analyse economie in transitie

Waarom zeggen we nog ‘ontwikkelingsland’? Zeg liever ‘land op level 1’

Een offshorebedrijf in Nigeria. Als de trend doorzet, komen de meeste mensen in het Afrikaanse land in 2040 op het hoogste inkomensniveau ‘level 4’. Beeld George Osodi/ Getty Images

De wereld staat er beter voor dan we denken, schrijft de Zweedse statisticus (en degenslikker) Hans Rosling. Wie nog spreekt van ‘ontwikkelingslanden’ mist het goede nieuws: driekwart van de mensheid leeft tegenwoordig in middeninkomenslanden, halverwege tussen arm en rijk in. Waarom houden ngo’s en de overheid dan vast aan die oude term?

Is Singapore een ontwikkelingsland? Nee, zou je denken: de inwoners van de ‘Leeuwenstad’ zijn nota bene rijker dan wij. Het bbp per Singaporees is 57 duizend euro, 10 duizend euro hoger dan per Nederlander. Maar in de ogen van de Verenigde Naties is de stadstaat niettemin een ontwikkelingsland: ook in de nieuwste editie van het World Economic Situation and Prospects Report, een van de vlaggeschepen onder de VN-rapporten, staat Singapore in het rijtje met ‘ontwikkelende economieën’, net als het eveneens welvarende Taiwan en Zuid-Korea. Het enige Aziatische land dat zich volgens de Verenigde Naties een ‘ontwikkelde economie’ mag noemen is Japan. Het straatarme Tadzjikistan mag zich net als onder meer Albanië en Azerbeidzjan dan weer een ‘economie in transitie’ noemen, en staat daarmee hoger in de VN-pikorde dan Singapore, ook al zijn de Singaporezen 77 keer zo rijk als de Tadzjieken.

Het tekent het achterhaalde wereldbeeld waarover de Zweedse arts en statisticus Hans Rosling (1948-2017) fulmineerde in zijn postuum verschenen boek Factfulness: Ten Reasons We’re Wrong About the World – and Why Things Are Better Than You Think (2018). In zijn boek pleitte Rosling voor het afschaffen van de term ‘ontwikkelingslanden’, en dan niet omwille van politieke correctheid, maar van feitelijke correctheid.

Neem kindersterfte en het aantal baby’s per vrouw, belangrijke graadmeters van de ontwikkeling van een land. Wie landen uitzet in een grafiek met op de x-as het aantal baby’s en op de y-as de overlevingskansen van kinderen tot 5 jaar, ziet de wereld perfect verdeeld in ontwikkeld en onontwikkeld. Links onderaan prijkt een select clubje westerse landen met kleine gezinnen (gemiddeld 2 of 3 kinderen) en lage kindersterfte (meer dan 95 procent van de kinderen haalt hun vijfde verjaardag), terwijl rechts het overgrote deel van de wereldbevolking staat, met grote gezinnen (gemiddeld vijf of meer kinderen) en relatief hoge kindersterfte (tussen de 5 en 40 procent van de kinderen sterft voor hun vijfde jaar).

Beeld de Volkskrant

Totaal veranderde wereld

Er is alleen één probleem met deze grafiek, schrijft Rosling: ze laat de wereld zien in 1965. Ruim een halve eeuw later is de wereld totaal veranderd. Inmiddels bevindt 85 procent van de mensheid zich in wat in de jaren zestig als de ‘ontwikkelde wereld’ gold, met kleine gezinnen en lage kindersterfte. Nog eens 9 procent bivakkeert ergens tussen ontwikkeld en onontwikkeld in. Hetzelfde fenomeen tekent zich af qua welvaart, merkte Rosling op: 75 procent van de mensheid leeft tegenwoordig in middeninkomenslanden, halverwege tussen arm en rijk in. Natuurlijk, extreme armoede bestaat nog steeds, maar het leeuwendeel van de mensheid leidt anno nu een ‘redelijk goed leven’, schreef Rosling.

De grafiek van Gapminder, een door onder anderen Hans Rosling opgerichte ngo, toont de gezinsgrootte en kindersterfte per land. Het laat de ontwikkeling tussen 1800 en 2018 zien. Nederlandse gezinnen krompen bijvoorbeeld van bijna 5,5 kind per vrouw in 1878 tot (ruim) minder dan 2 kinderen anno nu.

‘De meesten van ons hebben een volledig verouderd idee over de rest van de wereld’, concludeerde de Zweed, die zijn populaire lezingen vaak afsloot door gehuld in een glitterhemdje een degen te slikken – een halve meter lange Zweedse legerbajonet uit 1815 om precies te zijn – om te bewijzen dat ‘het ogenschijnlijk onmogelijke mogelijk is’. Niemand zou de snelweg op durven met een kaart uit 1965 in zijn TomTom, of een diagnose accepteren van een dokter die een halve eeuw geleden voor het laatst zijn medische kennis heeft bijgespijkerd. Dat we toch zo hardnekkig vasthouden aan ons gedateerde wereldbeeld weet Rosling aan wat hij het ‘kloofinstinct’ noemde: ‘de onweerstaanbare neiging om van alles en nog wat in te delen in twee afzonderlijke en vaak tegenovergestelde groepen, met daartussen een imaginaire kloof – een diepe afgrond van onrechtvaardigheid’.

Imaginaire kloven

Rijk en arm, ontwikkeld en onontwikkeld, wij en zij, het zijn allemaal imaginaire kloven, vond Rosling. Daarom stelde hij een andere, meer fijnmazige categorisering voor in vier ‘levels’ of inkomensniveaus. Ongeveer driekwart miljard mensen bevinden zich op level 1: ze leven van ongeveer 1 dollar per dag, oftewel in extreme armoede. Voor drinkwater moet je een uur lopen naar een smerig moddergat en je vijf of meer kinderen lopen voortdurend het risico om nog voor het einde van hun kleutertijd te bezwijken aan de een of andere lullige ziekte, want geld voor zoiets simpels als antibiotica heb je niet. In landen als Congo-Kinshasa en Burundi leeft het merendeel van de bevolking op level 1.

De meeste Nigerianen, Indiërs en Ghanezen leven inmiddels op level 2, waar ze rondkomen van tussen de 2 en 8 dollar per dag. In totaal leven ruim 3 miljard mensen zo. Ze kunnen zich een gasfornuis en kippen veroorloven en een matras om niet op de aarden vloer te hoeven slapen, schrijft Rosling. Ze hebben genoeg geld om eten te kopen dat ze niet zelf hebben verbouwd en als de elektra het niet laat afweten kunnen hun kinderen huiswerk maken bij het licht van een peertje, hoewel de stroomvoorziening vaak nog te grillig is voor een koelkast.

In 1990 leefden ruim vier op de tien wereldbewoners in extreme armoede (oftewel van minder dan 1,85 dollar per dag), in 2019 nog maar één op de tien. Als de huidige trends doorzetten zullen in 2040 de meeste mensen op het hoogste inkomensniveau ‘level 4’ – oftewel boven de 32 dollar per dag – buiten Europa en de Verenigde Staten wonen, bijvoorbeeld in China, Egypte of Nigeria. Dit is allemaal te zien op de website gapminder.org.

Middeninkomenslanden

Level 2 en 3 vormen samen de middeninkomenslanden. Op level 3 komen grofweg 2,5 miljard mensen, onder wie de meeste Chinezen, Indonesiërs en Mexicanen, rond van tussen de 8 en 32 dollar per dag, met stromend water en goede elektra in huis en zelfs genoeg geld om de kinderen mee op vakantie te nemen, al is het misschien hooguit een middagje naar het strand. Als de kinderen de middelbare school weten af te maken, zullen ze waarschijnlijk een beter betaalde baan kunnen krijgen dan hun ouders ooit hebben gehad, schrijft Rosling. En ten slotte leven bijna een miljard mensen, onder wie de meeste Nederlanders, op level 4, oftewel van meer dan 32 dollar per dag.

Na jarenlange kritiek van Rosling maakte de Wereldbank eind 2015 bekend af te stappen van de term ‘ontwikkelingslanden’, terwijl filantroop Bill Gates de term vorig jaar in de ban deed ten faveure van de vier levels van Rosling. ‘Elke categorisering die China en Congo-Kinshasa op één hoop gooit is te breed om nuttig te zijn’, schreef Gates.

Nederlandse ngo’s zien ook de beperkingen in van de term ontwikkelingslanden, maar breken zich het hoofd over een geschikt alternatief. ‘Het woord ‘ontwikkelingsland’ hebben wij tot nu toe niet bewust gemeden, al zijn we er op onze website niet heel erg scheutig mee’, zegt het Hivos – oorspronkelijk het ‘Humanistisch Instituut Voor Ontwikkelingssamenwerking’ – in een reactie. ‘Het is meer een gebrek aan beter als we een groep landen willen kwalificeren. We denken dat je landen beter bij naam kunt noemen; ook het gebruik van een term als ‘landen in het Zuiden’ versterkt Noord-Zuid-denken en dekt de lading niet.’

Google

Het lastige, zegt Cordaid, is dat woorden als ‘ontwikkelingsland’ na meer dan een halve eeuw gebruik niet zo makkelijk uit te burgeren zijn. ‘Iedereen wil graag dat zijn website goed wordt gevonden door Google en als wij alleen termen zouden hanteren waar niemand naar zoekt, lopen wij mogelijk veel online verkeer mis.’ ‘Eigenlijk heb je hierbij de media nodig om alternatieve woorden gangbaar te maken’, zegt ook Oxfam Novib. Touché: alleen al de afgelopen 12 maanden figureerde de term ontwikkelingslanden in bijna zeventig artikelen in de Volkskrant.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken ziet vooralsnog geen reden voor andere woorden. Het ministerie zegt zich bij het gebruik van de term ontwikkelingslanden te baseren op gegevens van onder meer de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) en de Verenigde Naties, die landen rangschikken op basis van ontwikkelingsniveau. ‘Hierin zit geen normatieve beoordeling.’ ‘Overigens’, voegt een woordvoerder van het ministerie toe: ‘als het welvaartsniveau in een ‘ontwikkelingsland’ verandert, kan de band met Nederland veranderen van een ontwikkelings- naar een handelsrelatie. Dat is bijvoorbeeld gebeurd bij landen als Vietnam en Colombia.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden