Waarom Osei niet in Amsterdam woont

Het lijkt wel of elke inwoner van Ghana een broer heeft die in Amsterdam woont. Zo beginnen tenminste de meeste gesprekken van een Nederlander op bezoek in Ghana....

WIM BOSSEMA

Osei Agyemane Bediakoh heeft drie broers in Amsterdam. Het zijn eigenlijk neven, maar dat onderscheid zegt Ghanezen niet zo veel. Osei groeide op met die neven, alles deden ze samen. De neven schrijven trotse brieven naar huis en stuurden al twee auto's met de boot. Een van hen is getrouwd met een blanke vrouw. Ze werken als huishoudelijk medewerker, schrijven ze. In Ghana noemen ze dat house boy, zegt Osei, maar dat heeft een nare klank.

Osei wil níet naar Amsterdam. Waarom koestert hij niet de Amsterdamse droom? Dat is een lang verhaal en het speelt in Liberia.

Zo rond 1982 besloten hij en zijn neven om hun geluk elders te beproeven. Het ging slecht in Ghana. In Kumasi, hun stad, was bijna niets te krijgen en ze geloofden niet dat het ooit beter zou worden. Osei wilde niet naar Nederland. Het leek hem er koud en hij geloofde de fantastische verhalen over het land niet zo. Hij koos voor Liberia, dat toen nog gold als een land waar je rijk kon worden.

Osei's vader woonde er al sinds de jaren zestig, was er hertrouwd met een Liberiaanse en had er elf kinderen gekregen. Osei vond een baan als leraar Engels en wiskunde in de hoofdstad Monrovia en kreeg zijn salaris in Amerikaanse dollars uitbetaald. Hij trouwde ook met een Liberiaanse en kreeg twee dochters. Osei was gelukkig in Monrovia.

Hij kreeg nog wel eens een brief van zijn neven, maar hij was blij dat hij welstand in Afrika had gevonden. Tot de eerste maanden van 1990. Toen hoorden ze schoten en explosies. Het was nog ver weg. De strijders van Charles Taylor waren in de buitenwijken gesignaleerd, maar Osei maakte zich er niet al te druk over.

Een man bracht hem de onheilstijding. Er was geschoten op de markt. Er waren veel slachtoffers gevallen. Zijn vrouw was dood, zijn jongste dochter ook. Osei ging hen zoeken in de ravage. Vlak na de begrafenis bracht hij zijn oudste dochter naar haar oma en vluchtte met zeven andere Ghanezen de stad uit.

Ze liepen dwars door Liberia naar het buurland Guinee. Een van hen bezweek onderweg aan de diarree. Ze begroeven hem langs de weg. Hij en de anderen bereikten uitgeput en ziek een vluchtelingenkamp vlak over de grens. Ze bleven er drie maanden. Elke dag stierven er vluchtelingen van de honger en aan de diarree. Ze schreven een brief aan de Ghanese ambassade in Ivoorkust. Die stuurde een auto en bracht hen terug naar Kumasi.

Vorig jaar durfde Osei voor het eerst weer naar Monrovia te gaan, om zijn dochter op te halen. Hij ging met een oud Nigeriaans schip. Vijf dagen lang doolde hij door Monrovia. Hij kon de grootmoeder niet vinden. Hij trof wel haar broer, die vertelde dat ze was omgekomen bij gevechten in de stad. Osei vond zijn dochter terug en nam haar mee op de boot naar Ghana.

Hij heeft een nieuwe vrouw, die ook al een dochter had. Met zijn vieren wonen ze in één kamer, de meisjes slapen in het gangetje. Ze hebben het niet breed: zij heeft een handeltje op de markt, hij verdient wat met de auto van een vriend. Soms denkt Osei aan zijn mooie huis in Monrovia, maar zonder heimwee. Hij leest de brieven van zijn neven in Amsterdam zonder jaloezie. Nooit zal Osei Kumasi meer verlaten.

Wim Bossema

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden