acht vragen over de afschaffing van de spaartaks

Wat betekent de afschaffing van de spaartaks voor uw bankrekening?

De vermogensrendementsheffing, die in de huidige vorm slecht uitpakt voor spaarders, verdwijnt in 2022. Beleggers en mensen die geld lenen gaan juist meer belasting betalen. Acht vragen over de spaartaks.

In 2022 verdwijnt een groot deel van de belasting op spaargeld. Beeld Peter van Hugten

Hoeveel belasting moet ik betalen over mijn spaargeld?

Boven het belastingvrije bedrag van zo’n 30 duizend euro per persoon moet je tot bijna 72 duizend euro 0,58 procent afdragen (cijfers 2019). Van 72 duizend euro tot circa een miljoen is dat 1,33 procent. Wie alleen maar spaart, betaalt dus flink meer dan hij aan rente ontvangt van de bank. En dan laten we de inflatie nog even buiten beschouwing.

Waarom moet ik ondanks de extreem lage rente toch belasting betalen over mijn spaargeld?

Als uitgangspunt voor de vermogensrendementsheffing in box 3 voor sparen en beleggen wordt niet gekeken naar het werkelijke rendement, onder meer omdat dat nogal complex is. De Belastingdienst werkt met een fictief rendement. Tot en met 2016 was dat 4 procent. Daarover werd 30 procent belasting geheven. Dat kwam neer op 1,2 procent belasting op bezittingen zoals spaargeld en beleggingen.

In 2017 is als gevolg van de lage rente overgestapt op een andere manier om het rendement te verzinnen. Hoe rijker iemand is, hoe meer iemand in aandelen belegt, was daarbij de gedachte. 

Het fictieve rendement komt tot stand door uit te gaan van een bepaalde mix tussen spaargeld en beleggingen. Voor de eerste bijna 72 duizend euro is de verhouding vastgesteld op eenderde sparen en tweederde beleggen. Voor sparen hanteert de fiscus een rendement van 0,13 procent en voor beleggen 5,6 procent. Deze berekeningswijze leidt tot een gemiddeld rendement van 1,93 procent. Daarvan gaat 30 procent naar de fiscus. Je betaalt dus 0,58 procent. Boven de pakweg 72 duizend is dat 1,33 procent, omdat het percentage beleggingen dan is opgeschroefd naar 79 procent. Boven circa 1 miljoen euro stijgt het percentage naar 1,68 procent.

Maar die vermogensrendementsheffing gaat toch op de schop?

Ja, maar pas in 2022. Dan wordt de regeling een stuk gunstiger voor spaarders, niet voor beleggers. De komende jaren zullen spaarders zolang de rente zo laag blijft vooralsnog meer betalen dan ze ontvangen.

Wat gaat er veranderen voor spaarders?

Staatssecretaris Menno Snel kwam vorige week met een voorstel voor de nieuwe vermogensrendementsheffing. Hij spiegelt het voor als een verlossing van de gehate spaartaks voor zo’n 1,35 miljoen spaarders. Die hoeven na de invoering van het nieuwe systeem geen belasting over hun spaargeld te betalen. Bijna de helft van de 2,9 miljoen belastingplichtigen die in box 3 vallen, draagt deze heffing nu af. Het grote verschil met het huidige systeem is dat de fiscus onderscheid gaat maken tussen spaargeld en beleggingen. 

Voor spaargeld gaat een uiterst laag fictief rendement gelden. Daarbovenop introduceert Snel een heffingskorting van 400 euro. Pas boven dat bedrag gaat de meter lopen. De combinatie van het lage rendement en die heffingskorting leidt ertoe dat een grote groep spaarders niet meer hoeft te betalen.

Hoeveel kun je in 2022 belastingvrij sparen?

Voor de meeste mensen die sparen, vervalt de vermogensrendementsheffing in feite. Bij het huidige tarieven hoeven spaarders pas box 3-belasting te betalen boven 440 duizend euro. Voor echtparen geldt het dubbele bedrag.

Gaat de overheid hierdoor minder belasting ontvangen?

Nee, de hele wijziging is zo uitgedokterd dat de inkomsten van de staat ongeveer gelijk blijven. De box 3-heffing was in 2016 goed voor 4,4 miljard euro.

De totale inkomsten blijven vooral gelijk omdat beleggers meer gaan betalen. Zij gaan 1,76 procent betalen over hun belegde vermogen als dat meer is dan ruim 30 duizend euro (cijfers 2020). Op dat moment vervalt ook de vrijstelling over de eerste 30 duizend euro. De heffingskorting van 400 euro geldt ook voor deze groep, maar wordt veel sneller overschreden.

Daarnaast gaan burgers die geld hebben geleend een stuk meer betalen. Dit geldt niet voor de hypotheek voor de eigen woning, maar wel voor bijvoorbeeld een lening voor een tweede huis. In het huidige regime mogen schulden nog worden afgetrokken van de bezittingen waardoor het vermogen slinkt. In het nieuwe box 3-regime mag dat niet meer. De lener mag 3 procent rente over de lening in mindering brengen op het ingeboekte rendement op sparen en beleggen.

Wat vinden beleggers van deze nieuwe heffing?

Beleggersvereniging VEB vindt het prima dat de belasting op sparen vrijwel wordt afgeschaft. ‘Die heffing was bij de huidige lage rente onacceptabel’, zegt VEB-directeur Paul Koster. Hij is minder te spreken over de manier waarop alle beleggingen over één kam worden geschoren. ‘Obligaties worden in dit nieuwe systeem belast alsof het aandelen zijn, terwijl ze vrijwel niets opbrengen. Dat is een weeffout. Dat kan leiden tot fiscaal gedreven beleggingsbeslissingen, bijvoorbeeld de verkoop van obligaties. Dat zijn juist de minst risicovolle onderdelen van een beleggingsportefeuille. Sommige ouderen beleggen bijvoorbeeld meer in obligaties om het risico af te bouwen. Ik vind dat het voorstel op dit punt moet worden aangepast.’

Ook Robeco is negatief over de nieuwe systematiek. Volgens de vermogensbeheerder is het gekozen rendement op beleggingen veel te hoog voor bijvoorbeeld mixfondsen. Robeco vreest dat dit leidt tot ongewenste gedragseffecten zoals de overstap naar beleggingen die niet passen bij het risicoprofiel van de belegger.

Hoewel er een nieuw systeem komt, zitten we nog jaren met de belasting op spaartegoeden. Valt daar iets tegen te ondernemen?

De huidige vermogensrendementsheffing blijft naar verwachting van kracht tot en met 2021. Dat wil zeggen dat veel spaarders worden aangeslagen alsof ze een flink deel van hun geld hebben belegd. Wie minder vermogensrendementsheffing over spaargeld wil betalen, kan grofweg kiezen uit twee opties: geld uitgeven of meer gaan beleggen.

De spaarder die geld uitgeeft, vermindert zijn vermogen en dus de grondslag voor de vermogensrendementsheffing. Ouders kunnen bijvoorbeeld geld aan hun meerderjarige kinderen schenken. Die hebben als ze jong zijn doorgaans weinig geld op de bank staan.

De andere mogelijkheid is geld van de spaarrekening halen om te beleggen. Probleem daarbij is dat de koersen de afgelopen jaren flink zijn gestegen en het risico op een koersdaling aanzienlijk is. Wie daar onrustig van wordt, kan aandelen beter links laten liggen.

Spaarders kunnen hun geld ook verplaatsen naar beleggingen met een laag risico. Denk aan obligatiefondsen of fondsen die geld steken in microkredietinstellingen. Bedenk wel dat deze fondsen vanaf 2022 juist onder het hoge box 3-tarief gaan vallen.

Rekenvoorbeeld

Een echtpaar heeft samen 180 duizend euro aan spaargeld en geen schulden. Voor beiden geldt dat de eerste 30 duizend euro is vrijgesteld. Over zo’n 120 duizend euro moeten ze belasting betalen. Beiden geven bijna 60 duizend euro op en vallen dus in het laagste tarief van 0,58 procent. Samen moeten ze 690 euro afdragen, heeft de VEB berekend. Van hun bank ontvangen ze over het belaste spaargeld hoogstens 240 euro (0,2 procent).

In 2022 hoeft dit spaarzame stel geen vermogensrendementsheffing te betalen. Als ze de helft van hun vermogen in beleggingen hebben zitten, moeten ze 1344 euro overmaken. Als ze hun hele kapitaal in beleggingsfondsen steken, is dat 2902 euro.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden