Verslaafd aan antiek

In de jaren zestig begon de Britse schrijfster Judith Miller antiek te verzamelen. Ze heeft er meer dan negentig boeken over geschreven....

Antiek-goeroe Judith Miller – die haar leeftijd als een groot geheim koestert – noemt zichzelf een addict, een verslaafde. Ze houdt van oude spullen. Al sinds haar studentenjaren in het Schotse Edinburgh verzamelt ze antiek. Ze las alles wat ze maar kon vinden in bibliotheken over meubelen, porselein, zilver, over spiegels en vooral over stoelen, ze kocht voor weinig geld haar eerste oude borden in een goedkope junkshop. In enkele jaren werd ze een expert in antiek, ze schreef meer dan negentig boeken, is mede-uitgeefster van de respectabele Antiques Price Guide en is een regelmatige gast in populaire BBC-programma’s als The House Detectives of The Antiques Trail.

Elke maand reist ze vanuit Londen, waar ze in een gerestaureerd Edwardiaans huis woont, naar de Verenigde Staten. Ze geeft er lezingen over antiek. Ze verontschuldigt zich, tijdens het gesprek: ‘Weinig tijd, mijn koffers staan al weer klaar, ik vertrek morgenochtend.’

Door de terreurpsychose ‘is het steeds lastiger reizen’, vertelt Miller. ‘Ik moet kiezen: ofwel mijn laptop als handbagage, of een paar stukken antiek.’ Ze vliegt van de ene naar de andere Amerikaanse staat, koopt nooit een retourbiljet, want haar lezingenprogramma verandert voortdurend. ‘En ja, precies reizigers met een enkele reis worden sinds 9/11 scherp in de gaten gehouden, het reizen is sindsdien ook voor mij maar weinig comfortabel.’

Deze week verschijnt de Nederlandse vertaling van Furniture – World Styles from Classical to Contemporary, drieduizend jaar meubelgeschiedenis. Volgend jaar presenteert Miller op de antiekbeurs in Maastricht een boek over Afrikaanse meubelen. Al ruim dertig jaar speurt ze naar de ‘ditjes en datjes’ van antiek. De kunsthandel, weet ook Miller, ‘is een wereld van discrete bluf’. Juist in Schotland, waar ze is geboren, had je van die vreemde rituelen, ‘die misschien niet meteen iets met de handel hebben te maken, maar wel met de geheimzinnigheid van de wereld van de kunsthandel’.

Kent ze die geschiedenis? Een Nederlandse handelaar die ooit voor zaken in Schotland was, werd na een zeer geanimeerd diner met een wel heel vreemd ritueel geconfronteerd. Na het eten werd de port geschonken; de gastheer verzocht hem naar de sideboard achter in de kamer te lopen. In een zijkastje stond een grote po van prachtig porselein. De bedoeling was dat je die eruit haalde en er een plas in deed. Ieder op hun beurt gingen de heren plassen, om met een gezamenlijke plas ‘hun lot en het vertrouwen in elkaar te bezegelen’. Ja, ze herkent het voorval. Maar, zegt Miller, ‘door internet is er veel veranderd’.

Vroeger ‘kon ik boeken schrijven over wat mensen in Zuid-Duitsland verzamelden of in Noord-Italië, in Holland, Engeland of de Verenigde Staten. Nu – en dat heeft zeker met internet te maken – betaal je voor Lalique of Chippendale evenveel in Sidney, Johannesburg of Amsterdam. Ook in antiek is er globalisering. Ik heb me aanvankelijk vergist in de betekenis die het internet kreeg in de antiekhandel. Vijf jaar geleden nog dacht ik dat via het net alleen kleine stukken werden verhandeld; nu vertellen al mijn vrienden van de veilinghuizen dat ze ruim 30 procent van hun verkopen via internet realiseren.

‘Het is ook goed om de blik te verbreden. In Engeland hebben we een grote waardering voor onze arts and crafts, maar we wisten nauwelijks hoe die beweging evolueerde in de Verenigde Staten. Juist in Amerika kende die stijl een enorme expansie. Sinds het internet zijn steeds meer Britten geïnteresseerd in stukken uit die tijd; je kunt ze er gemakkelijker vinden, maar ze zijn ook veel duurder dan bij ons.’

Verzamelwoede is van alle tijden. ‘Ook de oude Grieken verzamelden al, niet alleen omwille van de schoonheid van een vaas of een beeld, maar ook omwille van de status. Cicero had een uitgebreide collectie. Veel later, in de tijd van de Grand Tour, de Bildungs-reizen naar Griekenland en Italië, verzamelden reizigers antiek uit opvoedkundige redenen. De Oudheid was voor hen een openbaring.’

Maar waarom is iemand als Judith Miller, kind van de formica generation van de jaren vijftig, zo passioneel geïnteresseerd in Chippendale – om maar iets te noemen? ‘Mijn grote liefde was altijd al geschiedenis; toen ik 10 jaar was, wilde ik geschiedenislerares worden. Ik werd betoverd door dingen uit het verleden. Door van antiek te houden, ontdekte ik dat je verbonden raakte met dat verleden. Mijn ouders echter verafschuwden het verleden, begrijpelijk na de oorlogsjaren, en kochten de allernieuwste formica meubelen. We hadden thuis geen antiek. En nu wil iedereen oude spullen.

‘Hoewel’, preciseert Miller, ‘de laatste tijd willen steeds meer mensen midcentury modern, jaren vijftig, jaren zestig. Alles komt terug. Er wordt van New York tot München veel geld voor gevraagd.’

In Meubelen – Een wereldgeschiedenis komt werkelijk alles aan bod: kostbare barokke kabinetten en fonkelende Venetiaanse spiegels, maar ook de sierlijke moderne meubels van Philippe Starck. Het vuistdikke boek is hét standaardwerk; het is mede dankzij prijsindicaties en een uitgebreide adressenlijst ook hét naslagwerk voor zowel liefhebbers als verzamelaars. ‘Het is een boek voor meubelwinkels, antiquaren, experts en specialisten, maar ook voor het grote publiek, voor mensen die graag in antiekzaken snuffelen.’

Meubelen hebben heel vaak Franse benamingen: bergère, chaise longue, fauteuil en canapé. ‘Ja, de Fransen waren zeer invloedrijke ontwerpers. Ik werk momenteel aan het boek The Antique Detective, waarin ik lezers wil vertellen hoe ze iets over antiek te weten kunnen komen. Waarom hebben we het over een ‘commode’ en niet over een ‘schuifladenkast’? Wellicht zijn die woorden door ‘patroonboeken’ in het meubeljargon geslopen.

‘Maar veel mensen weten nauwelijks nog wat een gossip chair of een craquetoire is. ‘De ontwikkeling van de stoel is buitengewoon fascinerend. In oorsprong was een stoel er alleen voor de hoogste in rang, anderen stonden; op den duur werd het meubel ‘vermenigvuldigd’, eerst voor mannen natuurlijk. Schotten hadden hoekige stoelen; in Engeland, waar het hofleven zo belangrijk was, had je al veel gemakkelijker meubilair, ja, ook loveseats.’

Miller verzamelt niet alles waarover ze boeken schrijft. Zo maakte ze een boek over blikken speelgoed (dit najaar ook in het Nederlands verschenen). ‘Het herinnert ons aan onze onschuldige jaren; 19de-eeuwse penny toys, maar ook de nieuwste versie van de Batmobiel, spreken veel enthousiastelingen aan, en er wordt fors veel geld voor uitgegeven.

‘Ik ben vooral geïnteresseerd. Mijn probleem is dat ik zeer snel enthousiast ben. Ik stel meteen vragen: is het iets uit de vorige eeuw, of is het ouder? Elk voorwerp heeft een geschiedenis. De beroemde kunsthistoricus Mario Praz bracht in zijn huis, het Palazzo Ricci aan de Romeinse Via Giulia, vijftienduizend 19de-eeuwse voorwerpen bijeen, kunst maar ook kitsch. Hij omringde zich met het verleden waarover hij schreef. Verzamelen heeft echter ook iets met macht te maken. In een lezing had ik het onlangs over een Japanse collectioneur die kunstwerken kocht, niet omwille van de kunst, maar om ze te kunnen bezitten. Hij kon zeggen: ze zijn van mij!

‘Er bestaat een psychologie van de verzamelaar. Toen iemand Rockefeller vroeg waarom hij kunst kocht, antwoordde hij: ‘De Medici deden het ook.’ Ik ben een verslaafde. De eerste keer dat ik naar een veiling ging, zweetten mijn handen, sloeg mijn hart sneller, keek ik woedend naar iedereen die tegen mij durfde opbieden, dat is toch pure verslaving?

‘Ik koop, soms ook heel goedkoop als het niet anders kan, omdat ik niet kan ophouden. Ik weet over elk stuk bij me thuis iets te vertellen, bij elk voorwerp hoort een verhaal: of het regende die dag, sneeuwde, of ik vrolijk of somber was. Ik ben een geobsedeerde verzamelaar van ‘single’-stoelen. Mijn man zegt altijd wanneer ik op reis ga: zeg mij, herhaal het honderden keren, we hebben geen enkele stoel nodig! Zulke stoelen zijn meestal zeer goedkoop. Zo’n eenzame stoel verkoopt moeilijk. Daarom heb ik allemaal verschillende stoelen, maar wel uit dezelfde periode.’

Miller werkt met een staf van vijftien fotografen en taxateurs, een equipe die voortdurend reist. Ze weet precies wat ‘in’ is en wat niet. Plastiek bijvoorbeeld, advertising en smoking collectibles. Er is, zegt ze, ‘veel vraag naar patriottische voorwerpen, alles met een vlag erop doet het goed in antiekwinkels goed.’

Haar uitgever – Dorling Kindersley aan het chique Londense Strand – vroeg haar een boek te schrijven over kitsch. ‘Dat is moeilijk’, zucht Miller. ‘Wie bepaalt wat kitsch is? Ken je dat verhaal over de Hush Puppy-schoenen? Niemand vond er iets aan, tot op een dag iemand in New York in een charityshop zo’n paar schoenen kocht. De volgende dag zocht de hele Village naar Hush Puppies. Zo werkt het toch? Wat ooit kitsch was, blijkt – vooral als je er veel voor betaalde – erg hip.’

Iedereen maakt uiteindelijk zijn eigen stijl. ‘Mijn dochter wilde een Ikea-slaapkamer toen ze 16 jaar was. Ze kon ons interieur vol antiek niet meer uitstaan. Ze wilde haar eigen meubelen, weliswaar rubbish maar wel voor haar met een persoonlijke look. Koop daarom alleen dingen die je écht waardeert en koestert. Antiek is een passie.

‘Ja, dat is altijd het ergste als ik weer naar Londen vlieg. Het is steeds meer kommer en kwel. Hoe kom ik uiteindelijk met mijn stoelen het vliegtuig in? En wat zullen mijn huisgenoten erover zeggen?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden