Waar is die OESO nog goed voor?

Topadviseur Sawako Takeuchi wil de Organisatie voor Economische Ontwikkeling en Samenwerking gaan leiden. De ooit prestigieuze denktank zit in een crisis....

Van onze verslaggever Olav Velthuis

‘Bijeenkomsten moeten op tijd beginnen.’ ‘Er mogen geen herhalingen plaatsvinden van uiteenzettingen van anderen.’ ‘Moeilijke kwesties mogen niet uit de weg worden gegaan door anderen de zwarte piet toe te spelen.’ ‘Voorbereidende vergaderingen mogen niet slechts worden gebruikt om documenten op te halen.’

Een aantal van de nieuwe vergaderregels van de Organisatie voor Economische Ontwikkeling (OESO) in Parijs geeft te denken. De organisatie zou moeten functioneren als de voornaamste denktank van dertig rijke landen in Noord-Amerika, Europa en Zuid-Oost-Azië. In 1947 werd ze opgericht als economische tegenhanger van de NAVO. Binnen de OESO hielpen Europese landen elkaar met de naoorlogse wederopbouw en werd de uitvoering van het Amerikaanse Marshallplan gecoördineerd. Inmiddels werken er tweeduizend mensen; jaarlijks komen veertigduizend ambtenaren van de dertig lidstaten op de vele vergaderingen van de OECD af.

‘Ooit leverde het status op voor een land lid te worden van de OESO’, zegt Sawako Takeuchi, adviseur van de vorige Japanse premier en in eigen land een gevierd econoom. Maar tegenwoordig vragen steeds meer mensen zich af wat de meerwaarde precies is van de organisatie en haar byzantijnse vergadercircuit.

Als het aan haar ligt, gaat Takeuchi (53) daar zo snel mogelijk verandering in brengen. Ze is in de running om de huidige topman, de Canadees Donald Johnston, op te volgen. Er zijn vijf andere kandidaten, onder wie de Poolse premier Marek Belka en de voormalig Franse minister van Financiën Alain Madelin.

Moet de OESO nieuw leven worden ingeblazen door nieuwe grootmachten als China in te lijven, zoals Johnston onlangs voorstelde? Takeuchi ziet er weinig in. ‘De OESO is gebaseerd op samenwerking en uitwisseling van ideeën tussen haar gelijkgezinde lidstaten. Maar daarvan kan met China nog geen sprake zijn.’ Waarna Takeuchi een waslijst opnoemt van twijfels aan de Chinese economie: hoe zit het met het welzijn van werknemers, zijn de officiële statistieken van de Chinese regering wel geloofwaardig, worden handelsregels niet met voeten getreden, wat doet China tegen piraterij met copyrights?

Niettemin ligt het zwaartepunt van de OESO nog te sterk in Europa. ‘Dan krijg je weer Duitsland dat de economie van Frankrijk evalueert en omgekeerd’, aldus Takeuchi. ‘Maar in de loop der jaren is de as van de economie naar Zuid-Oost-Azië verschoven.’

Ze heeft andere ideeën om de OESO uit het slop te halen. ‘In de 20ste eeuw ging de OESO over economische groei en het liberaliseren van markten. Maar nu lijken de grenzen aan de groei te zijn bereikt. Want iedereen heeft alles al.’ Volgens Takeuchi heeft de OESO voor de 21ste eeuw een nieuwe agenda nodig. De organisatie moet wereldwijd het belangrijkste platform worden voor de nijpende vragen van de komende tijd: ‘Hoe gaan we erin slagen met een vergrijzende bevolking voldoende belastingopbrengsten te genereren om pensioenen en gezondheidszorg te betalen? Hoe vinden we een balans tussen de verdergaande globalisering en de zorgen over de binnenlandse economie die daarmee samenhangen? Hoe kunnen we in deze wereld de energie die steeds schaarser lijkt te worden, met elkaar delen?’

Over deze onderwerpen wil Takeuchi minder rapporten, maar wel van hogere kwaliteit. ‘Nu zijn het er zo veel dat je niet meer weet welke je nog moet lezen en welke niet. De meeste stafleden worden vanuit de nationale ministeries vijf jaar in Parijs gedetacheerd. Daarna zijn ze weer weg. Daardoor wil niemand zich aan de OESO committeren en het management stelt geen prioriteiten.’

De rapporten moeten volgens Takeuchi bovendien neutraal zijn. Daarmee wil ze een einde maken aan de huidige praktijk: de dertig ambassadeurs die de lidstaten bij de OESO vertegenwoordigen, willen weleens de scherpe kantjes van de onderzoeksrapporten afhalen. Dit om te voorkomen dat hun land slecht in de publiciteit komt.

Het verbaast haar niet dat de lidstaten steeds moeilijker te porren zijn het budget van de organisatie – dit jaar 327 miljoen euro – op te brengen. De Verenigde Staten zijn er daarnaast op gebrand het aantal vergaderingen terug te schroeven. ‘Wat we erin stoppen staat niet in verhouding tot wat eruit komt’, geeft zij toe. ‘We moeten daarom op zoek naar andere klanten, ook in het bedrijfsleven en de publieke sector.’

Op 1 december besluiten de dertig afgevaardigden bij de OESO wie de baas wordt.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden