Vette vervoerkluif is mager bot

Door onbetrouwbaar gedrag frustreert de overheid liberalisering van het streekvervoer. Scherpe keuzen zijn nodig...

Alsof je een hond een lekkere worst voorhoudt, maar tegen de tijd dat-ie deze mag verorberen, blijkt het hapje een afgekloven bot te zijn. Zo ongeveer moeten de bedrijven zich voelen die ooit marktkansen zagen in het Nederlandse streekvervoer. Dat zou, zo werd afgesproken in een nieuwe wet in het jaar 2000, worden geliberaliseerd.

In Engeland en Frankrijk zagen grote multinationals wel brood in de Nederlandse ov-markt, waar dagelijks miljoenen reizigers de bus nemen. Er vielen vele miljarden te verdelen, zo hield en houdt de Nederlandse overheid de buitenlandse ondernemingen voor.

Het Britse Arriva en het Franse Transdev (Connexxion) en het Franse Veolia zagen gouden bergen en stortten zich in het Nederlandse avontuur.

Maar het enthousiasme is inmiddels flink getemperd. Chaos heerst in het streekvervoer: buschauffeurs staken, miljoenen reizigers zijn gedupeerd en de bedrijven klagen. Halverwege het liberaliseringsproces verandert de politiek zonder nadere toelichting de spelregels. De overheid toont zich onvoorspelbaar, onbetrouwbaar zelfs. Juist dat is gevaarlijk voor een gezond ondernemingsklimaat. Zo werden toegezegde subsidies aan provincies voor het streekvervoer naar de prullenbak verwezen tijdens de onderhandelingen over het regeerakkoord voor het kabinet-Balkenende IV.

De bedrijven zagen 400 miljoen euro aan hun neus voorbijgaan. Dat bedrag terugverdienen door de prijs van de strippenkaart te verhogen, mogen de vervoersbedrijven niet. Onder druk van de Kamer bepaalde staatssecretaris Huizinga juist dat de strippenkaart minder hard in prijs mag stijgen dan iedereen (consumentenorganisaties, vervoerspecialisten, de busbedrijven) noodzakelijk acht.

Den Haag had nog meer verassingen in petto. Zo werd vorig jaar na een motie van de PvdA, tegen alle afspraken in, plots de openbare aanbesteding in drie grote steden geblokkeerd. Hiermee zien de commerciële busondernemingen opeens 40 procent van hun marktpotentieel verdampen; die bleef in handen van de gemeentelijk vervoerbedrijven (de staat).

De busbedrijven voelen zich belazerd door een onbetrouwbare overheid, en oud-minister en senator Klaas de Vries (PvdA) geeft ze daarin gelijk. Hij analyseerde vorige week de problemen in het streekvervoer. Volgens hem is de busmarkt door de onvoorspelbaarheid ‘niet veilig’ om in te investeren en zullen nieuwe toetreders zich wel twee keer bedenken voor ze hier bussen gaan rijden.

Dat Arriva en Connexxion geen interesse meer hebben om het openbaar vervoer in Friesland uit te voeren (vorige week deden ze niet mee met de aanbesteding) is een teken aan de wand. De bedrijven vinden het ‘gezien de onzekerheden’ onverantwoord een offerte in te dienen bij de provincie.

Met de buitenlandse vervoerbedrijven hoeft niemand medelijden te hebben. Het zijn miljardenconcerns. Maar voor de reiziger heeft de marktwerking tot nu toe goed uitgepakt, vinden reizigersorganisaties en vervoersexperts. Nieuwkomers rijden met gloednieuw materieel, kennen tevreden klanten en weten onrendabele lijnen nieuw leven in te blazen.

Maar dat nieuwe leven kan alleen floreren bij een gezond ondernemingsklimaat. De overheid moet scherp kiezen: of de markt, of de staat. Aan halfslachtig gedoe heeft niemand wat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden