Achtergrond Zonne-energie

Waar blijft het Nederlandse zonnepaneel?

Daniël Kuijk en Bert Schouws in de nu nog lege fabriekshal. Foto Jiri Buller

Het ene na het andere zonnepark verrijst op Nederlandse bodem, maar zonnepanelen van eigen makelij kom je er niet tegen. Er valt simpelweg niet te concurreren met de spotgoedkope panelen uit Azië. Toch blijft een aantal bedrijven het dapper proberen.

Nederland heeft geen zonnepanelenindustrie …

‘Hier komt het grootste tosti-ijzer van Nederland.’ Daniël Kuijk, directeur van Energyra, wijst naar een met tape afgezet gebiedje in een grote fabriekshal in Westknollendam. Een tosti-ijzer dat geen brood, ham en kaas op elkaar smelt, maar zonnecellen, polyester platen, lijm en glas. Het gat waardoor de resulterende zonnepanelen naar de volgende ruimte zullen schuiven, om daar gesorteerd te worden, zit al in de muur.

Daniël Kuijk Foto Jiri Buller

Vanaf oktober moeten de eerste panelen hier van de band rollen. Een paar maanden later moet de productie op één per minuut liggen; 350 duizend per jaar. Genoeg om 30 duizend huishoudens van elektriciteit te voorzien. En de fabriek is zo ingedeeld dat productielijn nummer twee er alvast naast past.

Maar nu is de hal nog vrijwel leeg. Dat is symbolisch voor de stand van de zonnepanelenindustrie in Nederland. Enkel nichebedrijven als Exasun en ­Kameleon Solar, die zich specialiseren in handgemaakte designpanelen, produceren momenteel zonnepanelen. Energyra zou de allereerste zijn die het hier op industriële schaal probeert.

Vorige maand nog blies zonneparkontwikkelaar Powerfield een assemblagefabriek in Groningen af. Vanaf begin 2019 zouden daar geïmporteerde onderdelen in elkaar gezet worden tot complete zonnepanelen. Maar toen de VS begin dit jaar importheffingen instelden op alle zonnepanelen, overspoelden goedkope Chinese zonnepanelen de Europese markt, aldus Powerfield. Daarmee viel niet te concurreren.

Jammer, vindt Wim Sinke, hoogleraar opwekking van zonne-energie bij de UvA en onderzoeker bij TNO. Zeker als je bedenkt dat veel zonnepanelen Nederlandse technologie bevatten. Dat je met zo’n goede kennispositie al je panelen importeert noemt hij ‘een onverdraaglijke gedachte’. Maar er valt nou eenmaal niet op te boksen tegen China, waar zonnepanelen op een gigantische schaal worden geproduceerd, financiering krijgen eenvoudiger is dan in Nederland en de lonen lager zijn, legt hij uit. Zelfs niet als je slechts een stukje van de productieketen wilt aanpakken, zoals Powerfield in Groningen van plan was.

Bert Schouws Foto Jiri Buller

… maar dat kan veranderen …

Waar haalt Energyra dan het idee vandaan dat het in Westknollendam wél gaat lukken? ‘Wij bouwen iets wezenlijk anders dan het Aziatische zonnepaneel’, antwoordt Daniël Kuijk. Energyra’s panelen zouden een hoger rendement halen dan gebruikelijk, langer meegaan en milieuvriendelijker zijn. Het bedrijf gebruikt geen soldeersel, dat door de grote temperatuurwisselingen uitzet en inkrimpt en daardoor kapotgaat, maar plakt de zonnecellen op de panelen met geleidende lijm. Leuke bijkomstigheid: zonder dat soldeerraster ziet het er een stuk eleganter uit, aldus Kuijk. Trots toont hij het eerste ontwerp, met een patroon dat iets wegheeft van de nerven op een blad.

Bovendien innoveert Energyra op gebied van automatisering en robotisering. Om de fabriek draaiende te houden, is straks slechts vijf man nodig. ‘Gamechanging’, noemt Kuijk dat. Volgens hem zouden de kosten twee keer zo hoog uitvallen als het bedrijf op de traditionele manier zou produceren. Nu zijn de zonnepanelen slechts beperkt duurder dan de Chinese variant. ‘En we hebben al gecommitteerde afnemers. De eerste anderhalf jaar zijn we uitverkocht.’

Een close-up van de zonnepanelen van Energyra. Foto Jiri Buller

Wim Sinke denkt dat Energyra het goed aanpakt. ‘Je moet als Nederlandse producent niet in standaardtechnologie gaan zitten. In dat vechtdeel van de markt draait het enkel om de laagste kosten.’ Een succesvol Nederlands zonnepaneel biedt iets extra’s, meent hij. Hij is beter, mooier, breder inzetbaar of duurzamer dan de Aziatische standaardplaat waar zonneparken vol mee staan. ‘De one-size-fits-all-tijd is voorbij.’

Het is precies waar steeds meer initiatieven op inspelen, ziet Sinke. ‘Ik ken meer commerciële bedrijven met vergevorderde plannen om in Nederland zonnepanelen te produceren. Ik ga niet zeggen wie, maar ik verwacht dat ze binnen een paar maanden naar buiten komen.’

Een close-up van de zonnepanelen van Energyra. Foto Jiri Buller

… al is dat niet eenvoudig.

Toch is een onderscheidend zonnepaneel geen garantie voor succes. Nuon probeerde het jarenlang in Arnhem, met Helianthos. Dat bedrijf ontwikkelde een lichtgewicht zonnefolie die gemakkelijk over daken of gevels gedrapeerd kan worden. Hellende of bolle oppervlakken: allemaal geen probleem. Toch werd het in 1997 opgestarte project in 2011 stopgezet. Er rolde nooit één voor de verkoop bestemd stuk folie van de band.

De voornaamste reden? Gebrek aan financiering vanuit Nuon of een externe partner, volgens Freek Welling, voormalig financieel manager van het bedrijf, en Jérôme Dangerman, indertijd onder meer verantwoordelijk voor de strategie. ‘Daardoor bleef Helianthos hangen in de ontwikkelfase. Hadden we een grote fabriek neer kunnen zetten, dan had het kunnen lukken’, denkt Welling. ‘Om op te schalen was 100- tot 200 miljoen euro nodig. Die kwam niet beschikbaar’, voegt Dangerman toe. Volgens Nuon was er geen marktpartij te vinden die kapitaal en kennis wilde investeren in Helianthos, waardoor grootschalige productie onmogelijk werd, zo schrijft het bedrijf in een persbericht uit 2011.

Een close-up van de zonnepanelen van Energyra. Foto Jiri Buller

In 2012 kreeg Helianthos een doorstart als Hyet Solar. Dat bedrijf heeft het product doorontwikkeld zodat het nu goedkoper te produceren valt dan Chinese zonnepanelen, zegt Max Middelman, directeur bedrijfsontwikkeling. Nu is het een kwestie van opschalen: uiteindelijk hoopt het bedrijf 2,5 vierkante kilometer zonnefolie per jaar af te leveren. De grootste hindernis blijft het rondkrijgen van de investeringen. ‘Tot twee ton is het makkelijk, daarna kom je uit bij de grote bedrijven. Het is lastig daar contact mee te vinden’, aldus Middelman. Dat merkte Daniël Kuijk ook bij het opzetten van Energyra. ‘Nederlandse investeerders reageerden terughoudend. We moesten uitwijken naar het buitenland.’

Maar zelfs met voldoende financiering en mooie technologie ben je er nog niet, meent Ad van Wijk, hoogleraar toekomstige energiesystemen aan de TU Delft en duurzame-energieondernemer. Iemand moet je baanbrekende designpaneel ook kopen. Je moet marktonderzoek doen. Klanten werven. Daar schort het nog weleens aan, denkt hij.

Van Wijk twijfelt of Nederland een zonnepanelenindustrie van formaat kan opzetten. De bedrijven die het wel redden zullen moeten exporteren. ‘De thuismarkt is relatief klein in vergelijking met bijvoorbeeld Duitsland. Massale productie zal hier de komende decennia niet plaatsvinden. Maar initiatieven die de hogere marktsegmenten bedienen, hebben alle bestaansrecht.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.