Vrijwilliger over de grens, hoe ben je van waarde?

Daar sta je dan met je idealen: klaar om als vrijwilliger af te reizen naar een hulpbehoevend land. Maar hulpverlener ben je niet vanzelf. Vijf tips om je nuttig te maken en schade te voorkomen.

null Beeld Claudie de Cleen
Beeld Claudie de Cleen

Het was in 2006 even schrikken voor IT-consultant Jurrien Mammen, al die jongeren die naar Antigua waren afgereisd om vrijwilligerswerk te doen: 18-jarigen zonder enige vorm van opleiding. Raar dat niemand deze mensen helpt, dacht hij. Hij sprak er in Guatemala over met de 18-jarige Romy Schagen, die daar zonder veel voorbereiding was neergestreken. Vanuit een kinderopvang zou ze de wereld wel even verbeteren.

Eenmaal thuis kwam de studente Maatschappelijk Werk en Dienstverlening tot de conclusie dat ze met een betere voorbereiding meer had kunnen bereiken in Antigua. Om anderen voor dezelfde fout te behoeden richtte zij stichting Muses op. Samen met Mammen (36), die zijn consultancybaan bij Deloitte ervoor opzegde. Vorig jaar trainde de stichting 650 vrijwilligers.

Dat is geen overbodige luxe, vindt ook Unicef. De ontwikkelingsorganisatie van de VN steunde de campagne 'Kinderen zijn geen toeristische attractie', een actie tegen de stroom 'vrijwilligers' die jaarlijks onvoorbereid derdewereldlanden overspoelen.

'Ontwikkelingsbeunhazerij'

De directeur van Partos, de vereniging voor internationale samenwerking, sprak vorig jaar in Nieuwsuur over 'ontwikkelingsbeunhazerij'. Hij maakt zich druk over de vele bedrijven die vrijwilligers wel reizen aanbieden, maar zich weinig aantrekken van 'de lessen uit het verleden die hulporganisaties door schade en schande hebben geleerd'.

Mammen vindt de kritiek op vrijwilligerswerk in ontwikkelingslanden geen reden om er dan maar mee te stoppen. 'Iedereen heeft het in zich om de wereld mooier te maken', zegt hij. 'Zij die willen, kunnen dan maar beter goed zijn voorbereid. De kennis die zij opdoen gebruiken wij weer om onze trainingen te verbeteren.'

De oefeningen zijn ontwikkeld door Schagen (27), een van de twee betaalde part-time medewerkers van Muses. Zij heeft twintig coaches onder zich. Zij zijn weer opgeleid door vrijwilligers van P.E. Consulting en consultancybureau McKinsey, een dienst die Mammen overhield aan zijn werkverband bij het prominente adviesbureau in Amsterdam. Hij ging er werken kort na het oprichten van de stichting en leerde daar 'als denker het verschil te maken'.

Dat miste zijn uitwerking niet. Sinds Mammen in 2010 bij McKinsey stopte en meer tijd ging stoppen in Muses, opereert de stichting op steeds grotere schaal. Ze verzorgen inmiddels trainingen voor vrijwilligers, de meesten tussen de 18-24 jaar oud, van onder andere reisorganisaties als Activity International, Be-More en Doingoood. Dit jaar is afgesproken dat 1.300 van hun vrijwilligers worden getraind voor vertrek naar Afrika, Azië of Latijns-Amerika. Wat ze zoal gaan leren? 'Gedraag je als een 'oen'.'

1. Denk goed na over je motivatie

Vooraf goed nadenken over waarom je vrijwilligerswerk gaat doen in een arm land, voorkomt volgens Schagen teleurstellingen. Is het voor cv-building of om de wereld te redden? Met name in dat laatste geval is het goed om die verwachting te temperen. 'Het gaat namelijk niet lukken in die paar weken', zegt Schagen. 'Als dat inzicht pas komt op de plaats van bestemming, dan gaat dat ten koste van de reis en van de bijdrage die iemand kan leveren.'

2. Weet wat je te wachten staat

Waarom zou iemand die geen Pabo heeft gedaan zomaar voor een klas van 50 kinderen kunnen staan in Ghana? 'Het is niet onmogelijk', zegt Schagen, 'maar het kan verstandig zijn om voor vertrek een paar dagen mee te lopen bij een basisschool in de buurt.' Voorzieningen zijn een ander punt. Schagen sprak wel eens een vrijwilliger die dacht dat er op dat schooltje in Afrika een beamer voor hem klaar zou staan. 'Het beste is om ervan uit te gaan dat er niks voor handen is, dat bevordert ook de creativiteit om met handen en voeten te werken.'

3. Ken je sterke en zwakke punten

Een perfectionist kan van grote waarde zijn als vrijwilliger, maar deze karaktertrek kan ook problemen geven in culturen waar bijvoorbeeld op tijd komen niet vanzelfsprekend is. Het is daarom volgens Schagen verstandig om daarover na te denken. Hetzelfde geldt voor goede eigenschappen. 'Veel vrijwilligers die wij spreken, hebben niet nagedacht over hun pluspunten, terwijl ze daarmee juist het verschil kunnen maken.'

4. Gedraag je als een 'oen', maar ken je grenzen

Inlezen in een cultuur is belangrijk, maar niet genoeg, zegt Schagen. 'Wij raden aan om een 'cultureel sensitieve houding' aan te nemen.' De truc is eerst vast te stellen wat je eigen normen en waarden zijn en dan die van de cultuur waarin je je begeeft. Vervolgens maak je in elke situatie de afweging of je je aanpast of niet.

'Stel dat kinderen op een school worden geslagen als ze stout zijn geweest', zegt Schagen. 'Dan zal de vrijwilliger waarschijnlijk tot de slotsom komen daar niet aan mee te doen.'

Het is volgens Schagen verstandig om dan de 'oen'-houding aan te nemen, wat staat voor open, eerlijk en nieuwsgierig. 'Veroordeel iets niet meteen, maar vraag waarom ze het doen.' Door na te denken over dergelijke extreme situaties, kunnen vrijwilligers vooraf hun grenzen bepalen. 'Dat voorkomt dat ze ter plekke uit het lood worden geslagen.'

5. Realiseer je dat je vertrekt

Wie werkt in een ver land, gaat meestal ook weer weg. Dat kan moeilijk zijn voor de achterblijvers, bijvoorbeeld voor kinderen in een weeshuis. 'Die kunnen hechtingsproblemen krijgen', zegt Schagen. 'Het is daarom goed om niet een te sterke band op te bouwen.'

Voor de vrijwilliger is het ook niet makkelijk om afscheid te nemen en weer in Nederland te aarden. 'Meestal volgt de cultuurshock pas thuis, waar het snelle leven doorgaat en velen hun unieke verhaal niet goed kwijt kunnen.'

Muses organiseert een terugkomtraining om daar over te praten. 'Ook wordt gesproken over de inzichten en kwaliteiten die vrijwilligers hebben opgedaan en hoe ze die in de toekomst levend kunnen houden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden