doet goed.

En zo staan fotografe Io Cooman en ik eind augustus op de Google Campus in Mountain View, een kilometers lang kantorenpark. Tamelijk suffe, soms regelrecht saaie kantoorgebouwen, tot onze teleurstelling. Dat komt, wordt ons later uitgelegd, omdat Google steeds bestaande kantoren heeft overgenomen en nooit voor zichzelf heeft gebouwd.

In gebouw 1295 melden we ons bij een asblonde receptioniste in een wachtkamer die van een tandarts had kunnen zijn. Ze verwijst naar een aanmeldzuil met een schermpje, waarop na het ingeven van de personalia een welkomstboodschap verschijnt: 'Welcome to Google, Mac'. Ik moet beloven geen vertrouwelijke informatie over Google te verspreiden en geen filmpjes of foto's te maken zonder permissie. Ik zou niet durven.

(Tekst gaat verder onder foto).

Kruiden en specerijen waar de koks dagelijks gebruik van maken. Foto Io Cooman

Landgenoot

We worden opgehaald door Maggie Shiels, Schotse van geboorte en tongval, perswoordvoerster internationaal van Google en voormalig BBC-journaliste. Ze brengt ons naar een spreekkamertje waar we kennis maken met de man die hier over het eten gaat: Michiel Bakker.

De hoogste baas van het Google eten is een landgenoot: een tengere, onopvallende Brabander van 48 jaar. Bakker is geboren in Bergeijk, deed de hotelschool Maastricht, bekroond met een MBA in Engeland. Bakker werkte enige tijd voor het ministerie van VROM in Den Haag voordat hij begon aan een carrière bij internationale hotelketens.

Drieënhalf jaar geleden werd Bakker door Google gescout. 'Ze zochten iemand met internationale ervaring die gewend was met verschillende organisaties te werken.' Dat hij Nederlander was, sprak volgens hem in zijn voordeel. 'Nederlanders staan erom bekend dat ze cultureel flexibel zijn.'

Familiegevoel

Als Director Global Food Services, verantwoordelijk voor de voeding van Google wereldwijd, stapte Bakker in een traditie die begint bij de oprichters. Want aandacht voor eten zit diep verankerd in het dna van Google, schrijft auteur Steven Levy in In the Plex, een van de standaardwerken over de ontstaansgeschiedenis van Google.

'Google begins with the stomach', schrijft Levy. Dat is al zo vanaf het moment dat Larry Page en Sergey Brin in 1998 de garage betrokken van een woonhuis in Menlo Park en hun eerste koelkast binnenkregen (die eigenlijk voor de buurvrouw bestemd was). Work hard, live hard, play hard, was hun motto. Maar ook: You work together, you drink together, you eat together.

Samen eten stimuleert het familiegevoel, vonden de oprichters. Niet voor niets was 'Werknemer 56' (de eerste paar honderd werknemers horen tot de Google-adel) een kok: Charlie Ayers, die ooit nog voor de legendarische popgroep The Grateful Dead had gekookt.

(Tekst gaat verder onder foto).

Food Innovation Lab

Academici en frisdrankmakers denken voor Google na over het voedselsysteem.

Een apart onderdeel van het Google Food Program is het Food Innovation Lab, een denktank van deskundigen uit de voedingswereld die twee keer per jaar bij elkaar komen. Een van de Nederlandse leden is Peter Klosse, lector gastronomie aan de hotelschool in Maastricht en eigenaar van hotel-restaurant de Echoput in Apeldoorn.

Het Innovation Lab bestaat uit een mix van interessante mensen, zegt Klosse. 'Wetenschappers, kleine boeren, maar ook vertegenwoordigers van bedrijven als PepsiCo, Frito-Lay en Monsanto. Je kunt wel kritiek hebben, maar je moet toch met elkaar in gesprek blijven.' Klosse was sceptisch toen hij werd gevraagd, maar hij is gaandeweg overtuigd geraakt. 'We kregen te zien hoe Google Earth werd ingezet om gegevens te verzamelen over ontbossing of illegale visvangst. Die data worden ter beschikking gesteld aan landen, zodat ze kunnen zien of hun beleid werkt. Gratis.' Klosse gelooft in de potentie van bedrijven als Google Airbnb en Uber om ons voedselsysteem te verbeteren. 'Dit soort bedrijven zijn vernieuwers, game changers.'

Medewerkers van Google lachen en genieten van de lunch. Foto Io Cooman

Wat begon als samen aan tafel eten, is zeventien jaar later uitgegroeid tot het Google Food Program: het voeden van meer dan 50 duizend monden verspreid over kantoren wereldwijd, waarvan grofweg de helft op de Google Campus in Californië.

Dat is op zich al een formidabele taak, maar voor Google komen er nog een paar verzwarende factoren bij, zegt Bakker, terwijl hij een lijstje met 'Our Food & Beverage Values' over de tafel schuift. Daarop staat dat het eten niet alleen lekker moet zijn, maar ook voedzaam en gezond, vers bereid, zo min mogelijk bewerkt en verantwoord geproduceerd: biologisch als het kan, bij voorkeur van lokale leveranciers en liefst van het seizoen.

Samen eten staat nog altijd hoog in het vaandel, zegt Bakker. 'De werkcultuur hier is gebaseerd op samenwerking, niet op individuele prestaties. Voedsel is een functioneel onderdeel daarvan, het zorgt voor verbinding.' Google gelooft in 'casual collisions': toevallige ontmoetingen van collega's die iets moois opleveren. 'Die krijg je niet als je achter je bureau luncht.'



Gratis eten is maar één van de vele manieren waarmee Google zijn werknemers in de watten legt, vult pr-dame Shiels aan. De Google Campus telt tien fitnesscentra, een zwembad, een tennisbaan, een stuk of wat volleybalvelden - 'drie, dacht ik'- en wellnesscenters, waar dokters praktijk houden. Bijkomende diensten zoals kleren laten stomen, de olie van je auto verversen en je haren laten knippen zijn standaard beschikbaar. 'Wij nemen alles wat je van het werk houdt van je over.'

Honden zijn welkom op de campus, mits aan de lijn, familie is van harte uitgenodigd om mee te komen eten. Zolang iedereen maar 'Googley' is, een onvertaalbaar begrip dat op bordjes verspreid op de campus terugkomt en zoveel betekent als attent, vriendelijk en bescheiden zijn en beschikken over gevoel voor humor.

Het klinkt te mooi om waar te zijn, denk ik cynisch, als Bakker ons meeneemt voor een rondgang over de campus. We passeren parkjes met hang- en ligstoelen, waarin jonge mannen zitten met opengeklapte laptops, lopen langs een sportveld waar fanatiek trefbal wordt gespeeld. In een moestuintje zijn twee Aziatisch ogende meisjes tomaten aan het plukken, op het grasveld ernaast staat de leafy green machine, een container waarin campusboer Jack groene bladgroente kweekt die geserveerd worden in de kantine verderop.

(Tekst gaat verder onder foto).

Voorbeeld van een gerecht, bereid in één van de Google-keukens. Foto Io Cooman

Geen plaats voor cynisme

Ik voel me als Mae, de hoofdpersoon in de roman The Circle, op haar eerste werkdag bij het internetbedrijf van haar dromen. 'Buiten de muren van de Cirkel was alles herrie en strijd, missers en morsigheid', laat auteur Dave Eggers haar denken. 'Maar hier was alles geperfectioneerd. De beste mensen hadden de beste systemen gebouwd en de beste systemen hadden kapitaal opgeleverd, eindeloos veel kapitaal, dat dit mogelijk had gemaakt: de beste plek om te werken.'

Dat is lang vóórdat duidelijk wordt dat achter de vriendelijke façade van The Circle een digitale despoot schuilgaat die eropuit is een totalitaire samenleving te vestigen waarin elk onderdeel van het leven van mensen wordt gecontroleerd door rigoureuze openbaarheid onder het motto: 'sharing is caring'.

Maar Bakker heeft geen plaats voor cynisme. Over de campus verspreid, vertelt hij, zijn 46 'cafés': iets tussen kantine, lunchroom en bistro in, met ieder zijn eigen chef-kok en formule. Elke ochtend worden de menu's online gezet zodat iedereen zijn favoriet kan uitzoeken. Binnenkort krijgt de campus ook een Nederlands tintje als V&D-keten La Place drie vestigingen opent in Mountain View. Een stuk of tien cafés zijn altijd op loopafstand bereikbaar. Wie verder weg wil, kan een van de Google-fietsen - blauwe banden, rood zadel - pakken die overal staan.

Onze eerste stop is MiXiT, een strak ingerichte Salad Bar, waar achter een glazen toonbank bakken staan met rucola, bindsla, spinazie en boerenkool. Boerenkool is de laatste hype in Californië, zegt Shiels. 'Heel gezond.' Bij Blaze, een paar gebouwen verder, staan donkerbruine Chesterfields en prijkt prominent een pizza-oven midden in de zaak. Blaze specialiseert zich in de Californisch-mediterrane keuken: courgette met tofu en amandel, geroosterde kippendij met rode-peper-salsa.

Op het terras van café Fish Food is het druk met dit mooie weer. Mensen drommen samen rond vier loketten in de muur die de indruk oproepen van een straatje met eettentjes. Ze komen terug met veganistische 'Pho', Vietnamese soep, gegrilde veggie wraps, en grass fed rundvlees met mierikswortel-appelcrème.

Onderweg komen we langs en door kantoren waar mensen op schermen turen en de stilte heerst van een kathedraal. De inrichting is zo doorsnee als de gemiddelde Nederlandse kantoortuin; een paar blauwe zitballen en een opblaasbare Tyrannosaurus rex daargelaten.

Aan de wand in de gang hangen aankondigingen voor activiteiten: Een lezing over The Power of Flow, Dr. Susan Engel over The End of the Rainbow: how educating for happiness would transform our schools. Er is binnenkort een Google-tango-avond, in de bioscoop draait A Clockwork Orange. Om de hoek van de gang zit een massage- en meditatieruimte.

Wat voor de kantoren geldt, gaat ook op voor de mensen die er zitten. Het is dat je weet dat je bij een van de geniaalste bedrijven ter wereld bent, anders had je het niet gezien aan deze verzameling jonge mensen met een extreem laag hipstergehalte: capuchonjack, spijkerbroek, T-shirt, houthakkersblouse is de Google standaardkledij. Een enkeling loopt in een net blauw overhemd. Shiels spiekt op zijn naamkaartje: 'Dat is een gast.'

Diversiteit

Wat wel opvalt, is dat er relatief veel mensen met een Aziatisch/Indiaas uiterlijk rondlopen en juist weinig Hispanics en zwarten. Vrouwen zijn in de minderheid. 'Dat is een probleem waar alle bedrijven in deze branche mee kampen', zegt Bakker.

De werknemers die we aanspreken tijdens onze rondgang zijn allemaal even content. Program manager Ajay Ahuya zit aan de lunch in Kitchen Sync, waar in glazen vitrines mooi opgemaakte bordjes staan met ceviche, verse sushi's en zoete aardappelsalade met bacon, dille en kokosnoot.

Ajay is 33 en een geboren Pakistaan. Hiervoor werkte hij bij computerfabrikant Dell in Texas. Dat was ook tof, maar Google is beter: 'More fun, more exciting.' Het eten is 'amazing', zegt Ajay. 'En nog gratis ook. Bij Dell moest je ervoor betalen.' Het was niet de voornaamste reden om de baan bij Google te nemen, benadrukt Ajay. 'Maar als je eenmaal eraan gewend bent, ga je het wel waarderen.'

'RJ', een langharige jonge (24) computerprogrammeur uit Illinois, heeft van huis uit niet zoveel met eten, bekent hij eerlijk. Maar hij vindt het Google eten 'awesome'. 'Voedsel is een belangrijk onderdeel van je leven, dat heb ik hier wel geleerd. Het is te gek dat het bedrijf dit voor ons doet. Dat voelt wel als waardering voor je werk.'

Groenten, bestemd voor de werknemers van Google. Foto Io Cooman

Kooklessen

Samen met zijn collega Bridget, ook 24, volgt RJ kooklessen in de keuken van Kitchen Sync. Thuis kookte zijn vrouw altijd, zegt RJ. 'Nu kan ik het af en toe van haar overnemen.' Bridget kookte wel, maar alleen op recept. 'Ik leer nu dat koken niet intimiderend hoeft te zijn.' Vandaag leren ze custardpudding maken.

Ook de kooklessen horen bij het plan, legt Bakker uit. Je kunt je mensen op hun werk wel gezond te eten geven, je schiet er weinig mee op als ze zich thuis volproppen met junkfood. 'Wij krijgen jonge mensen binnen die vaak niet zijn opgegroeid met een kokende moeder. Vandaar dat we ze met kooklessen vaardigheden willen bijbrengen.'

Servus sanus in corpore sano: een gezonde werknemer in een gezond lichaam, zo zou je de bedrijfsfilosofie van Google kunnen typeren. Die natuurlijk niet gespeend is van eigenbelang, benadrukt Bakker. Want een blije gezonde werknemer werkt harder, verzuimt minder en levert een besparing op in de ziektekosten.

Een kok bereidt de vis voor de lunch. Foto Io Cooman

Zo gaat de kost voor de baat uit. Daarin gaat Google nog een stap verder dan het louter aanbieden van gratis en goed eten: het probeert ook zijn werknemers zo te sturen dat ze zo gezond mogelijk eten: minder vlees, minder suiker, meer groente, meer fruit.

Bij alle buffetten en toonbanken staan groenten vooraan, daarna pas het vlees. Vleesgerechten zijn gemerkt met een rode stip, groenten met groen. Maaltijdporties zijn bewust niet te groot (maar je mag er zoveel halen als je wilt) en zoete desserts (brownies, cakejes) zijn er wel, maar worden altijd in mini-porties aangeboden.

Micro Kitchens

Een verhaal apart zijn de Micro Kitchens: 250 minikeukens die overal door de gebouwen verspreid zijn en waar iedereen een tussendoortje kan scoren. Hoe het voedsel hier wordt aangeboden, is zorgvuldig uitgedacht: in de koelkasten staat het water op ooghoogte, daaronder fruitsap en helemaal onderop, achter melkglas, Coca-Cola.

Bovenop de toonbanken staat altijd vers fruit: appels, bananen, snoeptomaatjes. In dichte laden zitten snacks: de gezonde - nootjes, fruitrepen, zeewierchips - in de bovenste laden, de ongezonde - chocola en gewone chips - in de onderste.

Verstoppen en kleiner maken werkt. Verbieden niet, zegt Bakker, boven een kop koffie in het Coffee Lab, opgezet samen met Starbucks. Nudging, zachte aandrang, is het toverwoord. 'We willen de verstandige keuzen voor de hand liggend maken. Wij geloven dat mensen meer doen uit vrije wil dan als je ze daartoe dwingt.'

Een volgende stap is ook al in de maak: gerichte voedingsadviezen aan werknemers met gezondheidsproblemen zoals hoge bloeddruk of verhoogd cholesterol. Samen met een medisch adviesbedrijf werkt Bakker aan de ontwikkeling van een 'gezonde routeplanner' die de weg wijst naar de cafés waar zij het beste kunnen eten.

Of dat niet al te bedillerig is, vraag ik - The Circle nog in mijn achterhoofd. Waarom, zegt Bakker, is de persoonlijke keuzevrijheid ineens in het geding als een bedrijf zijn werknemers gezond wil laten eten? En zegt niemand er wat van als de kantine vol ligt met hamburgers en worsten? 'Is het soms een recht om ongezond te kunnen eten?' Wie het eten niet bevalt, kan nog altijd zijn eigen lunch meenemen, aldus Bakker.

Hoge eisen

Een andere kant van het Google Food Program leren we de volgende dag kennen als we meegaan in het kielzog van Helene York. York, een vrouw met een honkbalpet op, werkt voor Bon Appétit, een cateraar uit Palo Alto, en is belast met de uitvoering van het programma.

Dat stelt hoge eisen, want behalve goed voor zijn mensen wil Google ook goed zijn voor zijn omgeving. Het gaat niet alleen over eten, zei Bakker een dag eerder. 'Het gaat ook om een betere wereld. Hoe kunnen wij ons programma daarvoor inzetten? Dat is wat wij ons afvragen.'

Ook dat past in een bedrijfstraditie, want Google heeft altijd al een wereldverbeterend trekje gehad, ironisch samengevat in het bedrijfsmotto: Do no evil. Maar Google neem het serieus, zegt York. Haar bedrijf werkt voor meer bedrijven in Silicon Valley. 'Maar niemand gaat zover als Google.'

Een medewerker van Google tijdens de lunch. Foto Io Cooman

Wat dat praktisch inhoudt laat York zien op pier 33 in de haven van San Francisco. Tussen de rommelige loodsen zit Monterey Fish dat 80 procent van de vis voor Google levert. In de koelcel liggen bakken vis op ijs: glimmende leng, knalrode 'rockfish', zilverkleurige zalmen.

Monterey levert al vijf jaar aan Google, zegt bedrijfsleider Dave Stern, een geblokte veertiger met een wollen muts op. De eisen zijn streng: alleen vis die gevangen is met duurzame vangstmethoden ('dus geen lange lijnen'), geen vis die op de rode lijst staat, bij voorkeur van kleine vissers uit de buurt. Stern wijst naar zes zalmen, keurig in het gelid. 'Die hebben we gisteren opgepikt in Santa Cruz. Dat is de dagvangst van één boot.'

Andere leveranciers vertellen hetzelfde verhaal. Google gaat anders om met mensen, zegt Reem Rahim van Numi Organic Tea in Oakland, sinds kort de trotse theeleverancier van Google. Numi, opgericht door Reem en haar broer Ahmed, verkoopt louter biologische thee, fair trade ingekocht. Met de winst ondersteunen ze projecten voor schoon water in ontwikkelingslanden. Numi wil dingen anders doen, zegt Reem. 'Dat gaat heel goed samen met Google.'

World Centric, het bedrijf dat biologisch afbreekbaar weggooibestek, bordjes en bakjes levert aan de Google Cafés, begon als idealistische onderneming. Een deel van de winst gaat naar projecten om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Google was hun eerste grote klant, zegt directrice Liz Anderson. 'Dat was belangrijk, want grote bedrijven zijn vaak huiverig voor vernieuwing. Dankzij Google hebben we een vliegende start kunnen maken.'

Als je Google als klant hebt, gaat je naam rond, zegt bakker Robin Alexander. Met zijn ambachtelijke bakkerij in de alternatieve universiteitsstad Berkeley levert hij tarwerogge-broden voor Google-sandwiches. 'Vijfhonderd broden per dag. Dat zijn heel wat sandwiches.'

Speciaal voor Google werkt Alexander aan een proef om te bakken met koffiemeel, een afvalproduct van de koffieproductie. Jaarlijks worden miljoenen tonnen ervan weggegooid in koffieproducerende landen, waar het rivieren vervuilt. Door andere toepassingen te bedenken, moet weggooien worden voorkomen en krijgen de koffieboeren meer geld.

Het koffiebruine meel is lastig om mee te werken, zegt Alexander, omdat het de glutenvorming van deeg vermindert. Maar hij heeft er een paar goed gelukte zoete broden mee weten te bakken, met kaneel en rozijnen. 'Als het lukt', zegt York, 'gaan we het wereldwijd toepassen.'

Foto Io Cooman

Investering in onze mensen

's Avonds tijdens een etentje op een winkelcentrum in Palo Alto leg ik mijn indrukken voor aan Bakker. Ik ben onder de indruk: geen wanklank gehoord, geen dissonant kunnen ontdekken. Ik heb ook zitten rekenen. Naar wat ik heb gezien, geeft Google minimaal 10 tot 15 dollar per dag aan eten uit per werknemer. Dat komt alleen al voor Mountain View uit op een uitgave van 60- tot 100 miljoen dollar per jaar. Bakker wil het bedrag bevestigen noch ontkennen. Maar, zo zegt hij. 'Wij zien het niet als een kostenpost, maar als een investering in onze mensen.'

Ik vraag hem of Google een voorbeeld wil zijn voor anderen. Google is niet zomaar een bedrijf, het beïnvloedt dagelijks de levens van miljoenen mensen. Bakker reageert afwerend. 'Alles wat Google doet, ligt onder een vergrootglas. Daarom klinkt het al gauw arrogant als wij zeggen hoe het moet. Ik kies liever voor de bescheiden aanpak: doe goed en praat er dan pas over, in plaats van omgekeerd.' Bakker pretendeert ook niet de wijsheid in pacht te hebben. Biologisch van ver weg of gangbaar van dichtbij: wat is beter? 'Het ligt ingewikkeld.'

Een relativering is op zijn plaats: de gemiddelde Google-werknemer is met minder hooggestemde voedselidealen bezig. Is de kaas vegetarisch? Zit er MSG in het eten? Dat zijn de meest gestelde vragen over het Google Food Program. En natuurlijk de altijd maar terugkerende discussie over de vraag of water al dan niet in plastic flesjes moet worden aangeboden.

Bakker knikt. Het zou beter zijn als iedereen een bekertje zou vullen onder de kraan. 'Maar als je waterflesjes weghaalt, grijpen mensen naar de flesjes frisdrank.' Dan ben je nog verder van huis. Hij wil maar zeggen: Zelfs Google heeft niet alle antwoorden.

Een voorbeeld voor andere werkgevers

Zijn er ook bezwaren tegen gratis gezond eten voor werknemers?

Een bedrijf dat zijn werknemers gratis gezond en verantwoord te eten geeft: wie kan daar iets op tegen hebben? De Amerikaanse voedselschrijver Michael Pollan, auteur van de bestseller The Omnivore's Dilemma, in ieder geval niet. Pollan heeft op de Google Campus geluncht. 'Het eten was lekker en Google ondersteunt fantastische leveranciers.'

Volgens Pollan levert het Google Food Program een bijdrage aan een duurzaam en verantwoord voedselsysteem in de regio. Het enige mogelijke kritiekpuntje dat Pollan kan bedenken is dat al het eten bij Google gratis is. Daarmee loop je het risico dat mensen zich volstoppen, zegt hij. 'Bij Apple kregen werknemers ook gratis eten. Daar zijn ze mee gestopt. Volgens mensen die ik bij Apple heb gesproken omdat werknemers dikker werden.'

Fred Brouns, hoogleraar voedingsinnovaties aan de Universiteit van Maastricht, is een en al lof over het Google Food Program. 'Als ik dat hoor, denk ik: wat een goed idee!' Volgens Brouns kunnen bedrijven een belangrijke bijdrage leveren aan een gezonder eetpatroon van hun werknemers. Keuzen die mensen maken voor hun eten worden sterk bepaald door beschikbaarheid. Dus als er een gezond aanbod is, wordt dat automatisch meer gegeten, zegt Brouns. Hij kan zich kwaad maken over het aanbod van ongezonde snacks in bedrijfs- en sportkantines. 'Zelfs in ziekenhuizen zie ik frikandellen en kroketten.'

Volgens Sodexo, de grootste cateraar van Nederland, zijn er slechts een paar bedrijven in Nederland die hun werknemers gratis te eten geven. 'Een van onze klanten is een chic advocatenkantoor dat dat al sinds jaar en dag doet', zegt een woordvoerder. Er is wel een discussie gaande over gezonder eten in bedrijfskantines. 'Maar eten is ook vaak de eerste kostenpost waarop wordt bezuinigd.' Nederlandse bedrijven die hun werknemers gratis te eten willen geven, moeten daarover wel belasting betalen. Gratis eten geldt voor de belastingdienst als loon in natura.

Volgens Michiel Bakker, Director Global Food Services van Google, staat het gratis eten niet ter discussie. Google denkt dat het door mensen bewuster te maken van goed eten een gezond eetgedrag kan stimuleren. 'Wij krijgen veel goede reacties; veel Googlers zeggen dat ze beter eten, zich gezonder voelen en zijn afgevallen.'

Meer over