Reportage

Vergeet export, import wordt steeds belangrijker

Vergeet het mantra over het promoten van de export. Slim importeren wordt steeds belangrijker voor de Nederlandse economie.

CEVA Logistics, import en export in Nederland. Beeld Mike Roelofs
CEVA Logistics, import en export in Nederland.Beeld Mike Roelofs

'Hoeveel motorremmen gaan jullie vandaag maken?' Het lijkt een wat wezensvreemde vraag aan twee werknemers van een logistieke multinational, gespecialiseerd in spullen van A naar B brengen - alsof je de plaatselijke haringboer vraagt hoeveel tweedehands bestelbusjes hij vandaag denkt te verkopen. We staan in het kolossale magazijn van CEVA Logistics in Eindhoven: 50 duizend vierkante meter aan stellingen, stellingen en nog eens stellingen. Tussen de arbeidsvitaminen door klinkt af en toe het getoeter van de orderpickers, van bestelling naar bestelling rijdend op hun elektrische karretjes.

En plots, als een vreemd lichaam in dit logistieke organisme, is daar de assemblagelijn van CEVA: twee werknemers aan een tafel vol met asjes, tuimelaars, afstandsringen en andere remcomponenten. '475 motorremmen', antwoorden de werknemers op de vraag van Filip Schut, 'operations excellence manager' bij CEVA. 'Dus morgen kunnen die op de trucks worden gemonteerd in de DAF-fabriek', zegt Schut.

Logistieke schakel

DAF Trucks importeert de motorremmen bij een Amerikaanse bedrijf, met CEVA als logistieke schakel tussen de twee, legt Schut uit. Maar de Amerikaanse remmen zijn nog niet klaar: om kosten te besparen, laat het bedrijf asjes, moeren en andere componenten importeren uit India. Assemblagewerkers in Eindhoven zetten de remmen vervolgens in elkaar, waarna CEVA ze bij DAF aflevert. Zo tilt CEVA importeren naar een nieuw niveau: het bedrijf verdient zijn geld niet meer alleen door dozen te schuiven van de ene klant naar de andere, maar ook door zelf waarde aan de producten toe te voegen.

De trucks van DAF zijn een typisch voorbeeld van hoe industriële productie in tientallen, zo niet honderden puzzelstukjes uiteen is gevallen, waarbij veel landen puzzelstukjes leveren. 'Bedrijven kiezen ervoor hun productieproces op te knippen en specifieke onderdelen daar te laten uitvoeren waar dit het goedkoopst of meest efficiënt is', schreven de Kamer van Koophandel en het CBS onlangs in een gezamenlijk artikel. Etiketten als 'Made in Holland' dekken de lading niet meer, producten zijn eerder 'Made in the world'. Het ultieme voorbeeld is de iPhone: het idee komt uit Amerika, het touchscreen uit Japan, de coltan uit Congo, de batterij uit Taiwan, de gyroscoop van een Frans-Italiaans bedrijf, terwijl de in de Texaanse fabriek van het Zuid-Koreaanse Samsung gemaakte chips wellicht zijn gemaakt met de machines van wereldmarktleider ASML uit Veldhoven.

Waarde toevoegen

Deze industriële fragmentatie betekent dat bedrijven steeds meer import uit het buitenland nodig hebben om te kunnen produceren. 'We hebben het altijd maar over de export, maar import is inmiddels net zo belangrijk', zegt Marc Groothuijse van de Kamer van Koophandel. Voor een euro export was in 1988 gemiddeld 48 eurocent aan import nodig. In 2013 was dat toegenomen tot 61 eurocent. Bij import denken consumenten vaak aan bananen, chocola of smartphones, zegt Groothuijse, maar minstens even belangrijk voor onze economie zijn de nog niet kant-en-klare producten, zogenoemde 'halffabrikaten', waar Nederlandse bedrijven waarde aan kunnen toevoegen, zoals met de motorremmen van CEVA Logistics gebeurt.

Ondanks het toenemende belang van import galmt het export-evangelie van de werkgeverskansels. 'We moeten vol inzetten op export', zei Hans de Boer in augustus in het FD, vlak na zijn aantreden als VNO-NCW-voorman. 'Export, export, export. Dat is wat telt.' Zoals Jack Nicholson in de film The Shining eindeloos de frase 'All work and no play makes Jack a dull boy' typt, zo onvermoeibaar herhaalt De Boer zijn mantra:

export is de maatstaf voor concurrentievaardigheid en succes

export is de maatstaf voor concurrentievaardigheid en succes

export is de maatstaf voor concurrentievaardigheid en succes

Klopt dat wel? 'Export is op zichzelf geen goede maatstaf voor concurrentiekracht en succes', zegt econoom Bart Los van de Rijksuniversiteit Groningen. Hoeveel tulpen en Edammer kaas we exporteren, of hoeveel kolen en olie we wederuitvoeren via de Rotterdamse haven, zegt vrij weinig over de kracht van de Nederlandse economie. 'Het gaat erom hoeveel er in Nederland wordt verdiend door te exporteren. Om daar goed inzicht in te krijgen, moet je niet alleen kijken naar de waarde van export, maar ook naar hoeveel waarde in Nederland aan de export is toegevoegd.'

Havenstad

De Rotterdamse haven is bijvoorbeeld een belangrijke draaischijf voor de wereldexport, maar de toegevoegde waarde is voor Nederland vrij gering. Op iedere euro wederuitvoer verdienen we ongeveer 7 à 8 cent, tegen een toegevoegde waarde van 55 eurocent voor iedere euro export, zegt Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom van het CBS.

Het duidelijke onderscheid tussen wederuitvoer en export van producten van Nederlandse makelij verdwijnt gestaag. Nederlandse producenten moeten steeds meer importeren voordat ze hun product fabriceren. Tegelijkertijd proberen traditionele importeurs juist waarde toe te voegen door een deel van de productie op Nederlandse bodem te laten plaatsvinden.

Kant-en-klare koffers

Kist- en kofferfabrikant DFB Cases uit het Brabantse Diessen importeert ook kant-en-klare koffers, bijvoorbeeld de blauwe, valbestendige kisten die het bedrijf verkoopt aan de afdelingen nucleaire geneeskunde van ziekenhuizen om veilig radioactieve isotopen te kunnen vervoeren. Maar een groot deel van de 1 à 2 miljoen euro jaaromzet behaalt het zeven (binnenkort acht) werknemers tellende bedrijf door waarde toe te voegen aan geïmporteerde artikelen.

'Dit is voor General Electric', tikt eigenaar Ruud Dielen in de werkplaats op een zwarte kist, bedoeld als flightcase om een röntgenapparaat van het Amerikaanse technologiebedrijf te kunnen vervoeren. Het gesnerp van een cnc-freesmachine, die verderop lappen polyethyleenschuim uit Frankrijk tot kofferinterieurs versnijdt, vult de werkplaats.

Onbevlekte ontvangenis

'De flightcase komt op trillingsdempers te staan, zodat-ie tijdens het transport goed beschermd is. De platen van de kist worden aan elkaar geniet, dan komen er sloten in, daarna zetten we het GE-logo erop, dan komen de balhoeken en de handgrepen. De handgrepen importeren we uit Duitsland, het multiplex berkenhout komt uit Rusland en de toplaag komt van een Italiaanse producent.'

'In Nederland heeft men het altijd over verkopen', constateert Dielen. Handel lijkt zo soms bijna een onbevlekte ontvangenis: we hebben het wel over hoe we onze spullen aan het buitenland verkopen, maar niet over hoe ze ons land zijn binnengekomen. 'Om iets te verkopen, moet je eerst inkopen. Daarvoor moet je de juiste connecties vinden in het buitenland.'

Dat klinkt makkelijker dan het is. DFB Cases importeert bijvoorbeeld veel kofferonderdelen uit China. 'Dan sturen ze ons eerst een demonstratiemodel van een koffer, maar als we later de echte koffers krijgen, blijken ze toch iets te hebben veranderd', zegt commercieel manager Richard Henderiks. Dielen: 'Dan zijn de koffers opeens 15 millimeter langer dan afgesproken. Dat is een probleem, want wij hebben dan al de interieurs van de koffers gemaakt. Die komen dan los te zitten omdat de koffers te groot zijn.'

Obstakels

Zo zijn er meer problemen waar je als importeur tegenaan kunt lopen. Neem de douane, zegt Dielen. 'Je wilt niet achteraf een heffing van de Belastingdienst krijgen omdat je de douaneformulieren niet goed hebt ingevuld. In het begin hebben we wat dat betreft ook onze lessen moeten trekken.'

Henderiks: 'Als Heineken een schroefje verstuurt, zegt de douane dat het een onderdeel is van een tapinstallatie, terwijl Heineken vindt dat het een los schroefje is. Dat valt weer onder een andere belastingcode.'

Het wegnemen van de bureaucratische rompslomp bij de douane is ook een van de andere manieren waarmee CEVA Logistics extra waarde probeert toe te voegen aan zijn diensten aan klanten. 'Wij bieden klanten aan hun douane-activiteiten over te nemen', zegt Filip Schut. 'We kunnen producten vrijklaren, het papierwerk afhandelen, wat klanten een enorme kostenbesparing oplevert.'

Wasstraat

Het is steeds belangrijker te zoeken naar iets wat je extra kunt doen voor je klanten, zegt Schut. 'Voor een groot Zweeds telecombedrijf maken we bijvoorbeeld onderdelen van zendmasten schoon. Die staan in de open lucht en worden smerig. We hebben nu zelfs een vraag van het bedrijf om hier een wasstraat op te tuigen voor het schoonmaken van de onderdelen.'

De Nederlandse economie is vooral goed in het toevoegen van waarde vóór de productie (bijvoorbeeld met R&D of ontwerpen) en erna (bijvoorbeeld met de logistiek en het schoonmaakwerk van CEVA), legt econoom Bart Los uit. De toegevoegde waarde van de Nederlandse productie is ondanks maakindustriële grootmachten als ASML en Philips kleiner dan in andere Europese landen.

De motor van onze economie

DFB haalt de winstmarges zowel uit ontwerpen als uit het produceren zelf. 'Fred, kunne gij een 3D-tekeningetje op het scherm toveren?', zegt Ruud Dielen. Op het bureau van Fred, 'onze tovenaar', zegt Dielen, ligt ook een zwart-rode boormachine van het Duitse technologiebedrijf Bosch. DFB ontwerpt en produceert er een kofferinterieur bij van Frans polyethyleenschuim. Op het scherm verschijnt het interieur in 3D, bijna klaar om naar de freesmachine te versturen voor een eerste proef.

Export is de motor van onze economie, roepen veel politici en werkgevers elkaar na, maar daar vallen heel wat kanttekeningen bij te maken. Zo zou Nederland 70 procent van het inkomen in het buitenland verdienen, maar Nederland besteedt ook weer zoveel productie uit aan het buitenland dat maar de helft van de toegevoegde waarde in Nederland wordt gecreëerd. Al met al verdienen we dus eerder 35 procent van ons inkomen in het buitenland.

'Export alleen geeft geen goed beeld van onze concurrentiekracht', zegt Los. Hij noemt BMW's beslissing Mini's te laten produceren in de Nedcar-fabriek in het Limburgse Born als voorbeeld. In de statistieken zal komen te staan dat Nederland auto's exporteert. Maar daarin zal niet te zien zijn dat de laaggeschoolde productiewerknemers van Nedcar relatief weinig waarde aan de auto's toevoegen. Het meeste werk aan de auto's is gerobotiseerd, terwijl de meest arbeidsintensieve productie van de auto-onderdelen buiten Nederland plaatsvindt.

Los: 'Het meeste geld stroomt waarschijnlijk niet naar Nederland, maar naar andere landen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden