Volop kansen, nu is de tijd om te oogsten

Tunesië kan de Tijger van de Middellandse Zee worden, voorspelt de Wereldbank. Als het de export en de binnenlandse markt samenbrengt, kan de goed opgeleide bevolking op allerlei terreinen uitblinken.

Beeld EPA

Succesverhaal Tunesië? Het is niet alleen het enige land in het Midden-Oosten dat de overgang maakte naar democratie, Tunesië heeft ook economisch gezien een 'enorm potentieel'. Het heeft alles in zich om 'de Tijger van de Middellandse Zee' te worden, een verwijzing naar landen als Zuid-Korea en andere wonderen van economische groei in Oost-Azië.

Het optimisme komt van de Wereldbank, in het recente rapport The Unfinished Revolution. Conclusie van de auteurs, onder wie de Nederlandse econoom Bob Rijkers: Tunesië is een schone slaapster, die kan worden gewekt met verstandig beleid. Bestrijding van corruptie en wegnemen van belemmeringen voor concurrentie moeten daarin centraal staan.

Unieke kans

Tunesië heeft een 'unieke kans', volgens het rapport. Het is, aan de Noord-Afrikaanse kust tegenover Frankrijk en Italië, gesitueerd vlakbij de enorme Europese markt. 'Tot nu toe krabt Tunesië alleen nog maar aan de oppervlakte van de potentiële export naar de EU.'

Volgens de Wereldbank heeft Tunesië grote mogelijkheden in informatietechnologie, zee- en luchttransport, gezondheid en onderwijs. Bovendien is er 'geen tekort aan industriële producten en diensten waarin Tunesië een mondiale speler kan worden'.

Sterke punten

Tunesië heeft meer sterke punten: het heeft een goed opgeleide bevolking. Dat is te danken aan het beleid dat in de jaren vijftig werd ingezet door de toenmalige president Habib Bourguiba, die 30 procent van de overheidsuitgaven bestemde voor onderwijs.

Het overheidsapparaat functioneert goed - ook dit behoort tot het acquis, de nalatenschap van Bourguiba - en er is een behoorlijke infrastructuur aan wegen, havens, spoorwegen, elektriciteit en telecommunicatie. Verder is er een sterke toerismesector, met een prettig klimaat, mooie stranden en Romeinse oudheden.

Ook het politiek klimaat is gunstig. In Tunesië resulteerde de Arabische Lente niet in chaos, maar in vrije verkiezingen, een alom geprezen seculiere grondwet en een stabiele regering, waarin centrum-linkse en liberale partijen samenwerken met gematigde islamisten.

Een geweldige uitgangspositie, lijkt het, voor een economische sprong voorwaarts. De in februari aangetreden regering, met als premier de partijloze econoom Habib Essid, heeft een eerste reeks maatregelen getroffen die de groei binnen vijf jaar van 2,5 naar 7 procent moet brengen. Essid voorspelde dat dit tot 'minstens drie jaar van pijnlijke hervormingen' zal leiden.

Hervormingen
Er wordt gesneden in de overheidsuitgaven, vooral in subsidies op voedsel en brandstof. De belastingdruk wordt verminderd, de pensioenleeftijd stijgt. Maar ook komen er infrastructurele projecten (wegen, gaswinning) om in de arme buitengewesten banen te scheppen.

Daarmee handelt Essid in de geest van The Unfinished Revolution, dat hij ongetwijfeld heeft gelezen. In het rapport worden ook de zwakke punten van Tunesië belicht. De 'enorme potentie' heeft zich immers nooit uitbetaald. Corruptie is wijd verbreid, de export is zwak. Er bestaat een welvaartskloof tussen de steden aan de rijke kuststrook en het arme binnenland. De werkloosheid is hoog en voor al die goed opgeleide jongeren worden weinig hoogwaardige banen gecreëerd.

Toerisme in gevaar

Het toerisme in Tunesië is hard getroffen door de aanslag op 18maart op het Bardo-museum in Tunis. Terroristen schoten 20 toeristen dood, voor het merendeel uit Europa. Toerisme is een belangrijke pijler van de economie. De sector was in 2010 goed voor 7procent van het bbp. Na de revolutie was er een dip, maar die was bijna weer voorbij. De Franse reisbranche noteerde na 18 maart veel opzeggingen. Het aantal reserveringen voor de komende weken daalde met 60 procent.

De Wereldbank schildert een reeks 'plagen', waarvan de meeste het gevolg zijn van staatsbemoeienis die ooit misschien verstandig was, maar zich ruimschoots heeft overleefd. Eén kwaal springt eruit: de tweedeling tussen activiteiten onshore (voor de binnenlandse markt) en offshore (gericht op export).

De twee zijn strikt gescheiden, ook in het overheidsbeleid. Het systeem was nuttig in de jaren zeventig, aldus het rapport, 'maar houdt nu beide delen van de economie gevangen in lage productiviteit'.

De binnenlandse sector is zwaar gereguleerd (met alle corruptie van dien) en omvat bedrijven die laagwaardige producten maken. De exportsector staat open voor concurrentie, maar maakt nauwelijks gebruik van de diensten en producten die onshore worden geleverd omdat de kwaliteit laag is en de prijs niet concurrerend.

Daardoor blijft ook de offshoresector steken in activiteiten die weinig waarde toevoegen. Meer dan de helft van de industriële 'productie' betreft assemblage van onderdelen die worden geïmporteerd uit Frankrijk en Italië, veelal in opdracht van ondernemingen uit die landen.

'Terwijl meer dan de helft van de export uit eindproducten bestaat, waaronder technologisch hoogwaardige goederen als tv-toestellen en medische precisie-instrumenten, produceert Tunesië in feite weinig van deze producten. Het meeste is assemblage', aldus de Wereldbank. 'Daarvoor is nauwelijks expertise nodig en weinig hoog opgeleid personeel.'

Het merkwaardige is dat de Wereldbank tot aan de Arabische Lente enthousiast was over Tunesië. Onder dictator Zine el-Abidine Ben Ali gold het als een van de meest competitieve economieën van Afrika en was Tunesië een 'rolmodel' voor andere ontwikkelingslanden. Het land kende 'goed en effectief economisch beleid' en liep 'voorop in goed bestuur', volgens rapporten uit die tijd. De revolutie kwam daarom als een verrassing. In The Unfinished Revolution staat al dat de Wereldbank daaruit 'lessen heeft getrokken', er was sprake van een 'blinkende façade'. Wat ging er fout?

'Het Ben Ali-regime was erg goed in het controleren van informatie', zegt Rijkers. 'Het imago werd gecreëerd van een open economie, gastvrij voor investeerders en met een gelijkmatige ontwikkeling in het hele land. Wij trapten daarin. Het maskeerde de ernstige onderliggende problemen in de economie.

'Die hebben we niet genoeg onderkend. We beschreven wel de privileges en de beleidsfouten, maar dan gehuld in bureaucratische taal. Het raakte niet de kern van wat zonder meer een systeem vormde dat was verstikt in zijn eigen corruptie. Het is zeker een les waarmee we vooruit kunnen. Mede daarom hebben we toegang tot informatie, transparantie en verantwoording afleggen bovenaan de agenda gezet voor de hele regio.'

Toerisme in gevaar

Het toerisme in Tunesië is hard getroffen door de aanslag op 18 maart op het Bardo-museum in Tunis. Terroristen schoten 20 toeristen dood, voor het merendeel uit Europa. Toerisme is een belangrijke pijler van de economie. De sector was in 2010 goed voor 7 procent van het bbp. Na de revolutie was er een dip, maar die was bijna weer voorbij. De Franse reisbranche noteerde na 18 maart veel opzeggingen. Het aantal reserveringen voor de komende weken daalde met 60 procent.

Infographic onderwijs in Tunesië.Beeld Volkskrant.
Infographic groei Tunesië.Beeld Volkskrant.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden