Wacht niet op gouden tijden, maak nu keuzes

Oud-premier Wim Kok sprak dinsdag ter ere van honderd jaar FNV. Via een terugblik op zijn carrière, maant hij de vakcentrale nu keuzes te maken....

Wim Kok

Persoonlijk ben ik vanaf het begin van de jaren zestig als het ware 'vergroeid' geraakt met het overlegmodel, zo kenmerkend voor de Nederlandse arbeidsverhoudingen.

Die goed gestructureerde arbeidsverhoudingen en overlegcultuur hebben ons land geen windeieren gelegd. Een belangrijk uitvloeisel van de sociale dialoog, is ontegenzeggelijk dat meningsverschillen tussen partijen bijna als vanzelfsprekend, tot geringere proporties worden teruggebracht.

Sociaal overleg wordt - zeker de laatste jaren - door sommigen wel vereenzelvigd met stroperige veelpraterij, die per saldo meer tijd vraagt dan resultaten oplevert. Die typering gaat voorbij aan de strategische betekenis van het elkaar werkelijk doordringen en overtuigen van de noodzaak of onontkoombaarheid van bepaalde beleidsbeslissingen of hervormingsmaatregelen. Maar ook van grenzen die daarbij in acht moeten worden genomen.

Ik herinner mij uit mijn beginjaren als minister-president (het was medio jaren negentig) dat ook onder politiek complexe omstandigheden het inschakelen van sociale partners soms tot zeer waardevolle uitkomsten leidt. Het befaamde compromis tussen flexibiliteit en zekerheid op de arbeidsmarkt, dat ten grondslag lag aan de spectaculaire groei van de werkgelegenheid in de tweede helft van de jaren negentig, was zonder de Stichting van de Arbeid , waarschijnlijk nog moeizamer of later tot stand gekomen en had veel meer controverses opgeroepen.

Gedurende de reeks van jaren dat ik - eerst in de vakbeweging, daarna in de politiek - beleidsverantwoordelijkheid droeg, heb ik ervaren hoezeer je oordeel over noodzaak en waarde van overleg en overlegresultaten soms kan verschillen, afhankelijk van de maatschappelijke of politieke positie die je inneemt en de verantwoordelijkheden waar je uiteindelijk voor staat. Laat ik op twee voorbeelden wat nader ingaan : 1. de (te lange) aanloop naar het Akkoord van Wassenaar in 1982; en 2. het WAO-conflict in 1991.

Allereerst het Akkoord van Wassenaar, alom geprezen omdat men zich moeilijk kan voorstellen dat ons land zich met succes aan de massale werkloosheid van eind jaren zeventig begin jaren tachtig had ontworsteld zonder een dergelijke afspraak op centraal niveau. Het water stond in die jaren tot aan de lippen. Juist daarom gebiedt de eerlijkheid te erkennen dat het - terugkijkend - wenselijk was geweest wanneer een dergelijk akkoord al een paar jaar eerder tot stand was gekomen.

De prijs die daarvoor werd betaald, was niet gering: een trager verlopend economisch herstel en dus ook een veel langzamer verlopende daling van de massale werkloosheid, ook onder jongeren. Overigens nog dit: zelfs het uiteindelijke Akkoord van Wassenaar, zoals het in 1982 tussen werkgevers en werknemers is afgesloten, werd ons door niet iedereen in de vakbeweging in dank afgenomen. En dan druk ik mij nog mild uit.

Dan het WAO-conflict. Ik was, zoals bekend, eind 1989 minister van Financiën geworden in het derde kabinet Lubbers. De economische ontwikkeling begon in de loop van 1991 lelijk te stagneren en dat zorgde voor nog meer druk op de inspanningen, die volgens de regering al noodzakelijk waren om via jaarlijkse stapjes het financieringstekort aanmerkelijk terug te brengen.

Bij ongewijzigd beleid zouden komende generaties voor te zware schulden- en rentelasten moeten opdraaien. En zou er in de jaren die volgden onvoldoende ruimte vrijkomen op de rijksbegroting voor echte prioriteiten, zoals meer investeringen in onderwijs, zorg, veiligheid en milieu. Forse uitgavenbeperkingen waren dus onontkoombaar, ook in de sociale zekerheid. Het was de tijd van de zogeheten 'Tussenbalans'.

In die periode verkeerden wij te lang in de veronderstelling en brachten dat ook naar buiten (ook ik) dat de ingrepen die onvermijdelijk waren, niet op de hoogte en duur van de uitkering bij arbeidsongeschiktheid hoefden te drukken. Voortschrijdend inzicht moest wel tot de slotsom leiden dat de volume-ontwikkeling in de WAO zo niet langer kon doorgaan. Het vervolg is bekend. Het SER-advies over het arbeidsongeschiktheidsvraagstuk werd door het kabinet niet opgevolgd. De sociale partners, in het bijzonder de vakbeweging, voelden zich dusdanig in de steek gelaten dat sprake was van een vertrouwensbreuk. Een weinig vreugdevolle periode.

Conclusie: er kunnen zich omstandigheden voordoen waar verschillen van inzicht of zelfs ernstige conflicten mede hun oorzaak vinden in sterk uiteenlopende, niet onder een noemer te brengen verantwoordelijkheden.

Toch heb ik met grote verbazing het ontstaan en de escalatie van het recente conflict tussen kabinet en vakbeweging gadegeslagen. Vooral omdat in mei vorig jaar de verschillen zo geweldig klein leken. Te klein, zo oogde het, om daarop een cruciaal Voorjaarsoverleg te laten stranden. Den Haag leek bewust aan te koersen op het isoleren van de vakbeweging als onderhandelingspartner, getuige ook de soms zelfs honende opmerkingen over het ten dode opgeschreven overlegmodel. Driehonderdduizend mensen op het Museumplein hebben de vakbeweging weer op de kaart gezet, wat heeft gezorgd voor de wedergeboorte van het sociaal overleg.

Het is duidelijk dat voor een houdbaar stelsel van sociale zekerheid in Europa een hoger peil van werkgelegenheid en een jaarlijkse groei van de arbeidsproductiviteit, vergelijkbaar met concurrerende economiën elders in de wereld, een must is. Het recente rapport van de Lissabongroep, die ik mocht voorzitten, bevat daarvoor gerichte aanbevelingen. Europa, en Nederland, moet naar een structureel hoger groeipad. De discussie over het aantal gewerkte uren per jaar, de vormgeving van aanvullende arbeidsmarktmaatregelen, voor een hogere arbeidsparticipatie, en ook het langer doorwerken - op een flexibele basis en in samenhang met flexibeler pensioenschema's - krijgen een voorname plaats op de sociaal-economische agenda.

Reken niet op het aanbreken van 'gouden tijden' die lastige keuzes wellicht overbodig maken. De ervaring leert dat hoe langer met onafwendbare keuzes of aanpassingen wordt gewacht, hoe hoger de prijs die betaald moet worden.

Ik wens de FNV, samen met andere advies- en overlegpartners, een eigentijdse sociale dialoog en brede economische hervormingsagenda toe , als grondslag van een gezonde toekomst van dit land.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden