Verzekeraars erkennen fout pensioenenkosten

Achtergrond..

den haag Dit keer wilden de verzekeraars het protest voor zijn. In plaats van te wachten op een breed maatschappelijk verzet, zoals gebeurde toen de de hoge kosten van beleggingsverzekeringen aan het licht kwamen, maakten de verzekeraars nu zelf bekend dat er een misstand in een van hun producten schuilt.

Het gaat om de regeling waarbij een werknemer vrijwillig zijn pensioenpremie overmaakt naar een verzekeraar, die er vervolgens mee gaat beleggen. Net als bij de 3,5 miljoen woekerpolissen worden bij deze pensioenen te veel kosten berekend. Nog voordat iemand daarover is gevallen, hebben verzekeraars besloten de te veel berekende kosten terug te betalen. Zij het niet aan iedereen.

De zogenoemde bpr (beschikbare premieregeling), een vorm van pensioenbeleggen, bestaat vijftien jaar. In die tijd zijn er 1,5 miljoen polissen verkocht aan 750 duizend werknemers. Die mensen werken vooral voor bedrijven die niet verplicht zijn aangesloten bij een pensioenfonds, zoals de reclamebranche, ict en de consultancy. Alle werknemers in deze sectoren krijgen in de loop van volgend jaar een brief van hun pensioenverzekeraar.

De meesten zullen die brief bij het oud papier gooien, omdat er in staat dat ze nul euro aan te veel betaalde kosten terugkrijgen. Vaak zal het gaan om mensen die gedurende langere tijd een bpr hebben gehad. Daardoor worden de kosten over een langere periode uitgesmeerd en zijn ze niet snel onaanvaardbaar hoog.

Circa 100 duizend bpr-deelnemers hebben echter wel een woekerpensioen. Zij krijgen gemiddeld 1.820 euro terug. Althans, dat bedrag wordt bij hun opgebouwde pensioen geteld. Daardoor hebben ze straks, als ze met pensioen gaan, gemiddeld 6.000 euro meer pensioen opgebouwd, dan wanneer de verzekeraars niet voor klokkenluider hadden gespeeld.

De operatie kost de verzekeraars circa 200 miljoen euro. ING is met Nationale Nederlanden goed voor 50 miljoen euro aan kostencompensatie. Delta Lloyd 40 miljoen, Achmea met Eureko 30 miljoen, SNS Reaal 25 miljoen, ASR 15 miljoen en Aegon 13 miljoen.

Ze zullen betalen, maar niet nadat ze nog even hebben uitgehaald naar hun concurrenten: de pensioenfondsen. Wij, zeggen de verzekeraars, mogen dan in 100 duizend gevallen te hoge kosten hebben berekend, pensioenfondsen zijn per deelnemer bijna dubbel zo duur (zie grafiek).

Dat is appels met peren vergelijken, zeggen die fondsen. Verzekeraars hebben priegelcontractjes met gemiddeld 20 deelnemers, die elk circa 500 euro per jaar aan kosten betalen. Wij pensioenfondsen hebben megacontracten die elke deelnemer hooguit 40 euro per jaar kosten.

Een jaar lang hebben de verzekeraars gepiekerd over de manier waarop ze hun uit de bocht gevlogen kostengedrag gaan compenseren. Wat is de norm voor acceptabele kosten, vroegen ze zich af. En moeten we die norm dan verrekenen over de premie die de deelnemer betaalt of over het opgebouwde vermogen?

De verzekeraars vinden beide vormen acceptabel. Als de kosten meer dan 9,5 procent zijn geweest van de inleg en meer dan 1,5 procent van het vermogen beslaan, dan wordt er gecompenseerd. Die percentages zijn afgeleid van wat de Financiële Ombudsman redelijk vond toen het over de woekerpolissen ging.

Toch pakt ook deze dubbele norm stevig uit. Omgerekend betekent het dat van elke euro premie-inleg gemiddeld 24 cent naar de verzekeraar gaat als vergoeding voor beleggings- en administratiekosten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden