Column

Wat is de erfenis van de olie- en gaswinning op de Noordzee?

Het is volgende week precies vijftig jaar geleden dat het ministerie van Economische Zaken de eerste vergunning verleende voor de opsporing en winning van olie en gas op de Noordzee.

Beeld de Volkskrant

De NAM kreeg op 7 februari 1967 de eer. Vijftig jaar later zet een van de partner van de NAM het jubileum luister bij door voor 3,5 miljard euro negen velden te verkopen aan een enigszins obscuur private equitybedrijf (een soort zak met rijkeluisgeld) met de naam Chrysaor, een monster uit de Griekse mythologie.

Shell - een Brits/Nederlandse multinational - geeft de helft van de eigen achtertuin op: 115 duizend van de 210 duizend vaten fossiele brandstoffen die het dagelijks onder de Noordzee vandaan haalt.

Het zegt enerzijds veel over Shell dat dringend geld nodig heeft om de aandeelhouders te kunnen blijven paaien. Maar het zegt ook iets over de grondstoffenwinning op de Noordzee. Die heeft de hoogtijdagen achter de rug. Na de recordproductie in 1999 zakken de opbrengsten jaar op jaar terug. Shell heeft zijn kaarten ver van huis gezet op nieuwe velden die onder diep water liggen bij Australië en Brazilië.

Geïnspireerd door de vondst van de enorme gasbeld bij Slochteren besloten in 1964 zes landen (Groot-Brittannië, België, Duitsland, Nederland, Denemarken en Noorwegen) het continentaal plat op te delen. Ieder van de landen kreeg op een van de stukken het exclusieve recht naar olie en gas te laten boren.

Het leek aanvankelijk geen succes. Een jaar later vond BP een winbaar veld maar bij de verplaatsing van een boortoren kwamen dertien mensen om. De vakpers voorspelde in 1970 het einde van de offshore-activiteiten op de Noordzee. Te vaak werden lege putten aangeboord. En als er al iets werd gevonden was het volstrekt onrendabel, vergeleken met de olie die uit de woestijnzand kon worden geschept.

De oliecrises van 1974 en 1979 brachten daar verandering in. Shell begon zelf in 1976 te produceren in het enorme Brent-veld. En onder het Noorse continentaal plat bleek zoveel te liggen dat het land zich de eerste Europese oliestaat kon noemen. De offshore werd ook in Nederland een van de meest bloeiende bedrijfstakken van de jaren tachtig en negentig.

Maar inmiddels hebben de grote roofdieren de mooiste stukken binnengehaald en mogen de gieren zich te goed doen aan de rest. Vorige week verkocht BP ook een van zijn grote olievelden aan het onbekende EnQuest. Van de Groningse gasbel is driekwart naar boven gehaald en de Noordzee is nu al voor de helft leeg.

Wat resteert zijn de kosten van de schoonmaakactie. De putten, boortorens en pijpleidingen moeten worden verwijderd, hetgeen vele miljarden zal kosten. Die rekening moet nu worden opgemaakt.

Shell heeft de koper één miljard moeten toezeggen in tegemoetkoming voor die kosten. Na vijftig jaar komen olie- en gasvelden net als mensen in de herfst van hun leven.

Reageren? p.dewaard@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden