Waarom overdrijven we onze economische toestand toch altijd zo?

Frank Kalshoven blikt terug op zijn voorspellingen van vijf jaar geleden

We zijn onnodig somber over de economie, schreef Frank Kalshoven vijf jaar geleden. En nu ziet hij misplaatste euforie. Dat gezwalk kost miljarden. Gelukkig is er iets aan te doen.

Beeld Tim Peacock / de Volkskrant

Elke maand, sinds april 1986, belt het Centraal Bureau voor de Statistiek dik tweeduizend mensen op en vraagt hoe het volgens hen gaat met de Nederlandse economie. Grofweg de helft neemt op en geeft antwoord. Deze antwoorden verwerkt de vaderlandse feitenfabriek in een getal dat het 'consumentenvertrouwen' wordt genoemd. Dit consumentenvertrouwen is een stemmingsbarometer voor alle mensen in Nederland. Hoe voelen we ons, economisch gezien? Is de stemming positief of negatief? Hebben we zin in de aanschaf van een auto, een bank of een laptop? Of wachten we liever even?

Vandaag voelen we ons heerlijk. We voelen ons om precies te zijn 23. Dit betekent dat veel meer mensen een goed gevoel hebben over de economie dan er mensen zijn die er een slecht gevoel over hebben. Als beide groepen even groot zijn, is het consumentenvertrouwen namelijk nul. Naarmate er meer mensen een slecht gevoel hebben daalt het vertrouwen tot onder nul.

Dit was bijvoorbeeld het geval in november 2012. Toen voelden we ons minus 33. Dat is, in meteorologische termen, zeer strenge vorst. In psychiatrische termen: een zware depressie. In medische zin: levensgevaarlijke onderkoeling.

In die kommervolle gevoelstoestand van de Nederlandse consument schreef ik de column die onderaan dit artikel nogmaals staat. De korte samenvatting: we overdrijven. In de nasleep van de grote financiële crisis die in 2008 begon was enige somberte op zijn plaats. Maar we overdreven destijds schromelijk. We waren negatiever dan de toestand objectief gezien rechtvaardigde.

Lees verder onder de grafiek.

Dus ja, ik kom hier ook even mijn gelijk halen. Dankuwel.

Mijn vraag is nu echter een andere: hoe komt het dat we met z'n allen overdrijven als we de economische toestand inschatten? En valt daar iets tegen te doen? En waarom zouden we dat willen?

De staccato-antwoorden zijn (voor de mensen met weinig tijd): het komt door het beschikbaarheidseffect, verliesaversie en rationeel kuddegedrag; ja, er bestaan kalmeringspilletjes (maar daar is lastig aan te komen); en we moeten daar toch naar op zoek, omdat ons overdrijven serieuze schade veroorzaakt.

Schade

Als het om klein bier ging, hoefden we ons weinig zorgen te maken over onze psychologisch overdreven inschatting van de stand van het land. Maar de schade is immens. De aan de Erasmus Universiteit verbonden hoogleraar economie Bas Jacobs schat de totale schade van de voorbije crisis op zo'n 60 miljard euro. Per jaar. Tot het einde der tijden. Dat is een plas bier die het hele land jaar in, jaar uit in een staat van dronkenschap kan houden, eeuwigdurend.

Dat werkt zo. Omdat we zo somber waren, gaven we weinig geld uit. Omdat we zuinig waren, hoefden bedrijven minder goederen en diensten te produceren. Omdat er minder geproduceerd hoefde te worden, hadden die bedrijven minder werknemers nodig, én minder nieuwe machines. Een deel van de mensen die aan de kant is gezet komt nooit meer aan het werk. En een deel van die investeringen halen we nooit meer in. En die mensen die voortijdig zijn uitgerangeerd plus die investeringen die nooit meer zullen worden gedaan, tellen op tot 60 miljard euro per jaar.

Lees verder onder de grafiek.

Laat Jacobs er gerust 10 miljard naast zitten. Dan blijft de schade, de 'structurele schade aan het groeivermogen van de Nederlandse economie', duizelingwekkend groot. Laat onze overdreven reactie hier de helft van verklaren, dan hebben we het over 25 miljard euro per jaar.

En nee, zo'n verlies in slechte tijden wordt niet gecompenseerd door in goede tijden extra euforisch te zijn. Door euforie in goede tijden bespoedigen we slechts het einde van die goede tijden.

Kortom: het loont de moeite om na te denken of we niet wat gelijkmoediger kunnen worden in ons appreciatie van de stand van de economie. Dan zullen we toch eerst moeten weten waarom we zo overdrijven. Waarom overdrijven we zo?

Beschikbaarheid

We overdrijven zo, oorzaak nummer 1, vanwege het beschikbaarheidseffect. Ons feilbare brein heeft de onbedwingbare neiging zaken die vers in het geheugen liggen meer gewicht toe te kennen dan zaken van langer geleden. Dus als je in één krantenleesweek tegenkomt dat de economie lekker groeit, dat de werkloosheid daalt, dat de schatkist uitpuilt, en dat er mensen zijn die zich helemaal suf verdienen aan bitcoins of grootstedelijke appartementen, en het CBS belt met de vraag: hoe gaat het volgens u met de economie? Dan zeggen we: lekkerrrrr! Want dat hebben we beschikbaar.

En als, zoals in 2012, de faillissementen over de oplopende werkloosheid rollen, en de reddingsacties voor Griekenland wedijveren met het tekort in de schatkist, geven we het CBS het antwoord: nou eh, niet zo goed, volgens mij. Want dan hebben we dat beschikbaar in ons brein.

Lees verder onder de grafiek.

Pas op: nu niet de krant de schuld gaan geven. In slechte economische tijden is er nu eenmaal meer slecht economisch nieuws te melden (en vice versa). Het is onze eigen schuld, als lezers, dat we de beschikbaarheid van die brokjes negatieve informatie omvormen tot het algemene beeld: het gaat beroerd/geweldig met de economie.

Het beschikbaarheidseffect helpt dus te verklaren waarom we, psychologisch, overdrijven. Na een reeks negatieve berichten gaan we extra somberen. Na een reeks positieve berichten raken we euforisch. En in beide gevallen overdrijven we.

Juist omdat ik dat niet meer aan kon zien, vijf jaar geleden, schreef ik toen dat stukje. En ik schrijf desgewenst nu voor u op: we overdrijven nu de andere kant op. Het CBS noteerde vorige week veertien kwartalen economische groei op rij. Goed nieuws, zegt ons instinctieve brein. Maar na enig overdenken (waarover later meer) weet dat brein ook: o, dan zal de omslag naar lagere groei of krimp wel niet meer zo ver weg zijn.

Verliesaversie

Ons feilbare brein speelt meer spelletjes met ons. Naast het beschikbaarheidseffect zijn we gevoelig voor wat psychologen en economen verliesaversie noemen. We reageren, psychologisch, anders op winst dan op verlies. Van 1 euro winst worden we blij - maar van 1 euro verlies worden we verdrietiger dan we van 1 euro winst blij worden. Winst en verlies zijn niet symmetrisch.

Stijgende huizenprijzen bijvoorbeeld, daar worden we best blij van. We gaan wat meer besteden, bij bouwmarkt en meubelparadijs. Bij vermogenswinst, ook op papier, gaan we wat meer consumeren. Dat zien we dezer dagen gebeuren. Maar van dalende huizenprijzen raken we in de stress. Help, we staan onder water! De reactie: gauw gaan sparen om dat verlies aan vermogen weer goed te maken, ook al is er, nuchter bekeken, geen reden om dat te doen, en is er trouwens ook geen spaargedrag calvinistisch genoeg om het vermogensverlies door kelderende huizenprijzen goed te maken. Ja nou, toch maar doen.

Maar wat we sparen - of het helpt of niet - consumeren we niet. En omdat we niet consumeren daalt de vraag naar goederen en diensten verder, en drukken we, zonder dat we die bedoeling hebben, de economie verder in het slop.

Lees verder onder de grafiek.

Kuddegedrag

En dan zijn we ook nog kuddedieren. En dus lopen we, terwijl onze waarneming gekleurd wordt door het beschikbaarheidseffect, en onze hersenen ons vertellen dat verlies erger is dan winst fijn is, braaf blatend achter de kudde aan: het land staat op de rand van de afgrond! Wat, ten overvloede, dus onzin is.

Kan het erger? Ja, het kan erger. Het kuddegedrag kan een 'zelfvervullende voorspelling' veroorzaken. Er zijn dezer dagen mensen die denken dat een bitcoin een goede belegging is. Je koopt die dingen, en kijk, ze worden vanzelf meer waard! Met hun enthousiasme overtuigen de voorlopers de kudde om ook bitcoins te kopen. De vraag naar bitcoins stijgt hierdoor... met als gevolg dat de koers van bitcoins stijgt. Het werkt! Ja, het werkt, ongeacht of die bitcoins nu goed of fout zijn. En het werkt tot het ophoudt te werken.

Ditzelfde kuddegedrag stuwt beurzen soms omhoog, en laat banken omvallen. Dit heet irrationeel kuddegedrag.

En er bestaat ook nog zoiets als rationeel kuddegedrag. Dat is veelal iets voor professionals. Die denken: ik lift een tijdje met dat stomme kuddegedrag mee en ga er fijn geld aan verdienen. Anders dan de irrationele kuddedieren (die echt geloven dat een bitcoin kopen een goed idee is), weet de rationele meelifter dat hij vooral tijdig zijn winst moet pakken, z'n bitcoins moet verzilveren, en op zoek moet naar de volgende hype.

Pilletje

Is er geen remedie? Is de Homo manus depressivus behandelbaar? Kunnen we ons wapenen tegen onze schadelijke stemmingswisselingen? Zeker wel. Maar makkelijk is het niet.

Voor de eerste stap in het behandelplan kijken we niet naar onszelf, maar naar de overheid. Door goed begrotingsbeleid te voeren (de schatkist vol laten lopen in slechte tijden; de schatkist leeg laten lopen als het economisch tegenzit) tempert de overheid de uitslagen van de economie, en daarmee onze stemmingswisselingen.

Voert de overheid goed begrotingsbeleid? Neen. Het vorige kabinet-Rutte heeft, in economisch slechte tijden, de schatkist vol laten lopen; het huidige laat de schatkist weer leeglopen, juist nu het economisch beter gaat. Dat is dus het omgekeerde van goed begrotingsbeleid: slecht begrotingsbeleid. Twee kabinetten-Rutte hebben ons economisch én psychologisch geen goed gedaan.

Lees verder onder de afbeelding.

Beeld Tim Peacock / de Volkskrant

Voor de tweede stap in het behandelplan kijken we naar onszelf. Ja, sorry. Dat ons hoofd last heeft van het beschikbaarheidseffect is een biologisch feit; net als dat we verlies-avers zijn en ons als kuddedieren gedragen. Maar dat wil niet zeggen dat we ons niet kunnen wapenen tegen deze spelletjes van ons hoofd. Met het minder intuïtieve deel van ons hoofd, Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman noemt dat 'Systeem 2', kunnen we onze waarnemingen en ons eigen gedrag rustig observeren, objectiveren en overdenken.

Bijvoorbeeld: dat de marktwaarde van ons eigen huis daalt is jammer, maar huizenprijzen hebben de onbedwingbare neiging om na een daling weer te gaan stijgen. En er is geen dwingende reden voor ons om te gaan verhuizen. Dus de prijsdaling boeit ons feitelijk niet zo. Zo corrigeert het bezonken 'Systeem 2' het impulsieve 'Systeem 1'.

Bijvoorbeeld: veertien kwartalen groei op rij klinkt als goed economisch nieuws. Maar wacht eens even: de economie beweegt in golven. Dus als het al langere tijd goed gaat, zal de volgende economische neergang wel niet ver weg zijn. Systeem 2 corrigeert systeem 1.

En zo voort en zo verder. Het beste (tevens enige) medicijn dat van de Homo manus depressivus wat meer een Homo gelijkmaticus kan maken is het trainen van ons eigen hoofd. Noem het kritisch denken; noem het helder denken; noem het denken met 'Systeem 2'. Kost dat tijd en moeite? Jazeker wel. Kan iedereen dat leren? Zeker wel. Gaat u daar dan als de wiedeweerga mee aan de slag? Graag.

Met helder denken krijgen we een gelijkmatiger economisch humeur, en hiermee vallen dus miljarden te verdienen.

Frank Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek en columnist van de Volkskrant.


De column van Frank Kalshoven uit 2012: Acht goede redenen om optimistisch te zijn

Beeld de Volkskrant

Op maandag 11 november 2017, noteerde ik zojuist in m'n agenda, ga ik 'terugkijken op Knikker 17 november 2012'. Deze dus. Ik heb over vijf jaar eventueel een werkweek de tijd om excuses te bedenken voor mijn ongepaste stellingname nu.

Aanleiding: de vrijdagkrant. Hier is journalistiek niets mis mee, maar van de opeenvolging van koppen en artikelen zou een mens in een depressie kunnen geraken. Opening krant: 'Crisis slaat toe bij 45-plussers.' Verderop: 'Verhuurders van kamers studenten zwaar getroffen.' 'De triple dip lijkt onvermijdelijk.' 'Wie aftrek wil, moet nieuwe hypotheek direct gaan aflossen.' 'Merendeel ouderen zonder AWBZ.' 'SNS Reaal schrapt meer banen.' En, qua sfeer gruwelijk toepasselijk: 'Niet verplicht trein uit bij zelfmoord.'

De krant tekent de sfeer in Nederland. En ik zeg u dat die onterecht is. We zijn aan het doorslaan in ons pessimisme. Ik zeg niet dat de losse waarnemingen onjuist zijn; ik zeg dat het beeld dat eruit oprijst onvolledig en onjuist is. Alsof we wandelen langs een prachtig tropisch strand - palmbomen rechts langs de vloedlijn, pelikanen links boven de blauwe zee met witte golfbrekers - en dan vaststellen: er ligt een afvalzak op het strand. Die waarneming klopt, het beeld niet.

Er zijn minstens acht redenen voor optimisme.

Eén: Nederland heeft een welvarende startpositie. In mei van dit jaar schreef ik op deze plek al : we worden steeds rijker; we delen eerlijk; de armoede daalt gestaag; we zijn vermogend. Dat zijn geen fabels, dat zijn feiten.

Twee: Nederland staat goed gepositioneerd voor toekomstige groei. Op lange termijn gaat het bij welvaartsstijging om de kwaliteit van de beroepsbevolking, goede infrastructuur, een up to date kapitaalgoederenvoorraad, de ontwikkeling en toepassing van nieuwe technologie, goed werkende instituties en stabiel overheidsbeleid. Nederland scoort op dit type fundamentele factoren prima.

Drie: Nederland heeft en houdt zijn openbare financiën op orde. Er is geen risico op een explosief groeiende staatsschuld. De hoge kredietwaardigheid van de staat is veilig.

Vier: De wereld, inclusief Nederland, heeft grote stappen gezet in het verwerken van de dreun die is uitgedeeld in oktober 2008. Dat was niet leuk, dat is de komende jaren evenmin aangenaam, maar dat gaat over.

Vijf: De crisis op de huizenmarkt is bijna achter de rug. De spelregels voor de toekomst zijn helder gemaakt door het nieuwe kabinet; die leiden nog tot een prijsdaling van pakweg 10 procent. En dan is het leed geleden.

Zes: De economische tegenslag leidt tot creatieve destructie bij ondernemingen. Beroerde banken, slechte bouwers, tobbende tuindersondernemingen, nutteloze consultantsfirma's: ze moeten inkrimpen of leggen het loodje. Zo'n crisis is ook een manier waarop de economie eens lekker wordt opgeschud. Gemiddeld genomen zijn bedrijven die overleven en doorgroeien beter dan de bedrijven die verdwijnen. Ze zullen nieuwe producten bedenken, en slimmere productiemethoden. Nederland heeft de komende jaren betere ondernemingen dan de afgelopen tijd.

Zeven: Budgetschaarste dwingt publieke sectoren te veranderen. Meer publieke waarde leveren voor minder belastinggeld - een paar jaar geleden nog een kreet van revolutionairen - is nu een algemeen aanvaard uitgangspunt bij bestuurders. Nederland heeft in de toekomst een effectievere en efficiëntere publieke sector dan nu.

Acht: De tegenslag zet Nederlanders met beide benen op de grond. Van een natie van spaarders werden we een volk van leners. Van een natie van noeste werkers een natie met verworven werknemersrechten. Met weer wat meer spaarzin en een opgepoetst arbeidsethos gaan we de toekomst verstandiger in. Daarom zeg ik u: het heden in Nederland is mooi, de toekomst zal beter zijn. Over 5 jaar lachen we om het huidige pessimisme. Ik stel voor dat we er vandaag alvast voorzichtig om grinniken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.