Vooraan bij een megadrama: correspondent in Brussel

Zes jaar lang al doet Marc Peeperkorn in Brussel voor de Volkskrant verslag van de verwikkelingen rond Griekenland. Hij kwam terecht in een ongekende 'cliffhangermarathon'.

Beeld Klaartje Berkelmans

Voor mij begon de Griekse crisis op 20 oktober 2009. Die dinsdag informeerde de net aangetreden Griekse minister van Financiën Papaconstantinou zijn eurocollega's dat het Griekse overheidstekort bij nader inzien niet 6 procent bedroeg (toch al twee keer de maximale norm) maar bijna 13 procent. Toen ik hem vroeg naar de oorzaak van dit soort 'statistische onregelmatigheden' - ik wilde de man niet schofferen - glimlachte hij vriendelijk. 'Ik waardeer de beleefdheid in uw vraag. Zelf zou ik het gewoon fraude noemen.'

Onwetend destijds, maar die persconferentie in Luxemburg was het startschot van een cliffhangermarathon die nu al zes jaar duurt. 'Het speelkwartier is voorbij', brieste toenmalig eurogroepvoorzitter Juncker in 2009 over de Griekse cijferfraude. 'Het speelkwartier is voorbij', zei EU-president Tusk twee weken geleden als laatste waarschuwing aan de Griekse premier Tsipras.

Het verschil tussen het eerste en het tweede speelkwartier is 240 miljard euro aan noodleningen, een geëxplodeerde staatsschuld en werkloosheid en een geïmplodeerde economie voor Griekenland. Misschien nog belangrijker is dat in die tijdspanne van zes jaar beloftes zijn verbroken, vertrouwen is geërodeerd en het streven naar 'een steeds hechter verbond tussen de volkeren van Europa' (preambule Europees Verdrag) een echo uit een ver verleden is geworden. Wie deze dagen louter Griekse kranten leest, denkt dat de nazi's in Duitsland nooit zijn verslagen. En volgens de Bild-abonnees wonen in Griekenland geen mensen, maar parasieten.

Marc Peeperkorn.Beeld Sanne de Wilde

Slagveld

Het Griekse drama was en is een slagveld. Premiers sneuvelden in Athene (Papandreou en Samaras), maar ook in Rome, waar Berlusconi ten onder ging (na een klein duwtje van bondskanselier Merkel) in de door Athene ontketende maalstroom van de financiële markten. De houdbaarheidsdatum van ministers van Financiën is drastisch bekort, blijkt uit EU-onderzoek. Tussen 1999 en 2004 draaide een bewindsman gemiddeld 3,2 jaar mee in de eurogroep, tussen 2009-2014 was dat nog maar 1,9 jaar.

Reputaties zijn ook gesneuveld, van Nobelprijswinnende economen als Krugman en mediabankiers als Buiter bijvoorbeeld. Hun voorspellingen dat de euro zou verdwijnen, dat het Europees noodfonds minstens 3.000 miljard euro moest omvatten (er kwam in totaal 700 miljard, waarvan nog 453 miljard beschikbaar is), het bleek allemaal even gefundeerd als de Griekse statistieken. Economen zijn blind voor politiek, is mijn les uit zes jaar crisis. Onvoorstelbaar eigenlijk, elke 'Euro voor Dummies'- handleiding kan ze vertellen dat de euro ook een politiek project is. Het weerhoudt de media er overigens niet van tot op de dag van vandaag Krugman een breed platform te bieden.

Beeld reuters

Verscheurd

Het Griekse drama vreet ook Griekse correspondenten in Brussel. Ze lopen op hun tandvlees, worden met de dag bleker en magerder, verscheurd als ze zijn tussen de ravage bij hun families thuis en de realiteit in Brussel. Een van de besten onder hen zakte vorig weekend huilend in elkaar nadat de Griekse minister Varoufakis de eurogroep had verlaten. 'Ze maken mijn land kapot!', klonk het tussen de snikken door.

Een andere Griekse collega vertelde me in 2012 vlak voor hij vertrok: 'Als wij Grieken netjes belasting zouden betalen, hadden we het noodfonds en het IMF niet nodig.' Hij deed me nog een wijze les aan de hand: 'Als het Griekse parlement al een wet aanneemt, is dat het begin van iets dat nooit zal gebeuren.'

De Griekse crisis is een zegen voor de Europese journalistiek. Nooit eerder besteedden de media zoveel aandacht aan de EU en de eurozone. Over geen enkel ander onderwerp krijg ik zoveel mails. Lezers die de Grieken uitmaken voor sluwe profiteurs, maar ook die me voorhouden dat ik er niets van begrijp. Dat de ellende in Griekenland het gevolg is van een groot Amerikaans-joods-kapitalistisch complot dat uit is op de vernietiging van de Griekse beschaving, de euro én de EU.

Steeds chagrijniger minister

Het voorrecht van een Brusselse correspondent is dat je op de eerste rij zit bij dit megadrama, dat je alle betrokkenen en belanghebbenden direct kunt volgen en aanspreken. De steeds chagrijniger Duitse minister Schäuble bijvoorbeeld, als die rond 4 uur 's ochtends vermoeid rochelend verslag doet van de zoveelste succesloze crisisvergadering van de Eurogroep. Om vervolgens aan te schuiven bij de immer energieke Varoufakis, waar je na 45 minuten non stop 'Varounomics' iets begint te begrijpen van de weerzin die hij bij zijn collega's oproept.

Er is ongelooflijk veel gebeurd afgelopen zes jaar. Ik herinner me haarscherp het eerste optreden van toenmalig EU-president Van Rompuy in februari 2010. Stond hij daar, bijna net zo wit als de sneeuw buiten, tussen de politieke mastodonten Merkel en Sarkozy. Een schriel mannetje met een velletje papier in zijn binnenzak. De tekst, door hemzelf opgesteld, zou bepalend zijn voor het vervolg van de Griekse én de eurocrisis. 'De eurolanden komen vastberaden en gecoördineerd in actie, indien nodig, om de stabiliteit in de hele eurozone te garanderen', las hij voor in houterig Engels. Oorlogskassen dus, weinigen die hem toen geloven wilden.

De Europese Unie heeft op open zee, midden in de storm een reddingssloep gebouwd, zou Van Rompuy later zeggen. Een prestatie die pas nu, met een Grexit op de drempel, op haar waarde wordt geschat om uiteenrafeling van de eurozone te voorkomen. Er kwamen een noodfonds, Europees toezicht op de banken en striktere begrotingsdiscipline. Griekenland, Ierland, Portugal, Spanje en Cyprus ontvingen honderden miljarden euro's noodhulp, een ongeëvenaarde solidariteitsactie met belastinggeld. Uit welbegrepen eigenbelang overigens, want met dat geld werden Duitse, Nederlandse en Franse banken voor grote verliezen behoed en bleef de euro bestaan.

Merkel en Schäuble (R).Beeld epa

Kees de Jager

Voormalig minister De Jager van Financiën was de vrolijke noot tijdens de talloze nachtelijke vergaderingen die nodig waren om de euroreddingsboot in elkaar te timmeren. Zijn collega's haatten hem, zelfs Schäuble. Ze vonden hem een bozige brulboei, een Hollandse hork die klompendansend door de zaal ging. Wat de irritatie opdreef, was dat prikkende vingertje als hij iemand uitlegde hoe de wereld nu echt in elkaar stak.

Wij, journalisten, hielden van Jan Kees, van zijn plakhaar en verkeerde kleur dassen. De Jager genoot van zijn werk. Met glinsterende kwajongens-ogen informeerde hij ons over wat er was besloten in de eurogroep. Geen wonder dat zijn persconferenties meer en meer buitenlandse collega trokken. De Jager hield van de techniek van een besluit, zoals hij van ict-gadgets en auto's houdt. Hoewel ver na middernacht, legde hij ons omstandig uit hoe het Europese noodfonds, een nieuw fundament onder de eurozone, zou werken. 'Ben ik nog iets vergeten?' zei hij na dertig minuten. 'O ja, hoeveel geld erin zit.'

Een man met humor ook. Als ik wegliep uit zijn briefings om mijn deadline te halen, wat vaak voorkwam, riep hij me met luidde stem na: 'Marc, vergeet niet in de eerste zin van je stuk te melden: dankzij de krachtige inzet van Nederland...'

Er is ook heel veel niet gebeurd. Er kwamen geen eurobonds, gezamenlijk door eurolanden uitgegeven schuldpapier om de zwakkere broeders te helpen. Er kwam geen Europees ministerie van Financiën dat zwak en sterk (Nederland en Duitsland, vanwege torenhoge handelsoverschotten) over de knie kan leggen. Wat er bovenal niet is gekomen, is een oplossing voor het probleem dat een landje met de omvang van nog geen 2 procent van het Europese bruto binnenlandse product (Griekenland) 98 procent van de Europese vergadertijd vruchteloos kan opslokken.

Dat vergt immers meer stok en minder wortel, meer Brussel en minder hoofdstad. De regeringsleiders willen dat niet, zo bleek vorige week bij hun lauwe ontvangst van de toch al sterk verwaterde blauwdruk voor de toekomst van de eurozone. En de meeste burgers lopen ook niet over van enthousiasme bij de gedachte aan 'meer Europa'.

Jan Kees de Jager in de Tweede Kamer.Beeld anp

Grexcitement

Olli Rehn, de voormalige budgettsaar, leerde me dat voortmodderen het Europese model is. Vooruitschuiven ook. Hij putte uit rijke ervaring na vijf crisisjaren. Deadlines in Europa zijn als de horizon, ze worden nooit gehaald. En een ultimatum is als de waarschuwing die ik mijn kinderen geef, daarna praten we weer gewoon verder. Verhalen over de Griekse crisis sla ik sinds enkele maanden op onder de naam 'grexcitement'.

Begin dit jaar, direct na hun aantreden, waren Tsipras en Varoufakis de nieuwe helden. Het Griekse duo kon rekenen op sympathie in Europa na Samaras en veertig jaar kleptocratie van christen-democraten en socialisten in Griekenland. In Cyprus begonnen politici zich ook dasloos te kleden. Twee maanden later was dit voorbij, merkte ik onlangs bij een bezoek aan het eiland.

Zelden heb ik in de Brusselse arena twee politici zo snel zien afbladderen. Als Varoufakis nu het woord neemt in de eurogroep, is dat voor veel van zijn collega's het teken de smartphone te raadplegen. Negeren werkt beter dan irriteren. Begin deze week beschuldigde voorzitter Juncker van de Europese Commissie zijn 'vriend' Tsipras van bedrog en verraad.

Olli Rehn.Beeld afp

Taboe

Begin 2012 was het woord Grexit absoluut taboe bij EU-ambtenaren. Zelfs als ik het ze binnenskamers, driedubbel off the record vroeg, gulpte de paniek uit hun ogen. Des te vermakelijk toen eurocommissaris Kroes in februari van dat jaar collega Martin Sommer en mij vertelde dat de euro heel goed zonder Athene kan. Onmiddellijk na publicatie van het verhaal bliezen de Brusselse spinsquadrons hun rookgordijnen als zou ze niet goed begrepen en geciteerd zijn. Kroes antwoordde laconiek, via Twitter, dat ze ondanks haar gevorderde leeftijd niet kierewiet was en adviseerde iedereen het Volkskrant-interview te lezen. Anno 2015 is het woord Grexit dermate ingeburgerd dat het me niet verbaast als Van Dale het in zijn volgende editie opneemt.

Het probleem waarvoor Tsipras de EU plaatst, is enorm. Voor het eerst is er een regeringsleider die zegt: jullie Unie is de onze niet. Iemand die alle voortmodder- ende consensusconventies negeert. Voor het eerst lijkt EU niet onomkeerbaar, maar afbreekbaar. Ik zit gebeiteld op die eerste rij.

Met Papaconstantinou is het overigens minder goed afgelopen. In maart dit jaar werd hij veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van een jaar vanwege het wissen van drie familieleden van de fameuze Lagarde-lijst met zwartspaarders. Hijzelf ontkent elke onregelmatigheid. Plotsklaps schoot zijn antwoord uit 2009 weer door mijn hoofd: 'Zelf zou ik het gewoon fraude noemen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden