columnpeter de waard

Wat betekent het dat de meeste ministers een tweede huis hebben?

null Beeld
Peter de Waard

Er zijn ineens zoveel reallifesoaps dat het gewone wereldnieuws geen aandacht meer krijgt, laat staan het financiële nieuws. Australië en Servië houden zich bezig met de uitzetting van Djokovic, Groot-Brittannië met de party’s van Boris Johnson en de seksrel rond prins Andrew en Nederland nu met de vermeende uitspattingen van Jeroen Rietbergen en Ali B. Na de katholieke kerk moet het Gooise matras worden opgeschoond.

Misschien moet leedvermaak over de escapades en leugens van beroemdheden de coronacrisis doen vergeten. Dat Rusland en China bezig zijn respectievelijk Oekraïne en Taiwan in het nauw te brengen is van de voorpagina’s verdreven door de vraag of Linda de Mol weer Ik hou van Holland zal presenteren of prins Andrew door koningin Elizabeth wordt verstoten.

Ook het nieuws dat RTL meldde dat elf van de twintig ministers in dit kabinet meer dan één huis hebben, raakte ondergesneeuwd. Minister Micky Adriaansens van Economische Zaken blijkt vier huizen te hebben, Liesje Schreinemacher van Buitenlandse Handel drie en Henk Staghouwer van Landbouw zelfs zeven. Samen bezitten de twintig ministers 42 woningen. En dat is minimaal, want van de ministers die in het vorige kabinet zaten is hun vastgoedbezit niet volledig bekend omdat toen melding nog niet verplicht was.

Het is bizar dat het kabinet dat de woningnood in Nederland moet aanpakken voor meer dan de helft bestaat uit huisjesmelkers of mensen die een tweede woning voor een groot deel van het jaar leeg laten staan. In Nederland hebben een op de twintig huishoudens nu een tweede huis. Dat is aanzienlijk minder dan de tweedehuis-eigenaren aan de tafel van de ministerraad (1 op 2), maar betekent wel dat 400 duizend woningen in Nederland als tweede woning worden gebruikt.

Vorig jaar steeg alleen al de verkoop van recreatiewoningen op Nederlandse parken met 20 procent. In totaal zijn er al 130 duizend recreatiewoningen op 1.500 parken tegen 95 duizend in 2005. Bouwlocaties voor eerste woningen zijn moeilijk te vinden, parken met tweede woningen worden zo uit de grond gestampt. Er is zelfs een speciaal programma op televisie – Harry Mens’ Business Class – waar er wordt mee geleurd.

Dat is een slechte zaak. Een eerste woning zou een primaire levensbehoefte – het recht op onderdak – kunnen worden genoemd. Een Kip-caravan of een bungalowtent mag een secundaire behoefte worden genoemd. Een tweede huis is geen tertiaire behoefte, maar een exorbitante uitwas. En een lucratieve investering. Ook de prijzen van tweede huizen, inclusief recreatiewoningen, zijn al vele malen over de kop gegaan. Hierdoor dragen ze bij aan de steeds groter wordende ongelijkheid.

Acuut is er in Nederland een tekort aan 330 duizend woningen. Als alle tweede huizen worden verboden – of fiscaal zo worden aangepakt dat iedereen zichzelf in de voet schiet – dan zou die in één klap worden opgelost. Maar dat mag niet worden verwacht van een kabinet dat zelf zo dik in het vastgoed zit.

Die soap haalt helaas RTL Boulevard en Shownieuws niet. Misschien wel de Tweede Kamer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden