De onderneming Movie Stunts

Voor al uw botsingen, Viking-aanvallen en andere krachttoeren

Het Leidse bedrijf Movie Stunts levert stunts op bestelling voor films en tv-programma's. In brand staan was lange tijd hot, ‘maar het leukste blijft toch auto’s crashen’. 

Eigenaar Edward van Tongeren van Movie Stunts. Beeld Katja Poelwijk

Bedrijf: Movie Stunts BV

Waar: Leiden

Sinds: 2016

Aantal werknemers: 9

Jaaromzet: 1,5 ton

De Belgische politicus Kristof Calvo heeft geen rijbewijs. Zijn collega’s in de Belgische Kamer waren het zo beu om de fractieleider van Groen liften te geven dat ze de hulp inriepen van het Vlaamse verborgencameraprogramma Hoe zal ik het zeggen?

Nietsvermoedend tokkelde de 32-jarige in de bijrijdersstoel op z’n telefoon terwijl zijn persvoorlichter uit de auto wipte om iets op te halen. Hij parkeerde zijn auto echter pal naast een wegversperring, daarmee de enige doorgang in de straat blokkerend. Al snel toeterde een zwarte Volvo achter Calvo. ‘U kunt niet met den auto rijden?’, sneerde de bestuurster, terwijl haar kindje van zeven weken huilde op de achterbank. ‘Ge hebt uw rijbewijs niet ofzo? Hoe oud zijde gij misschien?’ Daarna volgde een tweede achterligger met drie ongedurige twintigers in trainingspakken. Van de persvoorlichter intussen geen spoor, Calvo’s gebel, geklop en gejoehoe ten spijt.

En toen – zul je altijd zien – kwam er een monstertruck aanrijden. Eerst toeterde de chauffeur van het blauwe gevaarte nog beleefd, maar toen het hem te lang duurde bulldozerde hij met donderend geraas over vier geparkeerde auto’s heen, de arme bolides plettend als pakjes vruchtensap. ‘Da’s niet normaal hè?’, wist de verbouwereerde Calvo nog uit te brengen, voordat zijn grijnzende persvoorlichter met een cameraploeg naar buiten kwam lopen.

Voor de stunt had Hoe zal ik het zeggen? een Nederlands bedrijf ingehuurd: Movie Stunts van Edward van Tongeren (39), een collectief van stuntmannen en- vrouwen, zoals de in halsbrekende motorsprongen gespecialiseerde Rinse Zwalua, of danseres en gevechtschoreograaf Laura Parijs. Stuntcoördinator Van Tongeren zat tijdens de opname verstopt in de bosjes terwijl hij de monstertruckchauffeur over de geparkeerde sloopauto’s dirigeerde.

‘Het was een grote uitdaging, niet omdat de stunt zo moeilijk was, maar door alle rompslomp eromheen’, vertelt hij. Natuurlijk ging er genoeg werk zitten in de stunt zelf, zoals het vinden van een monstertruck op diesel in plaats van het brandgevaarlijkere ethanol, of het volstouwen van de sloopauto’s met velgen, opdat ze minder zouden indeuken als de monstertruck over ze heen reed en er dus minder gevaar was dat het ding met chauffeur en al zou omlazeren.

Moeilijker was het om überhaupt toestemming te krijgen voor de grap. Ook in België lag het drama in Haaksbergen nog vers in het geheugen, toen een monstertruck tijdens een stuntshow op het publiek inreed, met drie doden en 28 gewonden als gevolg. ‘Er waren verschillende gemeenten die het niet zagen zitten’, zegt de Leidenaar. Hij palaverde met lokale brandweerkorpsen en schreef veiligheidsplannen, bijvoorbeeld over de inzet van politie in burger tijdens de stunt en het ongemerkt afzetten van de straat voor passanten. ‘Op een gegeven moment kreeg ik echt het idee: dit gaat niet lukken. Maar uiteindelijk kregen we van de gemeente Willebroek groen licht.’

Van Tongeren kickbokste in hiphopclips, stond in de fik in ridderfilms, figureerde als gesneuvelde Viking in Redbad, viel voor een Radio 4-spotje verkleed als dirigent van de trap van het Concertgebouw, maar het allerleukst blijft toch ‘auto’s crashen’. Hij trad jarenlang op in stuntshows, met als specialiteit sloopauto’s molesteren. ‘Ik denk dat ik bij elkaar zo’n tweehonderd auto’s heb gecrasht. Ik ben ooit met een auto door een stadsbus gegaan. Vind ik leuk. Ben je klaar, kijk je achterom en dan ligt zo’n hele NZH-bus in de prak.’ Grijnzend: ‘Dat doet iets met je.’

Het stuntvirus sloeg toe toen zijn ouders hem als zevenjarige meenamen naar monstertruckshows in de Leidse Groenoordhallen. Als puber brak hij z’n armen met hetzelfde gemak waarmee de Grieken vroeger borden kapot gooiden tijdens bruiloften. Bijvoorbeeld door zittend in een boodschappenkarretje van een halfpipe te razen, of thuis van de trap te fietsen. ‘Het eerste wat m’n moeder zei toen ik onderaan de trap lag was: ‘Godverdomme, weer een fiets kapot.’ Mijn ouders kochten altijd fietsen van tien gulden voor mij, terwijl mijn broer goede fietsen kreeg. Die is verstandelijk gehandicapt en autistisch, maar hield zijn fiets tenminste heel.’

De avond voor het interview belt Van Tongeren met een curieuze mededeling. ‘Ik heb misschien iets bedacht voor jullie: wat als ik morgen gewoon m’n kop in brand steek?’ De Volkskrant-fotograaf maakte zich namelijk zorgen of het interview wel fotogeniek genoeg zou zijn, maar daar weet Van Tongeren wel wat op. Compleet veilig, zweert hij. ‘Ik denk dat weinig mensen zo vaak in de fik hebben gestaan in de stuntwereld als ik.’

‘Weet je, dat is heel raar, het lijkt wel mode’, zegt stuntveteraan Rinse Zwalua de volgende ochtend, staande in de met chromakey groene wanden toegeruste filmstudio van Endorfine, een Almeerse evenementenlocatie waar vrijgezellenfeestvierders en teambuilders in de huid van een stuntman kunnen kruipen. ‘Dan word je opeens twintig keer gevraagd om jezelf in de fik te steken. En dan is het plots over en moet je weer twintig keer met een brommer tegen een auto rijden, ik noem maar iets.’

Stuntman Rinse Zwalua die een vuuract uitvoert. Beeld Katja Poelwijk

Bij nader inzien neemt Zwalua de stunt voor zijn rekening, omdat Van Tongeren al op de andere foto voor deze rubriek prijkt. Eerst smeert Van Tongeren Zwalua’s vuurpak in met dikke klodders hittebestendige hydrogel. ‘Dat voelt straks alsof hij een pak vol snot aan heeft, waarin net honderd man hun neus hebben geleegd’, gniffelt Van Tongeren. Zwalua draagt verder een trui van Nomex, een brandvertragende textiel. Van Tongeren smeert Zwalua verder in met beschermende gel en brengt daarna brandbare pasta aan op zijn schedel, nek en rechterwang.

Met een knip van de aansteker verandert Zwalua in een menselijke fakkel. De fotograaf is drie seconden bezig als Zwalua ‘Blus, blus!’ roept. Onmiddellijk verdwijnt hij in een wolk van CO2 uit Van Tongerens brandblusser. ‘De bovenkant van m’n oor en m’n slaap’, wijst Zwalua, daar wist het vuur bressen te slaan in de gellaag. Doodgemoedereerd oppert hij om de stunt nog eens te doen. Nu houdt Zwalua het negen seconden vol, maar het lijkt een eeuwigheid. ‘Beter hè?’, zegt hij zonder een spier te vertrekken als het vuur gedoofd is – alsof hij niet net een levensgevaarlijke stunt heeft gedaan, maar terugkomt van de supermarkt met een pak halfvolle melk en een Zaanse snijder.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden