Verschil

In de garage is een monteur bezig een nieuwe auto gereed te maken voor aflevering. Hij monteert de kentekenplaten, waardoor de auto van een anoniem product dat overal elders ter wereld geïmporteerd had kunnen zijn, ineens verandert in een officiële deelnemer aan de Nederlandse samenleving....

Mooi, bijzonder, onpraktisch, opvallend, riskant zo'n kap, wat heb je aan een cabriolet in Nederland, die dingen komen eerst ter sprake, maar uiteindelijk draait het natuurlijk om die ene kwestie, die te groot is om erg nadrukkelijk aan de orde te stellen.

'Kost dat nou?', vraag ik dus langs mijn neus weg.

'Honderdvijftigduizend, zoiets', zegt de monteur ook tamelijk terloops, maar wel meteen erachteraan: 'Dat geld heb ík niet.'

Hij klinkt niet afgunstig, eerder verwonderd over of berustend in het feit dat er mensen zijn die zich zoiets kunnen veroorloven. Hij dus niet.

Wie het onderwerp dan laat rusten en informeert naar de aanwezigheid van gordelspanners en of er ook zij-airbags in zitten, voelt hoe in de werkplaats de tweedeling in de samenleving tastbare vormen aanneemt, wat voor beide partijen ongemakkelijk is, dus voor geen goud.

'Ik heb dat geld ook niet', zeg ik daarom, 'en als ik het had, zou ik het nog niet aan zo'n auto uitgeven.'

Daar gaapt misschien toch nog een kloofje, dus elegant beslissen we dat hij natuurlijk van de zaak is, die auto. Dan maakt het opeens ook niet meer uit. Probleem opgelost. Er is nu geen sprake meer van persoonlijke rijkdom, want het gaat van de grote hoop en daar gaat niemand over, daar kun je niemand op aanzien. Die auto is niet van die man, hij mag er alleen maar in rijden. Ja, zo kunnen wij het ook. Al schelen we een jaar of dertig, het is 'je' en 'jij'.

Paar dagen later komt de loodgieter langs. Dagje dakwerk, lood repareren, zink vervangen; 38 jaar zit hij in het vak. Zelf doet hij thuis alles zelf, zo te zien, en anders heeft hij natuurlijk een zwager die komt stukadoren en een buurman voor de elektra. Ik dus niet.

We drinken koffie in de keuken, praten over loodgieterswerk. Hij doet veel voor woningcorporaties, komt weinig bij particulieren. Op het gebied van lood en zink zitten we helemaal op één lijn. We doen even alsof ik collega ben en geen huiseigenaar/opdrachtgever.

Mooie oude vloer, zegt hij dan, mooie grote tuin, prachtig huis, zeker veel aan laten doen.

Alle keren raak - hier valt niets meer te egaliseren of te ontkennen en voor collega kan ik ook niet meer doorgaan. Het blijft 'u', wederzijds.

Hij het dak weer op, ik achter mijn bureau.

Zo hard kan ik niet tikken of ik hoor hem er ongemakkelijk bovenuit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden