Vastigheid op alle fronten

Als pensioenfondsen een vaste rekenrente zouden gebruiken, in plaats van de huidige, zeer lage variabele, zouden ze er beter voor staan....

Amsterdam De onderzoekers van de OESO trokken wel een wenkbrauw op toen ze de verschillende pensioengetallen van Nederland eens naast elkaar legden. Volgens cijfers van De Nederlandsche Bank waren de pensioenfondsen tussen 2007 en 2008 in een klap bijna al hun reserves kwijtgeraakt. Het getal dat de kracht van pensioenfondsen aangeeft – de dekkingsgraad – kelderde in dat jaar van 144 naar 95 procent.

Wie echter de jaarverslagen van enkele tientallen Nederlandse ondernemingen erbij pakte, kwam tot een geheel andere conclusie. In 2007 hadden de pensioenfondsen van deze bedrijven al een klein tekort, dat in het crisisjaar slechts licht was opgelopen.

Niettemin vielen de Nederlandse pensioentekorten vergeleken met buitenlandse fondsen nog best mee. De pensioenfondsen in Japan, België, Groot-Brittannië en heel Scandinavië zijn veel armer (zie grafiek). Rara hoe kan dat? En welke van deze twee getallen weerspiegelt nu het beste de toestand van de Nederlandse pensioenfondsen?

Deze vraag is actueel nu veertien pensioenfondsen gedwongen zijn de pensioenuitkeringen te verlagen. Volgens bestuursvoorzitter Dick Sluimers van pensioenuitvoerder APG is Nederland in de problemen gekomen vanwege de extreem lage rente. Door deze lage rente lijkt het net of pensioenfondsen veel te arm zijn om in de toekomst alle pensioen te kunnen betalen.

Als fondsen hun toekomstige verplichtingen op een andere manier berekenen, staan ze er veel sterker voor, meent Sluimers. Hoe hoger de rente, hoe minder geld er in kas nodig is. Zijn pleidooi werd dinsdag gesteund door de drie koepelorganisaties van pensioenfondsen. Zij vragen minister Donner om een aanpassing van de renteregels.

De discussie draait om de vraag hoeveel geld een pensioenfonds in de toekomst moet bezitten. Om dat bedrag te berekenen, zijn legio veronderstellingen nodig. Zo moet een pensioenfonds vaststellen hoe oud de gepensioneerden zullen worden, hoeveel pensioenpremie nog opgehaald gaat worden, en hoeveel winst er gemaakt wordt op het geld dat al in kas is. Een kleine wijziging in een van deze aannames kan grote gevolgen hebben. Als alle gepensioneerden bijvoorbeeld een jaartje langer zouden leven, is veel meer geld nodig.

Sluimers van APG hekelt nu vooral de wijze waarop de pensioenfondsen hun beoogde vermogenswinst moeten berekenen. Als een van de weinige landen gebruiken Nederlandse pensioenfondsen daarbij de marktrente van staatsobligaties. (zie inzet)

Aangezien beleggers door de kredietcrisis de laatste twee jaar massaal naar veilige staatsobligaties zijn gevlucht, is deze rente inmiddels tot onder de 3 procent gezakt (zie grafiek rechts). Nederlandse pensioenfondsen moeten er dus nu van uitgaan dat hun vermogen tot in de lengte der dagen met minder dan 3 procent per jaar groeit.

En dat is veel te pessimistisch, vinden Sluimers en consorten. Als je een andere rekenrente gebruikt, blijken de pensioenfondsen in Nederland er plots weer veel sterker voor te staan. Als de kracht van pensioenfondsen bijvoorbeeld wordt gebaseerd op de rente op betrouwbare bedrijfsobligaties, schiet de dekkingsgraad in Nederland omhoog van 100 naar ruwweg 120 procent.

Sluimers krijgt voor zijn pleidooi steun van de economische denktank OESO. In een recent landenrapport hekelt de organisatie de forse schommelingen die het Nederlandse model veroorzaakt. Als Nederland nu eens uitgaat van een veel stabieler renteniveau, dan hoeven pensioenfondsen niet elke dag hun doelen aan te passen. Door bijvoorbeeld uit te gaan van een vaste rente van 4 procent, blijft het verplichte bedrag dat gehaald moet worden ten minste gelijk. Dat scheelt schommelingen in de dekkingsgraad.

Opmerkelijk genoeg, is een vaste rekenrente met steun van de pensioensector vijf jaar geleden juist afgeschaft. Toen vonden de fondsen de vaste rente van 4 procent juist lastig. In de praktijk haalden ze hogere rendementen, dus ze wilden ook tegen een hogere rente hun verplichtingen berekenen. Op die manier hoefden pensioenfondsen minder geld te reserveren.

Nu de variabele rente is ingevoerd, blijkt daar ook een nadeel aan te zitten. In plaats van zich rijk rekenen, moeten de fondsen zich noodgedwongen arm rekenen.

De OESO adviseert Nederland voortaan een rekenrente te gebruiken die minder schommelingen kent. Nederland zou bijvoorbeeld terug moeten naar de vaste rekenrente van 4 procent. Of er moet voortaan gekeken worden naar de hogere rente van bedrijfsobligaties.

Aan dit voorstel zit ook een keerzijde. De OESO meent dat in goede tijden ook bijdragen van werknemers en werkgevers stabiel blijven. Dus bij een hoge rente mogen pensioenfondsen niet opeens de uitkeringen verhogen en de premies verlagen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden