DE KWESTIEPeter de Waard

Waarom krijgen de coalities altijd straf en wordt de premier beloond?

null Beeld

Ondanks de fragmentatie in de Nederlandse politiek is het een stuk gemakkelijker om premier van Nederland te blijven dan president van Amerika. De laatste veertig jaar heeft Nederland slechts vier premies gehad (Lubbers, Kok, Balkenende, Rutte), terwijl de VS zeven presidenten versleten. En de laatste Nederlandse premier lijkt het na woensdag nog wel vier jaar te mogen doen, omdat er geen houdbaarheidsdatum aan verbonden is.

De paradox is dat de kiezers de premiers omarmen, maar de naar hen genoemde regeringen vrijwel altijd bij de eerstvolgende verkiezingen een pak slaag geven. In coalitieland Nederland verliezen de regeringspartijen bijna per definitie zetels. Heel vaak raken ze zelfs hun meerderheid kwijt, zodat een nieuwe coalitie moet worden gesmeed.

Dat zal woensdag niet anders zijn. De huidige coalitie van VVD, CDA, D66 en CU raakt zijn meerderheid kwijt. Maar ze hoeft zich niet te schamen. In de laatste vijftig jaar verloren alle regeringscoalities flink wat zetels. Slechts bij twee van de laatste zestien Tweede Kamerverkiezingen won de regeringscoalitie zetels (Den Uyl – 1973-1977 en het eerste paarse kabinet-Kok – 1994-1998), in alle andere gevallen gingen er zetels af. Soms is het een slagveld. Het kabinet-Kok II ging in 2002 van 97 naar 55 zetels, Balkenende I van 93 naar 78, Balkenende II van 78 naar 66 en Balkenende IV (Balkenende III was een tussenkabinetje) van 80 naar 56 zetels. Die van Rutte doen het niet beter. Rutte I (VVD, CDA, PVV) ging van 76 naar 69 zetels, Rutte II (VVD, PvdA) van 79 naar 41.

In de jaren negentig koppelde het economisch bureau van de ABN Amro een keer het lot van de coalitie aan de werkloosheidscijfers. Als in het laatste jaar de werkloosheid steeg – minder perspectief op werk – dan verloor de coalitie zetels. De coalitie van de christelijke partijen en de VVD in het kabinet-De Jong moest tijdens de verkiezingen van 1971 een verlies incasseren van twaalf zetels, omdat de werkloosheid met 14 duizend toenam.

Hetzelfde gold voor de kabinetten-Biesheuvel en -Van Agt. Het kabinet-Den Uyl (PvdA, D66, PPR, KVP en ARP) had het geluk dat in het verkiezingsjaar 1977 de werkloosheid afnam en wist zelfs negen zetels te winnen. De regeringspartijen in de twee kabinetten-Van Agt kregen het fors voor de kiezen met oplopende werkloosheid. Maar de kabinetten-Lubbers werden niet beloond voor de dalende werkloosheid. Het eerste kabinet hield het zetelaantal nog stabiel, maar Lubbers II verloor zelfs vijf zetels. De coalitie van Lubbers III kelderde van 103 naar 71 zetels in een jaar dat de werkloosheid met 75 duizend groeide.

Regeren heeft op zichzelf al een negatieve invloed op de populariteit. Belangrijker is wat in de Angelsaksische literatuur wel als political drama wordt omschreven. Hieronder vallen de politieke en persoonlijkheidselementen, dit keer de toeslagenaffaire en coronaperikelen en het zogenoemde Rutte-effect.

Niemand kan dat laatste zo goed te gelde maken als de huidige premier.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden