Column Frank Kalshoven

Vanuit het perspectief van een huishouden is het niet zo gek – ook niet onverstandig – om op de dalende rente te reageren met hogere ­besparingen

Wat doen we als het bier goedkoper wordt? Meer bier drinken. Wat doen we als de appels in de aanbieding zijn? Meer appels kopen. En wat doen we als lenen goedkoper wordt? Meer lenen? Nee, we sparen meer. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) becijferde deze week dat Nederlandse huishoudens de afgelopen jaren hun inkomensgroei voor een groot deel hebben gebruikt om te sparen en leningen af te lossen. 

Hoe kan dat? En wat zijn de gevolgen van deze spaarzin in een tijd waarin openlijk wordt nagedacht over negatieve rentes op spaarrekeningen?

Bij het nadenken hierover zijn twee verschillende perspectieven van belang. Dat van het huishouden, het microperspectief, en dat van de economie als geheel, het macroperspectief. De uitkomsten verschillen radicaal.

Voor een huishouden kan meer sparen in reactie op een lagere rente volkomen logisch zijn. Aan de ene kant wordt sparen onaantrekkelijker. Maar anderzijds betekent een lagere rente dat het stapeleffect van rente-op-rente kleiner wordt. Vijf jaar 5 procent rente ontvangen op honderd euro geeft een eindbedrag van 127 euro. Is de rente 2 procent, dan staat er na vijf jaar maar 110 euro op de rekening. Als het spaardoel 127 euro was (om welke reden dan ook), moet dit ­huishouden dus meer spaargeld inleggen om dit doel te bereiken.

Hebben huishoudens dan reden om hun spaardoelen te handhaven of zelfs te vergroten? Ja, ze hebben er ten minste twee. Ten eerste zit de schrik van de (huizen-)crisis nog in de benen. Huiseigenaren vonden het een naar idee dat hun huis ‘onder water stond’, dat de marktprijs van hun huis lager was dan de hypotheekschuld. Extra aflossen op de hypotheek schept een buffer. Dit is niet per se verstandig of onverstandig, dat hangt van het huishouden af, maar het is in elk geval een gevoelde reden om meer te sparen.

De tweede spaarreden is het voortdurende gerommel in pensioenland. Naarmate pensioenleeftijd en pensioenhoogte onzekerder worden, lijkt het verstandiger zelf maar een extra appeltje voor de dorst bijeen te sparen.

Vanuit het perspectief van een huishouden is het dus niet zo gek –en trouwens ook niet onverstandig – om op de dalende rente te reageren met hogere ­besparingen.

Maar hoe zit dat macro? Anders. Nederlandse ­huishoudens hebben, internationaal vergeleken, hoge ­(hypotheek-)schulden en dat maakt ze kwetsbaar. Afbouwen van de schuldenberg klinkt daarom als een verstandig idee, ook al is het gevolg dat de consumptie door huishoudens dan achterblijft en de economische groei dan wat lager uitvalt dan had gekund.

Het probleem is dat niet alleen de huishoudens hun schulden aflossen, maar dat de overheid en bedrijven dat ook doen. Tegelijkertijd. De solvabiliteit van het CBS-panel van 300 grote ondernemingen is de afgelopen jaren gestegen van 46 naar zo’n 50 procent. En de staatsschuld komt dit jaar onder de 50 procent uit, ­terwijl die in 2014 nog bijna 70 procent was.

Doordat huishoudens, bedrijven én de overheid tegelijkertijd hun schulden afbouwen, is er in de economie een overaanbod aan spaargeld, of, andersom bekeken, een tekort aan partijen die geld willen lenen. Met als gevolg: nog lagere rente. En als de spaardoelen van de drie partijen niet veranderen, is het gevolg: ze gaan nog meer sparen. Nog lagere rente. Nog meer sparen.

Wie kan iets doen? De overheid. Wat dan? Schulden maken.

Liefst wel voor iets nuttigs, natuurlijk.

Frank Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek. Reageren? Email: frank@argumentenfabriek.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden