Verliest uw dorp zijn supermarkt? Wanhoop niet: het ontstaan van 3 nieuwe initiatieven

In steeds meer gemeenten nemen de dorpsbewoners de buurtwinkel over

Een krimpdorp dat zijn supermarkt verliest, hoeft niet te wanhopen. Steeds vaker openen de bewoners na verloop van tijd zelf een winkel: de coöperatieve super.

Adolf Schaap helpt in zijn rijdende winkel inwoners van Ulrum aan de dagelijkse boodschappen. Foto Harry Cock

De voormalige supermarkt in het Groningse dorp Ulrum ziet er gehavend uit. 'Er gebeurt al twee jaar niets. Het gebouw is kaal en gestript', zegt oud-eigenaar Adolf Schaap. In 2015 sloot de opvolger van Schaap de deuren van de Spar. Een supermarkt in krimpdorp Ulrum was niet langer winstgevend.

'In vrijwel elk dorp waar de supermarkt dreigt te verdwijnen, wordt gezegd dat de winkel cruciaal is voor de leefbaarheid van het dorp', zegt Tialda Haartsen, hoogleraar rurale geografie aan de Rijksuniversiteit Groningen. 'Wij wilden kijken of de bewoners het dorp ook echt minder leefbaar vinden als de supermarkt eenmaal weg is.'

Daarom volgt Haartsen het dorp met ruim 1.300 inwoners sinds de sluiting van de supermarkt in 2015. Hij wil onderzoeken welke effecten het verdwijnen van voorzieningen heeft voor krimpgebieden op de korte en middellange termijn. Eind december verscheen het tweede rapport over Ulrum.

Dorp zonder hart

Voor het grootste deel van de inwoners geeft de sluiting nauwelijks praktische problemen, zegt Haartsen. 'Ongeveer 80 procent van de inwoners in Ulrum pakt de auto en rijdt naar de supermarkt in buurdorp Leens. Maar voor ouderen en minder mobielen is het verdwijnen van de Spar wel een probleem.'

Toch zeggen ook de Ulrummers die mobiel genoeg zijn om hun boodschappen elders te halen de winkel nu meer te missen dan meteen na de sluiting. 'Mensen vinden het na twee jaar toch erger dan verwacht dat er geen winkel meer is', zegt Haartsen. Een dorpssupermarkt blijkt meer dan alleen een plek om de boodschappen te doen. 'Zo'n winkel is ook een ontmoetingsplek en staat symbool voor een zelfvoorzienend dorp. De meerderheid van de inwoners vindt dat een dorp zonder supermarkt een dorp zonder hart is. Er leeft het gevoel van 'we raken alles kwijt'. Dat gevoel wordt versterkt doordat ook de wekelijkse markt sinds november is verhuisd naar het grotere Leens. De plaatselijke drogisterij sloot in december haar deuren en de groenteboer die . 'Dat was de laatste winkel in het dorp', zegt Schaap.

Overal in Nederland zien krimpgemeenten voorzieningen verdwijnen. Afgelopen jaar sloot in ruim twintig dorpen de laatste supermarkt de deuren, blijkt uit cijfers van onderzoeksbureau Locatus. Onder meer de bewoners van het Brabantse Hoogeloon, het Gelderse Velddriel, het Zuid-Hollandse Vierpolders en het Drentse Gasselte moeten hun boodschappen voortaan elders doen.

Een dorp dat zijn supermarkt verliest, hoeft niet altijd te wanhopen. 'Vaak ontstaan na een half jaar al initiatieven om toch weer een winkel in het dorp te openen', zegt Michael van den Hurk, directeur van groothandel Van Tol Retail, die veel dorpswinkels bevoorraadt. Volgens Locatus kregen in 2017 ongeveer tien dorpen hun enige supermarkt terug. Die nieuwe winkels zijn vaak een van deze drie varianten:

1. De rijdende supermarkt

Sinds de sluiting van de Spar doet Adolf Schaap vrijwel dagelijks Ulrum aan met zijn rijdende supermarkt. Tussen de kerk en het leegstaande Spar-pand parkeert hij zes dagen per week, 's ochtends en 's middags een uur lang zijn mobiele levensmiddelenmagazijn. 'De rest van de dag sta ik in negen andere dorpen', zegt Schaap. 'In Ulrum ben ik een uitkomst voor de ouderen. Ik stop ook altijd even bij het bejaardentehuis. Dan staat er al snel een rij van tien rollators voor mijn wagen.'

Van Tol Retail levert ook levensmiddelen aan rijdende supermarkten. 'In Nederland rijden er nog ruim 200 rond', zegt Van den Hurk. 'Ondanks het verdwijnen van dorpssupermarkten komen er geen nieuwe wagens bij. Als een dorp zijn winkel verliest, neemt een van de bestaande ondernemers er een dorp bij om zijn verzorgingsgebied te vergroten.'

2. De vrijwilligerssupermarkt

Van den Hurk bespeurt nog een trend. 'In steeds meer gemeenten nemen de dorpsbewoners de winkel over als de plaatselijke ondernemer ermee ophoudt.'

Vaak richten de bewoners een coöperatie op. 'In die coöperatieve supermarkt zijn dan voornamelijk vrijwilligers actief. Slechts een enkeling staat op de loonlijst.' Met zulke lage loonkosten is de dorpssuper vaak wel rendabel te exploiteren.

De dorpsbewoners van het Brabantse Sterksel houden hun winkel al dertien jaar zo draaiende. 'De lokale kruidenier stopte in 2002', vertelt Wim Bax, voorzitter van de coöperatie achter de dorpswinkel. 'Het dorp merkte toen dat er een sterke behoefte aan een winkel bleef. Voor de ouderen, maar ook omdat de huizen minder waard worden als er geen winkel in het dorp is.'

Dus werd ongeveer een kwart van de ruim 1.200 inwoners van Sterksel lid van een nieuwe coöperatie, die in 2004 een supermarkt opende in het dorp. 'Elk lid bracht minimaal 50 euro in als startkapitaal.'

De winkel in Sterksel draait vanaf het begin op een betaalde kracht en vijftig vrijwilligers. 'Tegenwoordig krijgt de lokale jeugd die in het weekend werkt ook betaald', zegt Bax. Het is een teken dat het goed gaat met de vrijwilligerssupermarkt. 'Dit jaar hopen we op een omzet van een miljoen.'

Dankzij dit succes heeft de super in Sterksel een voorbeeldfunctie gekregen. 'Uit zo'n vijftien dorpen zijn al groepen komen kijken hoe wij het aanpakken', zegt Bax. Volgens Van den Hurk hebben in ongeveer dertig tot veertig dorpen de bewoners het heft in eigen handen genomen. 'Dat aantal neemt de afgelopen jaren absoluut toe.' Vorig jaar openden onder meer vrijwilligerswinkels in het Groningse Sauwerd en het Brabantse Woensdrecht de deuren.

3. De gesubsidieerde supermarkt

In het Zeeuwse Wissenkerke hebben niet de inwoners het voortouw genomen, maar de gemeente. De lokale Spar krijgt ruim 92 duizend euro subsidie voor een verbouwing die het voortbestaan van de winkel voor tien jaar moet garanderen. 'Sommige gemeenten verstrekken subsidies aan bedrijven op basis van duurzaamheid of innovatie', zegt wethouder Adrie van der Maas (SGP). 'Wij doen dat om de leefbaarheid te behouden. Een supermarkt is een eerste levensbehoefte voor onze bewoners. Daarnaast ben ik bang dat het toerisme afneemt als de supermarkten verdwijnen.'

Die staatssteun op gemeentelijk niveau is toegestaan, zegt mededingingsadvocaat Maurice Essers. 'Decentrale overheden mogen ondernemingen gedurende drie jaar met maximaal 200 duizend euro steunen. Deze steun is zo minimaal dat het weinig tot geen impact heeft op de concurrentieverhoudingen.'

Toch trekken niet veel gemeenten de portemonnee voor het behoud van de supermarkt in het dorp. 'De algemene teneur onder onze leden is dat zij het in stand houden van supermarkten aan de markt willen overlaten', zegt een woordvoerder van het samenwerkingsverband van plattelandsgemeenten P10. Volgens een woordvoerder van Spar Holding komt het dan ook slechts 'sporadisch' voor dat ondernemers subsidie krijgen om de leefbaarheid van het dorp te garanderen.

Meer over