Wachten op de wolf

Met zijn stichting ARK Natuurontwikkeling zet Wouter Helmer zich in voor een vrij toegankelijke natuur: voor mens en dier en plant....

‘En de wolf. De wolf komt er ook aan.’Wouter Helmer (48), ecoloog en directeur van ARK Natuurontwikkeling, propagandist van ‘echte natuur’, kijkt even opzij of zijn opmerking wel het juiste effect heeft. En vervolgt dan: ‘De wolven zitten nu bij Bremen, op 200 kilometer van de Nederlandse grens. Als ze dit jaar jongen krijgen, kunnen die over twee jaar in Nederland staan.’

Na een korte stilte: ‘Ik vermoed dat nog niet iedereen dat beseft.’

Inderdaad.

We zijn nog niet eens bekomen van het idee dat de lynx eraan komt, dat dit roofdier ‘staat te trappelen’ om ons land binnen te komen. Daarover was Wouter Helmer zojuist aan het vertellen. Over de route die de lynx gaat afleggen.

Die route heeft Helmer samen met anderen uitgetekend. Er is een plaatje van, een affiche en een naam: de Veluweroute, een variant op de vermaledijde Betuwelijn.

De Veluweroute dus. Nu al zit de lynx volop in de Duitse Eifel en in de Ardennen en hij zal vanaf de Meinweg achter Roermond, via de Maasduinen en de aangrenzende Duitse gebieden, via een nog te overbruggen barrière bij Gennep en Milsbeek, door het Reichswald en het Rijk van Nijmegen, via de Gelderse Poort naar de Veluwe komen. En later, als er nog meer barrières zijn geslecht, kan hij door naar de Oostvaardersplassen en naar de Utrechtse Heuvelrug.

Als de lynx daar eenmaal is gearriveerd, zou dat betekenen dat het netwerk van natuurgebieden, de Ecologische Hoofd Structuur (EHS) in Nederland zo ongeveer af is. En dat niet alleen de lynx, maar ook het edelhert, het wilde zwijn, de marterachtigen en honderden andere ooglijke en onooglijke dier- en plantensoorten een enorm leefgebied hebben. En de wolf dus ook.

Helmer: ‘Dat is het doel: een groot aaneengesloten gebied. Robuuste natuur, inclusief kadavers en roofdieren. Natuur die zichzelf kan bedruipen. En waar mensen kunnen struinen wat ze willen.’

Struinen met wolven.

Kudde Konikpaarden

Eerder op de ochtend. Wouter Helmer zit op de bijrijderstoel als we een kudde dravende Konikpaarden zien, benedendijks in het ruige uiterwaardenlandschap van de Millingerwaard. ‘Rawhide in de polder’, grijnst hij. Op andere, nattere plekken spreekt hij opgetogen van ‘Camargue in de polder’. Daar zien we honderden watervogels en waterplanten. In wat zanderigere gebieden wijst hij naar salieplantjes, een van de vele soorten bedreigde stroomdalplanten die hier sinds een paar jaar weer groeien. En dan die machtige rivier met die flinke boten en in de verte, aan de overkant, nog meer natuur.

Helmer is trots. Hij is de drijvende kracht achter het ontstaan van 18 kilometer aaneengesloten natuurgebied langs de Waal, van Millingen tot Nijmegen. En ook elders in de Gelderse Poort heeft Helmer en zijn stichting ARK visitekaartjes. De Gelderse Poort geldt inmiddels als internationaal voorbeeldproject van hoe je ‘echte natuur’ terugbrengt in deltagebied.

En het is nog niet eens af. Her en der is het boerenland nog maar net natuur geworden, dus staat er nog prikkeldraad omheen en is het voormalige weiland nog te herkennen. Op andere plekken zijn de kleiafgravers nog maar net weg en moet de spontane natuurontwikkeling nog beginnen. Helmer verheugt zich nu al. ‘Het is een feest om te zien, die veerkracht van de natuur.’

Intussen zien we, alsof het niks is, een grote zilverreiger en spreekt Helmer van de terugkeer van de zwarte wouw en de wilde kat, van vlinders, libellen, vissoorten en insecten in het gebied en in de rivier zelf. En van tachtig bijzondere plantensoorten die nu ook verder stroomafwaarts een kiembed vinden. Het meest aansprekend is natuurlijk de terugkeer van bevers, reeën, runderen, halfwilde paarden en straks, als het aan Helmer ligt, ook het edelhert, het wilde zwijn en dus de lynx en de wolf.

Edgar Doncker Prijs

Hij krijgt deze maand een prijs, de Edgar Doncker Prijs, vernoemd naar een zakenman en natuurliefhebber uit Kennemerland. Wouter Helmer krijgt de 150 duizend euro vanwege de daadkracht en dynamiek van zijn stichting ARK Natuurontwikkeling (‘We hebben geen kantoor, we blijven bewust klein, we hebben geen gebied in eigendom’) en vanwege zijn natuuropvatting, die aanvankelijk erg omstreden was.

Helmer: ‘Toen wij in 1989 ARK oprichtten en zeiden dat we de natuur de ruimte wilden geven in de uiterwaarden, beweerden wetenschappers dat dat alleen maar brandnetels en wilgen zou opleveren. Natuurbescherming was destijds heel conservatief, heel erg gericht op behoud van wat er nog was. Mensen konden maar het beste geweerd worden en iedere verandering werd gezien als een verslechtering. Er werd alleen achterom gekeken naar het agrarisch cultuurlandschap van rond 1900. Dat was het ideaal. Het gevolg, tot op de dag van vandaag: een agrarisch natuurbeheer, met zinloos en duur beleid om weidevogels te beschermen. Wij zeiden: planten en dieren zoeken voortdurend naar kansen, naar nieuwe voedselbronnen. Je moet ruimte geven aan die dynamiek, je moet ruimte maken dus. Vooruit denken en de huidige maatschappij als uitgangspunt nemen.’

‘Vertrouwen’ is het sleutelwoord in de filosofie van Helmer. Vertrouwen in de natuur, in mensen en in bedrijven. Dus wordt er in de Gelderse Poort volop samengewerkt met steenfabrieken, waterschappen, kleiafgravers en andere bedrijven en maatschappelijke organisaties. En dus is de natuur vrij toegankelijk voor iedereen. Geen bordjes, geen aangelegde paden, geen hekken.

Helmer: ‘Het barst hier nu van de dieren en van de mensen. Er is een uitgebreide recreatiesector ontstaan. Als de natuur maar robuust is en de ruimte heeft, dan kan dat helemaal geen kwaad. Het mooie is: vroeger liep ik hier op zondagochtend in mijn eentje. Nu komen er alleen al in de Millinger theetuin veertigduizend mensen per jaar. De hele Gelderse Poort trekt miljoenen mensen per jaar. Het is weer de voortuin van Arnhem en Nijmegen geworden.’

‘Hier zou dan een viaduct moeten komen,’ zegt Helmer later, als we op de N325 van Nijmegen naar Kleef rijden. ‘Deze weg is te druk, dieren kunnen hier niet oversteken zonder gevaar voor eigen leven. De stap van het Rijk van Nijmegen naar de Gelderse Poort en terug kunnen ze niet maken.’ Een ontbrekende schakel dus, een van de vele barrières in de ecologische infrastructuur, waaraan al jaren gewerkt wordt in Nederland. Het schiet de laatste jaren niet op met die EHS. Het proces stagneert. Tot verdriet van Helmer.

Een belangrijk deel van zijn prijzengeld wil hij daarom besteden aan zijn volgende project: Missing Lynx. Hij wil grootscheeps gaan propageren dat de geplande verbindingen tussen natuurgebieden er ook werkelijk komen. Want de lynx heeft nog wel een zetje nodig. Het roofdier is al meerdere malen in Limburg gesignaleerd, maar heeft ons land steeds weer spoorslags verlaten. Vanwege de barrières en obstakels. Helmer: ‘Er liggen nog kilometers intensief landbouwgebied in de weg. Toch kun je op vitale plekken al vrij snel iets doen. Het gaat vaak maar om een paar honderd hectaren die je een beetje creatief moet herschikken.’

Barrières zichtbaar maken helpt, vandaar dat we nu op weg zijn naar een obstakel in de groene, grote beestensnelweg. Maar eerst nog even die vraag beantwoorden die almaar in de lucht blijft hangen: schrikken we ons straks niet kapot van die roofdieren, gewend als we zijn aan veilige natuur met hekjes, bordjes en paadjes?

Doodschieten

Helmer: ‘Er zal veel reuring ontstaan als de wolf in Nederland opduikt. De vraag is ook: schieten we de wolven aan de grens dood of geven we ze de ruimte? Ik zie het als mijn taak enthousiasme los te maken in plaats van angst en klassieke afweerreacties. Daarom beginnen we er nu al vast mee.’

Reuring hoeft overigens niet per se negatief te zijn, meent Helmer. ‘De horeca rond de Veluwe sprong in 2005 een gat in de lucht vanwege die vermeende poema. Iedereen wilde een glimp van dat beest opvangen. Ik denk dat het met de wolven en lynxen net zo zal gaan. Het zijn schuwe en teruggetrokken beesten, dus we zullen ze nauwelijks zien, maar een gebied met dit soort dieren is toch een stuk interessanter. Er gaan heel veel mensen naar de Millingerwaard omdat je hier fantastische beversporen kunt zien. Maar het dier zelf tref je nooit. Het gaat om het idee. Gebieden waar geen hekken staan om runderen en paarden zijn extra aantrekkelijk, juist omdat het spannend lijkt. Mensen vinden het prachtig. En het is ook verrijkend. Dat lijkt om te lachen, maar uit onderzoek blijkt dat mensen geestelijk, fysiek en emotioneel rijker worden van dit soort natuur.’

En dan staan we opeens op een parkeerplaats bij eethuis De Diepen, vlak voor Milsbeek. Met links de rand van het Reichswald, Duitsland dus, en rechts uitgestrekte Nederlandse akkers. Een barrière op de Veluweroute, tussen het Reichswald en het Rijk van Nijmegen en de Maasduinen, slechts een paar kilometer verder. Op dit soort gebieden wil ARK zich in de komende tijd richten, in het kader van Missing Lynx. ‘We proberen de mensen en de instanties hier warm te krijgen voor het overbruggingsgebied dat er volgens de landelijke plannen moet komen.’

Dat gaat niet vanzelf. Dus organiseert ARK excursies en zoekt de stichting naar mogelijke partners. ‘Dat zou in dit geval een zandafgraver kunnen zijn, die grond overneemt van een of meerdere boeren. Na het afgraven kan dan de natuur zijn gang gaan.’

Helmer wil nog meer laten zien. Om de hoek, het weggetje waar we net reden, de Zwarte Weg, tussen het Reichswald en het Nederlandse St Jansbos. Hier liggen dode hagedissen. ‘Aan de Duitse kant zitten levendbarende hagedissen. Het lukt ze niet om levend de overkant te halen. Iedere keer worden ze weer doodgereden.’

Wat Helmer daarmee wil zeggen? Dat overbruggingen soms heel klein kunnen zijn.

Nog een belangrijk punt, even verderop: een klein gat in een hek. ‘Hier kan een jong wild zwijn doorheen.’ Helmer kijkt er triomfantelijk bij, want hij is voorstander van hekloze natuur. ‘Het is toch absurd dat de herten en wilde zwijnen uit het Reichswald hier bij de grens niet verder kunnen? Alleen maar, omdat ze in Nederland alleen op de Veluwe en in de Oostvaardersplassen mogen zijn.’

Nou, dan heeft Helmer een verrassing. Glunderend: ‘Het wilde zwijn zit inmiddels in heel Zuid-Oost Nederland. Ze zijn overal door gaten in de hekken van het Reichswald gekropen. Dat vind ik een mooi beeld, de natuur die niet te stoppen is door hekken.’

Dat de wilde zwijnen inmiddels een voorschot hebben genomen op toekomstig natuurbeleid, heeft Helmer zelf ervaren. Zijn grote tuin bij zijn huis in het bos, op de Veluweroute, vond hij onlangs volledig omgewoeld terug; wilde zwijnen. ‘Ik kan me er moeilijk om beklagen, want dit is wat we nastreven, haha.’

Rest nog een prangende vraag, die weer opkomt als we vanaf de Nijmeegse heuvelrug in de verte de Waal zien stromen. Hoe komen al die beesten de rivieren over?

‘Simpel’, zegt Helmer. ‘Ze zwemmen. Al die beesten kunnen uitstekend zwemmen. Kijk maar eens naar een hond, die hou jij niet bij. Reeën zwemmen helemaal fantastisch.’

En op een gegeven moment beslissen die wolven, die lynxen, die herten: goh, ik zwem maar eens naar de overkant?

‘Ja. Maar pas als er echte populatiedruk is. Of noodzaak. In Duitsland zit ergens langs de Rijn een grote populatie wilde zwijnen. Ieder jaar, als het hoog water wordt, zwemmen ze de rivier over naar een hoge plek aan de overkant.

‘We hebben het hier ook meegemaakt met een rund. We moesten het vangen voor een veterinaire controle. Daar was het beest niet van gediend. Dus zwom hij naar de overkant, heel behendig laverend, tussen de zesbaksduwvaart door.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden