Drie vragen Privatisering

Waarom ABN Amro nog steeds een staatsbank is

De privatisering van ABN Amro is tot stilstand gekomen. Het getreuzel leidt tot frustratie bij de bankiers – en kan de belastingbetaler miljarden kosten. Drie verklaringen waarom de Nederlandse staat geen afstand doet van zijn aandelen.

Ceo Kees van Dijkhuizen van ABN Amro tijdens de persconferentie voor de jaarcijfers. Beeld Raymond Rutting

1. Wil het kabinet een staatsbank?

586 dagen. Zo lang heeft de Nederlandse staat geen enkel aandeel ABN Amro meer verkocht. Eind 2015 luidt toenmalig topman Gerrit Zalm, met de traditionele slag op de gong van de Amsterdamse beurs, het begin van de privatisering in. Nog even en de in de crisis genationaliseerde bank staat weer op eigen benen. Op drie verschillende momenten verkoopt de Nederlandse staat vervolgens inderdaad een pakket aandelen. Voor het laatst gebeurt dat in september 2017. Daarna wordt het stil.

De privatisering van ABN Amro stokt. Drieënhalf jaar na de beursgang heeft de staat nog altijd ruim 56 procent van de aandelen in handen. Dit tot frustratie van de bankiers. Zij willen zo snel mogelijk weer een ‘gewone’, commerciële bank zijn. Zonder overheid die over de schouders meekijkt. Bij de presentatie van de jaarcijfers in februari herhaalt ceo Kees van Dijkhuizen desgevraagd dat het ‘belangrijk is wat we hebben gezegd tegen de markt toen we de beursgang deden’. Volledige privatisering dus. ‘Ik ben hoopvol dat er iets zal gebeuren de komende maanden. Verder kan ik er niks over zeggen.’

Voorstanders van een staatsbank zien hun kans schoon. Zij voelen zich gesteund door het veelbesproken rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid begin dit jaar. Daarin pleiten de adviseurs van het kabinet voor een publiek alternatief waar burgers terecht kunnen voor hun alledaagse bankzaken. Bijvoorbeeld een Postbank nieuwe stijl. Zou het niet logisch zijn als ABN Amro – of die andere staatsbank, de Volksbank – deze rol gaat vervullen?

‘Het bankenlandschap wordt nu gedomineerd door drie grote, commerciële banken – en dan tel ik ABN Amro ook mee’, reageert SP-parlementariër Mahir Alkaya. ‘Er is totaal geen diversiteit. Wij zouden graag een publieke bank willen en een full reserve bank (die geen leningen verstrekt, maar het geld bij de centrale bank parkeert, red.) waar mensen hun spaargeld 100 procent veilig kunnen stallen.’ De socialist zegt ‘signalen’ te hebben ontvangen dat ABN Amro intern wel degelijk verschillende toekomstscenario’s heeft uitgewerkt, van privatisering tot een toekomst als nutsbank.

Minister Wopke Hoekstra van Financiën ontkent dit in alle toonaarden. Van scenario’s is geen sprake. En nee, schrijft hij aan de Tweede Kamer, de regering is niet van gedachten veranderd over de privatisering: ‘Er is geen sprake van een verkoopstop. Wat in het regeerakkoord staat geldt nog steeds: ABN Amro wordt zo snel als verantwoord mogelijk is, volledig naar de markt gebracht.’

2. Zitten er lijken in de kast?

De vrees bij ABN Amro is dat het getreuzel investeerders afschrikt. Die kunnen zich gaan afvragen of de minister soms andere plannen heeft met de bank. Of dat hij iets weet wat de buitenwereld niet weet: van lijken in de kast tot strubbelingen in de top.

Aan dat laatste heeft ABN Amro afgelopen jaar geen gebrek gehad. President-commissaris Olga Zoutendijk vertrekt met slaande deuren. De Europese Centrale Bank doet onderzoek naar de verstoorde verhoudingen in de top van het concern. ABN Amro besluit 250 banen te schrappen bij haar zakentak, en ondertussen verschijnen in het FD berichten over anonieme medewerkers die klagen over het gebrek aan visie binnen de bank.

Begin november volgt het voortijdige vertrek van twee commissarissen, Frederieke Leeflang en Steven ten Have. De in de zomer begonnen kersverse president-commissaris Tom de Swaan spreekt van een vrijwillige stap, nodig om plaats te maken voor twee nieuwelingen met ‘meer expertise op het terrein van bankieren’. De officiële benoeming van deze Anna Storåkers (voormalige Nordea) en Michiel Lap (ex-Goldman Sachs) staat op de agenda van de aandeelhoudersvergadering van ABN Amro woensdag.

Topman Kees van Dijkhuizen, wiens termijn eind dit jaar afloopt, heeft zijn ergernis over het geruzie nooit onder stoelen of banken gestoken. ‘Hou nou eens op met anonieme brieven sturen’, stelt hij in november in een interview met de Volkskrant. ‘Als mensen een schandaal à la #Metoo op het spoor zouden zijn, dat is een ander verhaal. (…) Mijn vraag aan de mensen die dit doen is: ben je binnen, of ben je niet binnen? Het houdt ook een keer op.’

Het is het soort intern gedoe waar beleggers een hekel aan hebben. ABN Amro zegt in een reactie dat de rust inmiddels is weergekeerd en wijst op een interne verklaring waarmee de voltallige top-60 van de bank zich achter de koers van Van Dijkhuizen heeft geschaard. De bank zou nu vooral bezig zijn om de nieuwe, op duurzaamheid en technologie gerichte strategie uit te voeren. Daaraan is een uitgebreide campagne binnen het gehele bedrijf voorafgegaan. Na afloop, aldus een woordvoerder van de bank, ‘zei 93 procent van de deelnemers deze nieuwe koers te steunen’.

3. Is het verlies voor de belastingbetaler te groot?

Als het niet aan privatiseringsschaamte of interne onrust ligt, waarom wacht de Nederlandse staat dan met verkopen? De derde verklaring die de rondte doet, is de meest simpele: geld. De nationalisatie van ABN Amro heeft de Nederlandse belastingbetaler volgens de Rekenkamer 24 miljard euro gekost. Zou de overheid, tegen de huidige koers van het aandeel, in één klap haar resterende belang verkopen, dan verliest zij een kleine 5 miljard euro op deze omstreden operatie. Dat prijskaartje valt lastig uit te leggen aan de kiezer.

Misschien nog wel pijnlijker is het feit dat de koers van ABN Amro begin vorig jaar 30 procent hoger stond. Zo bezien heeft de afwachtende houding van de staat de belastingbetaler meer dan 3,5 miljard euro gekost. In zijn officiële reacties houdt minister Hoekstra zich op de vlakte over het hoe en waarom van de privatisering-in-slakkengang. ‘De timing van dergelijke transacties wordt bepaald op basis van verschillende factoren, zoals de ontwikkeling van de aandelenprijs, open en gesloten periodes, interesse bij investeerders en de marktomstandigheden’, schrijft de bewindspersoon.

Het ligt voor de hand dat Hoekstra hoopt dat de koers van ABN Amro de komende tijd aantrekt. Dat is niet onrealistisch. Veel analisten zijn van mening dat het aandeel, gezien de goede resultaten van de bank, te laag gewaardeerd is. Maar nog langer wachten brengt ook nieuwe risico’s met zich mee. Zo zag ABN Amro, mede door extra kosten voor het bestrijden van witwassen, de winst over het laatste kwartaal van 2018 plotseling met 42 procent dalen.

En dan is er nog die andere, ongrijpbare deadline. De nationalisatie heeft een einde gemaakt aan de aspiraties van ABN Amro om de wereld te veroveren. De private bank voor vermogende particulieren en de zakenbank zijn nog altijd over de grens actief. Maar het nieuwe ABN Amro leunt zwaar op Nederland, in het bijzonder op de huizenmarkt. De bank heeft voor grofweg 150 miljard euro aan hypotheken uitstaan. Daarbij profiteert ABN Amro van de huidige hoogconjunctuur. Maar die vette jaren zullen niet eeuwig duren, en dan kan de winst van de bank onder druk komen te staan. De klok tikt voor Wopke Hoekstra: wordt het privatiseren of niet?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.