Column Peter de Waard

Was dit weer het jaar van de uitverkoop van Nederland BV?

Als zelfs Volendammers hun bedrijven niet meer koesteren, tenslotte het dorp met het meeste oranjegevoel, ziet het er duister uit voor Nederland BV. Vlak voor Kerst werd garnalenverwerker Klaas Puul, het grootste bedrijf in het dorp van de wijdbroeken, verkocht aan het Britse Sykes. Het was de uitsmijter in een jaar dat meer Nederlands tafelzilver in buitenlandse handen kwam.

De opvallendste transactie was de verkoop van energiebedrijf Eneco aan een Japans consortium, nadat eerder ook de andere energiebedrijven Nuon (aan Vattenfall), Essent (aan RWE) en Electrabel (aan GDF Suez/Engie) waren verkocht aan buitenlanders.

Dat betekent dat Nederland minder te zeggen krijgt over zijn energie-opwekking, terwijl dat in de strijd voor duurzaamheid een speerpunt is. Natuurlijk kan de overheid de energiesector dwingende maatregelen opleggen, maar het is omslachtiger als de eigenaren buitenlanders zijn. Dit jaar werd dat nog eens duidelijk bij Tata Steel in IJmuiden (het voormalige Hoogovens) en KLM. Het eerste is sinds 2007 in handen van een Indiase moeder, die het verplicht niet alleen de eigen broek op te houden maar ook op te draaien voor de verliezen van de Britse zusterbedrijven.

Dat maakt het voor het bedrijf in IJmuiden buitengewoon moeilijk zich grote financiële offers te getroosten om de uitstoot van CO2, fijnstof en grafiet te verminderen. Bij de KLM probeerde minister Hoekstra een klein beetje macht terug te pakken door een direct belang te nemen, maar de uiteindelijke zeggenschap ligt in Parijs.

Daar bepaalde het moederbedrijf van de regionale busvervoerder Keolis dat voor de streekdiensten in het oosten van het land geen in Nederland gemaakte bussen (die van VDL) maar Chinese bussen werden aangeschaft. De Belgen, die de Nederlandse dagbladen al in handen hebben, kochten dit jaar ook de tijdschriften van Sanoma, een van oorsprong Fins bedrijf maar in de praktijk grotendeels Nederlands. De Duitse moedermaatschappij Heidelberg Cement besloot begin deze maand haar dochterbedrijf Enci in Maastricht – toch sinds 1926 een icoon van de stad – te sluiten.

De beslissingsbevoegdheid van veel Nederlandse bedrijven ligt over de grenzen en soms heel ver over de grenzen. Een steeds groter deel van de fondsen in de zogenoemde AEX-index van de Amsterdamse beurs wordt ergens anders geleid. Voor een Canadees bedrijf als Hudson’s Bay is het veel gemakkelijker in een klap alle winkels in dit land te sluiten dan in eigen land.

Als harde milieumaatregelen in Nederland een buitenlandse eigenaar niet zinnen, kan die de overheid en de gemeenschap voor het blok zetten: ‘U kunt ons dat wel verplichten, maar dan doen we de productie ergens anders.’

Een bedrijf met een hoofdkantoor in Mumbai of Tokio laat zich niet ringeloren door Europese, laat staan Nederlandse, regels. Staal en cement zijn tenslotte overal te maken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden