Wallonië deelt nauwelijks in succes

Voor een van de zes oprichters van de Europese Gemeenschap dreigde vijf jaar geleden nog een vernedering: België zou met een staatsschuld van meer 130 procent van het bruto binnenlands product nooit kunnen deelnemen aan de euro....

Dergelijke sores lijkt al weer verleden tijd. Minister Didier Reynders van Financiën presenteerde dinsdag met enige triomf zijn plannen voor fiscale hervormingen met een lang niet gehoorde boodschap: de belastingen gaan omlaag, en niet gering ook, 131 miljard frank, ruim zeven miljard gulden. Het kàn, verzekerde hij. Een zorgenkindje in de Europese familie heeft zich kennelijk snel ontwikkeld tot uitblinkertje.

Volgens deskundigen is het nauwelijks de verdienste van de overheid. Zeker, onder regie van voormalig premier Dehaene is een aanzienlijk strakkere budgetbewaking opgetuigd - zelfs het huidige kabinet-Verhofstadt geeft zijn voorganger daarvoor de credits.

Maar van de 9000 miljard frank van het bruto binnenlands product (bbp) komt slechts 10 procent voor rekening van de overheid. De immense staatsschuld bestaat nog steeds: nu zo'n 110 procent van het bbp, maar de daling gaat snel genoeg om verzekerd te blijven van een plekje in euroland. Wel kraakt het land nog onder de rentelast van 700 miljard frank op jaarbasis. Het is de belangrijkste verklaring voor de zware fiscale druk in België.

Het is vooral de opleving van het bedrijfsleven, en dan eigenlijk alleen in Vlaanderen, die volgens analisten de vrijgevigheid van Reynders mogelijk maakt. 'Het geloof in de toekomst is er weer', verklaart Georges Allaert, hoogleraar ruimtelijke economie aan de Gentse universiteit. De groeicijfers van de economie spreken boekdelen. De afgelopen vijf jaar varieerden die al van twee tot drie procent, sommige voorspellingen voor 2000 gaan voorbij de vier. De werkloosheid daalt gestaag en is onder de tien procent gezakt.

Maar Allaert vindt het nog te vroeg om van een ware wederopstanding te spreken. 'Er is een economie van twee snelheden. Vlaanderen gaat goed, maar Wallonië blijft ver achter.' Ter illustratie twee gegevens. Van het totaal aantal investeringen in België pompt het bedrijfsleven 80 procent in activiteiten op Vlaams grondgebied. Een onderzoek naar honderd top locaties in België leverde 91 plaatsen boven de taalgrens op.

Allaert schrijft het succes van Vlaanderen toe aan clustervorming rond moderne industrieën. Hij noemt de chemie in Antwerpen en Limburg, de wat meer verspreide metaalverwerking, de logistieke sector rond de havens van Antwerpen en de textielsector tussen Gent en Kortrijk. 'Grote ondernemingen hebben zich teruggeplooid op hun core-business. Daar profiteerde het omliggende midden- en kleinbedrijf van.'

Fraai voorbeeld is de automobielsector. Met fabrieken van Opel, Volkswagen, Ford en Volvo in huis, is België wereldkampioen auto's maken. Dat de concerns steeds minder onderdelen zelf willen fabriceren, betekent meer werk voor gespecialiseerde toeleveranciers.

Allaert: 'In Vlaanderen bestaat al eeuwen een traditie van familiebedrijven. Daar is een enorme kennis opgebouwd. Dat zie je onder meer in de textielnijverheid. Voor de pure productie is men uitgeweken naar landen met lage lonen, maar voor innovatie, de ontwikkeling van synthetische tapijten om maar iets te noemen, moet je nog echt bij ons zijn.'

Ook de hightech-sector ontkiemt. Vaandeldrager is het spraaktechnologiebedrijf Lernout & Hauspie, dat het hart vormt van Flanders Language Valley bij Ieper. Bij Hasselt ontstaat een park van multimedia-bedrijven.

Hoewel dergelijke ontwikkelingen veel aandacht trekken, is de bijdrage aan de economie nog beperkt, tekent Allaert aan. 'Twee procent, hooguit.' Aan de beurs in Brussel is de sector uit vrees voor onderwaardering maar mager vertegenwoordigd. Nogal wat ondernemingen preferen een notering aan de elektronische beurzen Nasdaq of Easdaq.

Wallonië, nog altijd zwaar getekend door de teloorgang van de kolenmijnen en de staalindustrie, mikt ook op de nieuwe economie. Rond de universiteit van Louvain-la-Neuve hebben zich bedrijfjes genesteld, Charleroi en Luik lokken ondernemingen naar ruime bedrijfsterreinen aan de rand van de stad. Hun charmes: goedkope grond, goede bereikbaarheid en de beschikbaarheid van arbeidskrachten.

Volgens Allaert zal het nog geruime tijd duren voordat Wallonië kan aanklampen. De komst van hightech-bedrijven heeft maar beperkte gevolgen voor de directe omgeving, zegt hij. Ook sluit het aanbod van de doorgaans laaggeschoolde werknemers niet aan op de vraag uit de branche. Als Wallonië op de been krabbelt, zal dat niet op eigen kracht zijn, maar moet dat worden toegeschreven aan het florerende Vlaanderen, is zijn voorspelling. Ruimtegebrek en een tekort aan personeel zal de succesvolle Vlaamse ondernemer uiteindelijk dwingen om de taalgrens fysiek te overschrijden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden