'Verzekeraars goochelen met rendement in bijsluiter'

De nieuwe financiële bijsluiter is nog niet transparant. Aanbieders goochelen met rendementsberekeningen, zo constateert financieel onderzoeksbureau MoneyView.

De consument wordt nog steeds op het verkeerde been gezet bij de vergelijking van financiële producten zoals levensverzekeringen en lijfrenten. Ondanks de komst van de financiële bijsluiter per 1 juli gebruiken verzekeraars bruto- en nettobedragen door elkaar heen. Dit blijkt uit gedetailleerd onderzoek van financieel onderzoeks- en adviesbureau MoneyView.

Het bureau, dat enkele honderden bijsluiters heeft bestudeerd, constateert dat zelfs in de officiële financiële bijsluiter niet alle voorbeeldrendementen volledig bruto zijn berekend, zoals voorgeschreven. Zo zijn bepaalde (polis- en fonds)kosten nog niet geheel in de voorbeeldkapitalen verdisconteerd. Verzekeringsproducten die er op het oog heel aantrekkelijk uitzien, kunnen hierdoor in werkelijkheid veel minder voordelig uitpakken. Het voorgespiegelde eindkapitaal kan dan tienduizenden euro's lager uitvallen.

Slechts twaalf van de 32 onderzochte maatschappijen hebben de berekeningen geheel conform de regels van toezichthouder Autoriteit Financiële Markten (AFM) berekend, zo constateert MoneyView. De helft van de maatschappijen heeft alleen de beheerkosten verdisconteerd in de voorgespiegelde kapitalen - afhankelijk van het fonds 50 tot 90 procent van de totale fondskosten. Een enkele aanbieder heeft zelfs de beheerkosten niet volledig mee berekend. Het betreft hier de berekeningen van het door de AFM voorgeschreven bruto-voorbeeld rendement op basis van 4 procent. Dit is het bedrag dat de consument aan het eind van de looptijd netto zou moeten krijgen.

Een ander euvel is de mismatch tussen de rendementsberekeningen in de financiële bijsluiter en die op het voorblad van de offerte. Op dit voorblad, dat door tussenpersonen wordt gebruikt als informatieblad voor de consument, worden optimistische voorbeeld rendementen van 8 procent en hoger berekend volgens het reglement van de verzekeringsbranche zelf: de Code Rendement en Risico. Volgens deze code is het niet verplicht in deze berekeningen alle kosten mee te nemen. Hier wordt het 'netto fondsrendement' gehanteerd - het bedrag dat de consument aan het eind van de looptijd in handen krijgt na aftrek van de beheerkosten, maar zonder aftrek van de fondskosten.

'Het is erg verwarrend voor de consument, maar ook voor de adviseur die het allemaal moet uitleggen', zegt Pepijn van Kleef van MoneyView. 'Niet alleen worden er in één document diverse rendementsbegrippen gehanteerd, ook zijn de voorbeeldrendementen op het voorblad, waarop de consument veelal zijn keuze baseert, niet vergelijkbaar. Sommige verzekeraars hanteren netto-fondsrendementen, slechts een enkeling (zoals Hooge Huys, red.) hanteert keurig het bruto-rendement zoals in de bijsluiter voorgeschreven. En dan zijn er aanbieders die het echt bont maken en rooskleurige zogenaamde ''netto-polisrendementen'' hanteren waarbij nog minder kosten zijn afgetrokken.'

Volgens MoneyView zou de AFM er op moeten toezien dat verzekeraars op het voorblad dezelfde rekenmethodiek hanteren als in de bijsluiter. De door de branche gehanteerde Code Rendement en Risico zou dan moeten worden aangepast. 'Je kunt van de gemiddelde consument niet verwachten dat hij wijs kan uit al die afwijkende rendementsberekeningen. Als hij zijn keus eenmaal heeft gemaakt op basis van een bedrag in de offerte, gaat hij de voorzichtiger rendementspercentages uit de bijsluiter er niet nog eens op naslaan', aldus Van Kleef.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden