Wapenregels sturen Stork naar Turkije

Militaire vliegtuigbouwers lopen tegen de grenzen van de mondialisering aan...

Amsterdam Een klein nieuwsbericht in Het Financieele Dagblad veroorzaakte vorige maand veel drukte bij Stork Aerospace. De krant meldde dat het Chinese staatsluchtvaart- en defensieconcern Avic-1 interesse zou hebben in de lucht- en ruimtevaartdivisie van het Nederlandse industriebedrijf Stork.

‘Er werd de hele dag gebeld’, zegt Adriaan Leyte. Hij is de vicepresident marketing en sales van Fokker Elmo, een van de divisies van Stork Aerospace. ‘In de VS was iedereen gealarmeerd.’

Verrassend was de reactie uit de Verenigde Staten niet. Stork Aerospace is een van de partijen die nauw is betrokken bij de productie en de ontwikkeling van de Joint Strike Fighter (JSF). Dit gevechtsvliegtuig is een samenwerkingsproject van onder meer Amerikanen, Britten, Nederlanders en Italianen. De luchtvaartdivisie van Stork produceert alle elektrische bekabeling voor de militaire straaljagers.

Een probleem: op het gebied van defensie zijn de VS niet erg happig om informatie met anderen te delen. China behoort nou net tot de categorie landen met wie de Amerikanen niet samenwerken aan defensiematerieel. Een overname van Stork Aerospace door de Chinese staat, was wat de VS betreft dan ook ongewenst.

De vermeende interesse van de Chinezen leidde uiteindelijk nergens toe, maar de reactie van de Amerikanen op het nieuws was veelzeggend. Om de kosten laag te houden, mondialiseert ook de luchtvaartindustrie in hoog tempo. Maar zeker bij de bouw van wapensystemen, komen de grenzen van die mondialisering snel in zicht.

Toen de Russische staatsbank Vneshtorgbank vorig jaar een belang van 5 procent nam in het Europese defensie-, lucht- en ruimtevaartconcern EADS, het moederbedrijf van Airbus, krabden de Franse en Duitse aandeelhouders – waaronder de Franse staat – zich bijvoorbeeld eens goed achter de oren. Was de inmenging van de Russen in deze strategische industrie wel zo gewenst?

‘In Frankrijk wordt nu bekeken waar de grenzen liggen bij het toestaan van buitenlands kapitaal in zulke cruciale industrieën ’, zegt Cent van Vliet van het NIID. Hij is directeur van de stichting die zich bezighoudt met het inschakelen van de Nederlandse industrie bij defensieopdrachten. ‘In Nederland wordt bij mijn weten op dat gebied nog geen beleid gevoerd.’

Een Chinese overname van Stork Aerospace mag dan niet aan de orde zijn, bij de dagelijkse werkzaamheden loopt het Nederlandse luchtvaartbedrijf regelmatig aan tegen de grenzen van de mondialisering. De zoektocht naar de locatie voor een nieuwe fabriek voor de productie van de JSF-bekabeling is daarvan een mooi voorbeeld. Uiteindelijk werd Izmir in Turkije gekozen als nieuwe vestigingsplaats, maar voordat die keuze werd gemaakt, passeerden ook andere landen de revue.

China zou een logische keuze zijn geweest. Stork Aerospace heeft er al een bekabelingsfabriek en de loonkosten zijn er laag. ‘We konden daar echter niet terecht vanwege de zogenaamde ITAR-regelgeving (International Traffic in Arms Regulations, red.)’, zegt Leyte. Deze reeks afspraken is door de Amerikanen ontwikkeld om ervoor te waken dat gevoelige informatie niet in handen valt van landen waarvan zij dat liever niet willen.

‘Voordat je mag meewerken aan een project waarin dat soort informatie wordt gedeeld, moet je organisatie voldoen aan alle ITAR-regels’, aldus Van Vliet van het NIID. ‘Sommige landen worden van deelname uitgesloten, anderen kunnen meedoen nadat er goede afspraken zijn gemaakt.’

India was een andere voor de hand liggende optie voor een nieuwe fabriek. Arbeid is er, net als in China, goedkoop, en bovendien is het land bekend met Boeing en Airbus omdat het voor de burgerluchtvaart toestellen van beide bedrijven koopt.

‘India was inderdaad een van de drie serieuze opties’, bevestigt Leyte. Toch viel ook dat land af. Sjors Callenbach van Clingendael verwacht dat de verhoudingen met het buurland Pakistan daarbij een rol hebben gespeeld. ‘Als de situatie zo instabiel is, vestig je je daar als bedrijf in defeniseproducten nog even liever niet. ’

Leyte beaamt het verhaal van Callenbach, en noemt nog een reden waarom niet voor India werd gekozen. ‘Traditioneel kopen de Indiërs Russisch materieel. Hun relatie met de Amerikanen is de afgelopen jaren weliswaar verbeterd, maar dat betekent niet dat hun vriendschap met de Russen is bekoeld.’

Integendeel, zo blijkt. ‘De Indiërs hebben net weer een optie genomen op de aankoop van een aantal Russische gevechtsvliegtuigen, de Sukhoi-30’s. ’ India was, met andere woorden, een te riskante optie. Dat land wordt pas interessant als het zich ook openstelt voor militaire luchtvaart uit het Westen.

De Amerikanen doen er alles aan om de Indiërs zover te krijgen. India zal de komende jaren 126 nieuwe gevechtsvliegtuigen aanschaffen ter vervanging van de Russische MiG 21’s. ‘Daarom heeft het Amerikaanse Congres onlangs toegestaan dat de VS eigen defensiematerieel aan India levert’, zegt Leyte. ‘De Amerikanen hebben daarmee de eerste stap gezet.’ De vraag is nu of India voor de VS zal kiezen of voor Rusland.

Stork Aerospace beziet die ontwikkeling vanaf de zijlijn. Leyte: ‘Het zou kunnen dat ook wij in de toekomst een fabriek openen in India.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden