Veilige haven voor rust en paai

Ondanks perikelen met windmolens op zee gaat het onderzoek naar de ecologische gevolgen ervan door. Deze week kwamen er resultaten....

De barrières voor windmolenparken op zee zijn talrijk. In Denemarken zijn technische mankementen geconstateerd met de eerste generatie zeeturbines (zie kader). In Nederland lijkt de bezuiniging op de investeringsaftrek voor windenergie de energieopwekking met zeewind niet erg te bevorderen.

Energieleverancier Nuon, die met Shell het eerste testpark in zee zou bouwen, ziet het project al wankelen als de subsidie vervalt of fors omlaag gaat. 'Als er gesleuteld wordt aan de subsidie wordt het een wankel verhaal', zegt woordvoerder Bart Sikking van Nuon. Maar het kan ook met een sisser aflopen, want er is nog een ander potje met geld waaruit de plannenmakers kunnen putten.

Rond de eeuwwisseling leken windparken op zee dé oplossing. De ruimte voor windmolens op land was schaars en de weerstand tegen de zwiepende turbinebladen werd steeds groter. Nog afgelopen week werd het eerste windmolenpark in de Achterhoek om die reden afgewezen. Het kleinschalige essenlandschap bij Aalten zou ernstig worden verstoord onder de acht geplande windturbines.

Ondanks de perikelen gaat het voorbereidend werk voor het testpark op zee, voor de kust van Egmond, gewoon door. Deze week presenteerden onderzoekers hun ecologische inventarisaties over het biologisch leven dat zich afspeelt op dat stukje zee van 25 vierkante kilometer.

Ze registreerden het leven op de zeebodem (wormen, schelpdieren), de vissen, de zeezoogdieren en de vogels. Als het testpark er eenmaal staat, worden deze onderzoeken herhaald, zodat een goed beeld wordt verkregen van de ontwikkelingen van het zeeleven rond de 33 windturbines.

'Een degelijk staaltje Nederlands onderzoek', zegt drs. Sytske van den Akker van de milieuorganisatie Stichting De Noordzee, een van de vele clubs die konden meepraten over de richting van het onderzoek.

Voor het ecologisch onderzoek naar windmolenparken op zee wordt zo veel mogelijk samengewerkt. De ecologische inzichten met het windpark Horns Rev in Denemarken (bij Esbjerg) worden in Nederland gebruikt, zegt drs. Geert Koskamp van het Rijksinstituut voor Kust en Zee (RIKZ) in Den Haag.

Zo hebben de Nederlanders de Deense methode overgenomen om de aanwezigheid van bruinvissen te meten. In het testgebied werden zogeheten Tpods op de zeebodem bevestigd. Dit zijn microfoons in zee die de aanwezigheid van bruinvissen registreren door middel van geluidsklikken.

Deze gegevens worden per computer doorgegeven zodat continu informatie uit de zee op het land kan worden bijgehouden. Uit het onderzoek bleek dat bruinvissen vooral in de winter in het onderzochte gebied van de Noordzee voorkomen.

In en rond het windpark mag niet worden gevist. Daardoor zullen vissen zo'n park als een veilig toevluchtsoord beschouwen. Aan voedsel zal er ook geen gebrek zijn omdat op de funderingen van de windturbines zich nieuw bodemleven ontwikkelt.

Misschien zal er zelfs een kraamkamer voor vissen ontstaan als de watertemperatuur en de bodem ter plekke geschikt zijn. Er zijn zelfs plannen om windturbines te gebruiken voor de mosselkweek. Aan de palen worden dan netten bevestigd waarin de mosselen kunnen groeien.

Vogels, zoals meeuwen en sterns, zullen vermoedelijk de platforms rond de turbines gebruiken om uit te rusten of van daaruit hun voedseltocht op zee te ondernemen. De aalscholver met zijn niet-waterafstotende veren zal de windparken als uitvalsbasis zien voor de visjacht en om zijn veren te drogen. Nu nog moet de vogel terug naar de kust als hij een nat verenpak heeft.

De meeste zorgen baren de trekvogels, die van Siberië naar Afrika trekken langs de Noordwest-Europese kust. Verschillende soorten migreren 's nachts wanneer de turbines slecht zichtbaar zijn. Het onderzoek dat de nachtelijke vliegbewegingen in kaart brengt, is nog niet afgerond.

Wel blijkt uit het Deense park Horns Rev dat de vogels bij goed zicht tussen de turbines doorvliegen en bij slecht zicht eromheen. 'Welk effect dit heeft op hun energiehuishouding, weten we niet. Als ze te veel en te vaak moeten omvliegen zou dit kunnen leiden tot snellere uitputting en gewichtsverlies met als gevolg een geringer broedsucces. Minder nakomelingen leidt tot een afname van de populaties van bijvoorbeeld de kleine rietgans en de kanoetstrandloper', zegt ir. Walter van den Wittenboer van het Nederlands Centrum voor Energie en Milieu (Novem). Novem en RIKZ coördineerden het onderzoek.

De deskundigen zien in de toekomst, als er meer windmolenparken in zee komen, een groter probleem rijzen. 'Trekvogels die twee keer per jaar passeren en niet bekend zijn met het gebied, vliegen eerder tegen zo'n obstakel aan', zegt drs. Suzan van Lieshout van Bureau Waardenburg, dat aan het vogelonderzoek meewerkte.

'Als ze steeds voor een ander windpark moeten omvliegen halen ze Afrika niet', reageert Van den Akker. 'We zullen beter over de situering van die parken moeten nadenken.'

De deskundigen bij Novem en het RIKZ willen nader onderzoek naar methoden om rekening te houden met de trekvogels, zoals het stil zetten van de turbines in de vogeltrekperiode.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden