Analyse Armoede

Vraag aller economische vragen: daalt de armoede nou of niet?

Een kind in New Delhi verkoopt bloemen aan automobilisten die in de file staan. Beeld Getty Images

De moeder aller economische debatten is terug van weggeweest. Is de wereldbevolking de afgelopen eeuwen nou wel of niet massaal aan de armoede ontsnapt? ‘Plotseling blijkt dat grootse vooruitgangsverhaal middelmatig.’

Voordat u dit artikel leest, beantwoord eerst deze vraag: Is het deel van de wereldbevolking dat in extreme armoede leeft de afgelopen decennia:

a) afgenomen
b) gelijk gebleven
c) toegenomen?

Grote kans dat u het laatste antwoord kiest. In een enquête onder bewoners van 28 landen meende de meerderheid dat de wereldbevolking armer is geworden. Slechts één op de vijf beweerde het omgekeerde. In rijke landen als Duitsland en Frankrijk was die groep positivo’s nog veel kleiner.

Dit tot frustratie van vooruitgangsoptimisten als Steven Pinker (Harvard-psycholoog, bekend van populaire boeken als Verlichting nu) en Bill Gates. De op een na rijkste man ter wereld twittert begin dit jaar, enkele dagen voor het World Economic Forum in Davos, een reeks grafieken naar zijn bijna 47 miljoen volgers. ‘Veel mensen onderschatten hoezeer het leven de afgelopen twee eeuwen is verbeterd’, schrijft hij erbij. 

Vooral de eerste, steil aflopende lijn springt in het oog: extreme armoede. In 1950 was dat de dagelijkse realiteit voor twee op de drie aardbewoners. In 1981 trof het nog altijd 42 procent van de mensen. En in het laatst gemeten jaar, 2015? Minder dan een op de tien is arm. Bam. Exit doemdenkers.

Maar uitgerekend de grafiek die bedoeld is om de zwartkijkers voor eens en altijd de mond te snoeren, heeft de afgelopen maanden voor een terugkeer van de moeder aller economische debatten gezorgd. ‘Bill Gates zegt dat armoede daalt. Hij had niet fouter kunnen zitten’, luidt de kop boven een vlammend opiniestuk in The Guardian van Jason Hickel. 

Stap voor stap onttakelt de jonge Britse antropoloog, auteur van The Divide: Global Inequality from Conquest to Free Markets, daarin de gangbare argumenten. Zijn conclusie: ‘Onze wereld is rijker dan ooit tevoren, maar vrijwel alles wordt weggekaapt door een kleine elite.’

Pinker reageert in een op internet gepubliceerde brief kort en fel. Voor het wereldbeeld van radicalen als Hickel is het volgens hem ‘simpelweg vernederend dat de data enorme verbeteringen tonen. Met dank aan markten en globalisering, in plaats van het omverwerpen van het kapitalisme en mondiale herverdeling.’ Waarop ook andere economen zich met de discussie bemoeien. En de lezer nog altijd blijft zitten met die ene vraag: neemt de mensonterende armoede nou wel of niet af?

1. Hoe betrouwbaar zijn de armoedecijfers?

Zo ongenaakbaar de steil dalende armoedegrafiek van Gates oogt, zo talrijk zijn de debatten, keuzes en aannames die daarachter schuilgaan. Om te beginnen zijn er twee grote dataverzamelingen ineengeschoven. Vanaf 1981 wordt gebruiktgemaakt van metingen van de Wereldbank. Maar daarvoor? In 1820 waren er geen statistici die het land introkken om cijfers te verzamelen over armoede. Laat staan dat ze Azië of Afrika afreisden. Economische historici hebben dat gat de afgelopen decennia zo goed en zo kwaad als kon proberen te vullen met onderbouwde schattingen voor een aantal landen.

Een van de pijnpunten zijn de inkomsten in natura. In het 19de-eeuwse Nederland, en recentelijk nog in grote delen van de wereld, waren talloze huishoudens grotendeels zelfvoorzienend. Denk aan een stukje land om eigen voedsel te verbouwen, een koe die melk geeft of wat bomen om de kachel mee te stoken. Door hun focus op in geld uitgedrukte verdiensten kunnen economen de levensstandaard in vroeger tijden onderschatten. 

Worden deze mensen vervolgens van hun land verdreven om in een fabriek te gaan werken, dan lijkt hun inkomen te stijgen. In werkelijkheid zijn ze beroerder af. Op dat punt krijgt Hickel bijval van de voormalige hoofdeconoom van de Wereldbank Branko Milanovic. In een reactie draagt die een eigentijds voorbeeld aan: ‘Totdat Airbnb en Uber kwamen, maakte het onderdak bieden aan vrienden of ze naar het vliegveld rijden geen deel uit van het bbp. Tegenwoordig wel, omdat je voor zulke diensten betaald wordt.’

Volgens Hickel zijn de oude data daarmee te grof en onbetrouwbaar om te kunnen gebruiken. Dat gaat veel wetenschappers te ver. Dit is het beste wat op dit moment voorhanden is. En hoe dan ook: de meest spectaculaire daling van de armoede vindt plaats ná 1981. Van de sindsdien gebruikte Wereldbankdata betwist ook Hickel de kwaliteit niet.

2. Met hoeveel dollar is een mens nog arm?

Daarmee is de kous niet af. Want hoe bepalen we precies of mensen in armoede leven? De meest gebruikte definitie is die van een inkomen van minder dan 1,90 dollar (circa 1,68 euro) per dag. Dat bedrag is gecorrigeerd voor koopkracht en inflatie. Met andere woorden: waar ter wereld je die 1,90 dollar uitgeeft en in welk jaartal dan ook, je kunt er evenveel van consumeren.

Over de juiste hoogte van de armoedegrens woeden hevige discussies tussen academici, beleidsmakers en ontwikkelingswerkers. Het is opnieuw Hickel die erop wijst dat wereldwijd 815 miljoen mensen ondervoed zijn. Tegelijkertijd zouden er ‘slechts’ 700 miljoen onder de armoedegrens zitten. Rara, hoe kan dat? Leg de armoedegrens in plaats daarvan op 7,40 dollar per dag, zoals sommige economen voorstellen, en het percentage armen is gedaald van 71 procent in 1981 naar nog altijd 58 procent nu. ‘Plotseling blijkt je grootse verhaal over vooruitgang middelmatig’, schrijft Hickel, ‘en – in een wereld die zo fabelachtig rijk is als de onze – volstrekt obsceen.’

Hij heeft een punt. Een iets realistischer armoedegrens doet het leger behoeftigen met miljarden aanzwellen. Tegelijkertijd ontkracht dat niet de stelling dat sprake is van vooruitgang – zij het een bescheiden variant hierop. ‘Het doet er niet toe op welk niveau je zoiets arbitrairs als ‘de armoedegrens’ legt’, betoogt psycholoog Steven Pinker. ‘De trend is hetzelfde.’ Toch?

3. Gaat het om mensen of procenten?

In procenten van de wereldbevolking is inderdaad sprake van een daling van de armoede. Maar dat ligt anders als we kijken naar absolute aantallen. De verklaring hiervoor ligt in de stormachtige groei van de wereldbevolking. De planeet telt zeven keer zo veel mensen als in 1820. Behalve een hoop rijken en huishoudens die behoren tot de middenklassen, zijn er daarmee ook meer armen. Bij een hogere armoedegrens is het aantal armen dan ook gróter ten opzichte van 1981.

Aantal armen, in absolute cijfers bij een hogere armoedegrens. Beeld Jason Hickel

Max Roser, de aan Oxford verbonden econoom die verantwoordelijk is voor de grafiek waarmee het allemaal begon, spreekt desondanks van ‘misschien wel de grootste prestatie van allemaal in de afgelopen twee eeuwen’.

In zijn ogen is het namelijk een mirakel dat óndanks de toename van de wereldbevolking de armoede toch gedaald is. Denk aan de klassieke econoom Thomas Malthus (1766-1834). Die voorspelde dat de mensheid door hoge geboortecijfers slaaf zou blijven van schaarste. Dat doemscenario kan de prullenbak in.

4. Kapitalistisch succesverhaal of staatssprookje?

Wie heeft er nou gelijk? Om aan te tonen dat de armoede niet op haar retour is maar toeneemt, heeft Hickel wel erg veel statistische kunstgrepen nodig. Toch blijken veel van Hickels kanttekeningen terecht. Ook zijn critici geven dat toe. Wat blijft, nu de stofwolken van het debat optrekken, is een nuchterder beeld van onze economische vooruitgang.

Ja, de armoede daalt. Maar hoe spectaculair die ontwikkeling is, hangt af van hoe we het meten. En daarmee ook van waarop iemand de nadruk wil leggen. Wat econoom Max Roser betreft schrijven de media veel te veel over wat er fout gaat. ‘De krantenkop zou kunnen zijn: ‘Het aantal mensen in extreme armoede daalde sinds gisteren met 130 duizend.’ En dat niet één keer, maar elke dag opnieuw sinds 1990.’

Hickels verwachtingen zijn hoger gespannen. Waarmee het debat uiteindelijk toch weer neerkomt – zoals altijd in de economie – op een botsing tussen verschillende wereldbeelden. Over de trend zelf is volgens Roser minder onenigheid dan het hevige debat doet vermoeden, schrijft hij desgevraagd in een nadere toelichting op zijn standpunt. ‘De discussie tussen Hickel en Pinker gaat grotendeels over de vraag wat het dalende aandeel van mensen die in armoede leven heeft veroorzaakt.’

Dat blijkt het duidelijkst uit het vierde en laatste twistpunt: China. Zonder dat land zouden de armoedecijfers er ineens een stuk beroerder uitzien. Maar uitgerekend het staatsgeleide kapitalisme Chinese stijl heeft zich nooit veel aangetrokken van het marktdenken waarbij mensen als Bill Gates en Steven Pinker zweren. 

Mogen ze dat succes dan wel claimen? ‘Het probleem’, concludeert Hickel in antwoord op vragen van de Volkskrant, ‘is dat sommige machtige figuren proberen de groei van de ongelijkheid onder het neoliberalisme te rechtvaardigen. Ze zeggen: kijk, het vermindert tenminste de armoede. Dat verhaal verwerp ik. Neoliberalisme heeft niet alleen extreme ongelijkheid voortgebracht, het heeft ook gefaald in het substantieel terugdringen van armoede.’

Lees ook dit interview met  topeconoom Branko Milanovic: ‘We dreigen terug te keren naar de 19de eeuw’ 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden