Vijf hoofdbrekers voor een nieuw pensioenstelsel

De SER broedt op een nieuw pensioenstelsel. Een aantal kernpunten is al duidelijk. Maar er zijn vijf problemen die de SER heel wat hoofdbrekens kosten.

Een gepensioneerde ondernemer, met een glas wijn in de hand, kijkt uit over zijn tuin.Beeld anp

Gaan jongeren minder pensioen betalen?

In het huidige stelsel betalen jonge en oude werknemers (40-plussers) evenveel voor dezelfde pensioenopbouw. Economisch gezien kan dat niet, want de pensioenpremie die jongeren betalen, rendeert langer dan die van ouderen. In het huidige stelsel betalen jongeren daarom een deel van de premie van ouderen - met een chic woord: de doorsneepremie.

Op zich werkt de doorsneepremie goed, want ook jongeren worden oud. Dan worden zij gesponsord door weer de volgende generatie. Maar de arbeidsmarkt is veranderd. Jongeren krijgen niet met het automatisme van vroeger een vaste baan. En wie tussentijds als zzp'er verdergaat, heeft te veel pensioenpremie betaald zonder daar iets voor terug te krijgen.

De SER (en veel anderen) wil mede daarom van de doorsneepremie af. Maar dat levert een juridische probleem op. De afschaffing van de doorsneepremie veroorzaakt een nieuwe ongelijkheid tussen oude en jonge werknemers: of de oudere betaalt meer premie en de jongere minder, of de oudere krijgt bij eenzelfde premieinleg minder pensioen dan de jongere. De SER weet nog niet hoe dit probleem opgelost dient te worden.

Krijgt de 40-plusser van nu pensioengeld terug?

Door het eind van de doorsneepremie stopt de subsidie van jongeren aan ouderen. Gunstig voor jongeren, die zo meer overhouden voor hun eigen pensioen. Maar de 40-plusser van nu heeft als jongere te veel betaald. Hoe worden zij daarvoor gecompenseerd en door wie? Daarover doen grote bedragen de ronde, variërend van 40- tot 100 miljard euro. De SER heeft inmiddels uitgedokterd dat dat bedrag veel lager zal zijn. Deze maand verschijnt een detailberekening van het Centraal Planbureau waaruit dat zal blijken.

Hoofdbrekens heeft de SER ook over de verdeling van de bestaande pensioenpotten. De pensioenfondsen beheren 1.373 miljard euro aan beleggingen. Hiervan zit ongeveer 900 miljard in aandelen, de rest in obligaties en onroerend goed. Dat geld moet bij de overgang naar een nieuw stelsel eerlijk worden verdeeld over de nieuwe individuele pensioenpotten. Hoe dat moet, is nog niet uitgewerkt.

Wat gebeurt er in economisch slechte tijden met het pensioen?

In een stelsel met individuele pensioenpotten werken beleggingsrendementen sneller door in de persoonlijke pensioenuitkering. Ook tegenvallende rendementen. Om die op te vangen heeft de SER een buffer uitgedacht. In goede tijden gaat er geld in de buffer, in slechte tijden gaat er geld uit. 'Goed' staat voor een aandelenrendement van 6 procent of meer. Zo moeten de pensioenen op peil blijven.

Uit het conceptadvies van de SER blijkt dat het denken over de buffer niet vordert. Op veel vragen heeft de SER nog geen antwoord. Hoe groot moet de buffer zijn: 10-, 20- of 30 procent van het fondsvermogen? En wat gebeurt er als een pensioenspaarder verhuist van een pensioenfonds met een hoge buffer naar een fonds met een lage buffer? Nog extremer: wat gebeurt er als aandelen jaren achtereen slecht renderen en de buffer verdampt? Critici zeggen: de buffer zal het de discussie over de verdeling van pensioenpot alleen maar verergeren.

Opinies over pensioenstelsel

Volgens Frank Elderson en Job Swank van De Nederlandse Bank is het hoog tijd voor een nieuw pensioenstelsel: 'Nu wringt het aan alle kanten.' (+)

Nederland heeft volgens elk onderzoek het beste (soms een na beste) pensioenstelsel ter wereld. Moet het pensioenstelsel op de schop?, vraagt Peter de Waard zich af. (+)

Komt er nu meer ruimte voor commerciële partijen?

In het beheer van de pensioenmiljarden maken pensioenfondsen zonder winstoogmerk grotendeels de dienst uit. Commerciële partijen kunnen op basis van Europese wetgeving worden geweerd, omdat het stelsel uitgaat van solidariteit. Als het nieuwe stelsel te weinig 'elementen van solidariteit' bevat, dan kunnen verzekeraars op basis van diezelfde Europese wetgeving aanspraak maken op het beheer van een groter deel van de pensioenpot. De SER ziet de aanleg van een buffer als een 'solidariteitsmechanisme' waarmee bijvoorbeeld verzekeraars buiten de deur gehouden kunnen worden. Iets wat met name de vakbonden binnen de SER willen. Het besturen van pensioenfondsen is voor de bonden een niet onbelangrijke inkomstenbron.

Is er voldoende draagvlak?

Krijgt de grootste vakbond die deelneemt aan de SER, de FNV, straks zijn achterban mee voor het uiteindelijke pensioenplan. De overstap naar een individueler pensioenstelsel is eerder aan de orde geweest in het pensioenakkoord uit 2011. Aan dat 'casinopensioen' dreigde de FNV te verscheuren. De gestaalde kaders vonden dat de risico's te veel bij werknemers kwamen te liggen. De ruzie, die voorzitter Agnes Jongerius de kop kostte, is nog steeds traumatisch voor de vakbond.

Wat willen de politieke partijen?

SP, 50Plus en PvdA (samen 27 zetels) voelen weinig voor een stelsel met individuele potten, blijkt uit hun partijprogramma's. Zij houden vast aan het huidige systeem van pensioentoezeggingen met (harde en minder harde) garanties. De PvdD, PVV, Forum voor Democratie en Denk (30 zetels) spreken zich in hun partijprogramma niet uit over de materie. Opmerkelijk, want het gaat hier over een pensioenvermogen van 1,4 biljoen euro en een belangrijke inkomstenbron van de oudere kiezer. SGP, CU, GL, D66, CDA, VVD (93 zetels), pleiten (in meer of meer mindere mate) voor een stelsel zoals de SER dat in gedachten heeft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden