ColumnFrank Kalshoven

Verschillen: als ik pech heb in de geboorteloterij heb ik hulp nodig

null Beeld

Laagopgeleiden leven zeven jaar korter dan hoogopgeleiden. Hun levensjaren ‘in goede gezondheid’ zijn zelfs vijftien jaar korter. De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) adviseerde deze week het kabinet om hieraan een einde te maken. Er moet een wettelijke plicht komen om gezondheidsachterstanden terug te dringen.

Is dit een goed idee? Misschien.

Op het eerste gezicht lijkt de doelstelling om de objectieve en subjectieve levensverwachting van mensen gelijker te trekken nogal onnozel. Het is de ultieme vorm van uitkomstengelijkheid: even lang leven (in goede gezondheid). Het is wéér een uitkomstenmaat erbij die afkoerst op gelijkheid, gelijkheid, gelijkheid. De lonen mogen niet te veel verschillen tussen top en werkvloer, de inkomens tussen huishoudens niet, de vermogens evenmin. Zorgtaken moeten gelijk zijn verdeeld in het huishouden. Vrouwen moeten meer uren gaan werken, en mannen juist minder - alweer vanwege de gelijkheid.

En dan ook nog even lang leven? Weliswaar niet door de langstlevenden levensjaren af te pakken - wat wel een brisant voorstel zou zijn trouwens. Maar toch. Kent dat gelijkheidsdenken dan geen grenzen?

Bij het nadenken over gelijkheid begin ik liever aan de andere kant van het leven: de verwekking die mensen hun genenpakket verschaft, en het nest waarin ze bij geboorte terechtkomen, en dat zo bepalend is voor hun vroege ontwikkeling. Hier ontstaan de ongelijke kansen tussen mensen om een rijk leven te leiden. Goede genen en een lekker nest? Of slechte genen en een smerig nest? Dat maakt alle verschil.

Je kunt hiernaar kijken als een loterij. Een kind bepaalt z’n eigen genenpakket niet, en kiest evenmin waar zijn wieg staat. Het moet het leven doen met het nummer dat de loterij hem heeft toegewezen.

Stelt u zich het volgende voor. Gegeven is dat er bij geboorte grote verschillen zijn in genen en nest. U bent niet wie u nu bent maar een kind dat morgen zal worden geboren. U weet niets over uw genenpakket, niets over uw ouders. U bevindt zich, zoals John Rawls het zo mooi noemde, achter de ‘sluier van onwetendheid’. Vindt u het vanuit uw positie in de baarmoeder, een goed of een slecht idee dat het collectief zich gaat inspannen om kinderen in het leven gelijkere kansen te bieden?

Mijn antwoord zou zijn: goed idee. Directe consequentie: kraamzorg, zuigelingenzorg, op zeer jonge leeftijd naar speelzaal of schooltje, excellente scholen voor primair en voortgezet onderwijs. Want als ik pech heb in de geboorteloterij heb ik dat allemaal keihard nodig.

Maar dan. Ouders zonder werk en een laag inkomen, te klein behuisd, schulden, gezondheidsproblemen. Wat betekent dat voor mijn kansen als kind? Nou, die nemen er sterk door af. Dus vanachter de sluier van onwetendheid, op weg naar het geboortekanaal, zou ik graag willen dat mijn ouders geholpen werden met werk, inkomen, huisvesting en gezondheid.

En daar ontmoeten we, conceptueel, de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving. Want hun pleidooi voor het terugdringen van verschillen in levensjaren komt uit bij precies dezelfde dingen: de huisvesting van mijn ouders en mij, hun werk en inkomen, hun en dus mijn voedingspatroon; hun schulden et cetera. Die problemen veroorzaken namelijk niet alleen mijn slechte kansen, maar ook hun (en mijn) lagere levensverwachting.

Is het alleen een kwestie van smaak? Misschien. Ik vind de denkroute via de ongelijke levensverwachting minder overtuigend dan die via het ongeboren kind.

Frank Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek. Reageren? frank@argumentenfabriek.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden