De Onderneming Stroopfabriek Canisius Henssen bv

Van pannekoeken tot zoervleisj: de Limburgers willen stroop, dus geeft Canisius ze stroop

Jean-Pierre, Maurice en Jolan Henssen, neven en nicht, vormen samen de directie van stroopfabriek Canisius Henssen. Beeld Katja Poelwijk

Familiebedrijf Canisius is de grootste producent van rinse appelstroop – en al meer dan honderd jaar een begrip in Limburg. In al die tijd is het assortiment nauwelijks uitgebreid. Waarom zouden ze, de mensen willen toch stroop?

Jean-Pierre Henssen moet een jaar of 3 zijn geweest toen hij werd gefotografeerd met een potje appelstroop voor zijn neus. De foto werd gebruikt als afbeelding voor de strooppotjes van het familiebedrijf Canisius Henssen bv in het Zuid-Limburgse Schinnen. Bijna een halve eeuw later staat hij nog steeds op een klein deel van de potjes die dagelijks de fabriek verlaten.

‘Ach ja, de mensen blijven er nog steeds naar vragen’, zegt Jean-Pierre Henssen (51), haast op verontschuldigende toon. ‘Oorspronkelijk werden deze potjes verkocht in de Edah en later bij Super de Boer, nu vooral nog in Limburgse boerderijwinkels.’ Inmiddels is hij commercieel directeur van de Nederlandse marktleider in appelstroop.

Het traditionele strooppotje van Canisius met Jean-Pierre Henssen als peuter. Beeld Canisius

Stroop, wie is er niet groot mee geworden in Limburg? En dan gaat het niet om de vloeibare schenkstroop, maar om de rinse appelstroop waar je mes rechtop in blijft staan. Bij rinse appelstroop komt het zoet van de suikerbieten en het zurige van de appels. De Limburgse dialecten hebben een waaier aan woorden voor het ijzerhoudende streekproduct – zeem, sjrwarp, sjroeëp, sjroêp, kruutje, kroêt.

Mestreechs zoervleisj

De meeste Nederlanders associëren stroop met pannekoeken, maar in Limburg kent het veel meer toepassingen. Een boterham met kaas en stroop, verwerkt in ijs of bonbons en natuurlijk in Mestreechs zoervleisj (Maastrichts zuurvlees). ‘Zelf krijg ik in de herfst altijd zin in bloedworst of balkenbrij met stroop’, zegt Henssen.

Alleen in de herfst en de winter ruik je dat er stroop wordt gemaakt aan de rand van Schinnen, tussen spoorlijn en bosrand. Jaarlijks verwerkt Canisius 16 miljoen kilo appels, suikerbieten, peren en andere vruchten. Tussen september en februari worden er dagelijks zo’n 140 duizend kilo grondstoffen aangevoerd. Alles wordt meteen gewassen en vier tot vijf uur gekookt. De suikerbieten ruiken wat weeïg, de appels friszuur.

Voor elke kilo stroop is 7 kilo appels nodig. Na het koken wordt in decanteercentrifuges de pulp van het sap gescheiden. De pulp gaat naar boeren als veevoer, het sap wordt door verdamping verder ingedikt tot een donkerbruine massa. ‘De appels krijgen zo meer geleerkracht’, legt Henssen uit. ‘We hebben sappige appels nodig, geen melige, want die smaken niet lekker in de stroop en hebben te weinig geleerkracht.’ Dat indikken luistert heel nauw. ‘Als je het sap te dik maakt, krijg je het wel warm in de opslagtanks, maar eenmaal afgekoeld krijg je het er nooit meer uit.’

Rinse appelstroop

In februari, aan het eind van de oogst, zijn de opslagtanks helemaal gevuld. Het jaar rond wordt er stroop gemaakt, zo’n 30 duizend potjes per dag. De klassieker is de rinse appelstroop: appel en suikerbiet (ook wel beetwortel genoemd), ingedikt tot stroop met 55 procent ‘natuurlijke vruchteigen suikers’. ‘We maken melanges, net als koffiebranders’, zegt Henssen. ‘Het is een natuurproduct, maar de stroop moet niet de ene keer te zoet of te dun zijn en de andere keer te zuur en te dik.’

Een medewerker van Canisius vult een kookketel. Beeld Katja Poelwijk

De fruitoogst mag dan in volle gang zijn, voor Canisius is het lastiger dan anders om aan voldoende appels te komen. ‘Ze zijn dit jaar duurder dan anders, ik weet ook niet precies waarom. Ik denk dat er dit jaar minder appels uit Polen hier op de markt komen. We verwerken het liefst appels uit de streek, maar steeds meer telers stoppen ermee. Dat maakt het op termijn wel lastig voor ons. We verwerken vooral industrieappels, die te klein of te groot zijn voor de consument, of die geblutst zijn door hagelschade.’

Stroopstokerijen

De stroopfabriek in Schinnen werd opgericht door Jean Canisius. Hij begon in 1896 een fruithandel. Omdat er fruit overbleef, begon hij het te drogen. Toen hij in 1903 een stroopfabriekje begon, telde Limburg nog drie- tot vierhonderd kleine stroopstokerijen. Jean Canisius zei tegen de boeren: breng mij je appels, dan krijg je er stroop voor terug.

De kinderloze Canisius liet de fabriek na aan zijn neven en nichten, onder wie een nicht en haar man Henry Henssen, die al bedrijfsleider was. In 1963 droeg Henry de fabriek over aan zijn zonen Harie, Alfons en Piet. Hun veertien kinderen namen in 1996 de fabriek over. Uit elke tak nam een van de kinderen plaats in de directie: Jean-Pierre (51), Maurice (50) en Jolan (51). ‘Henri was onze opa, Piet was mijn vader’, zo duidt commercieel directeur Jean-Pierre Henssen zijn plaats in de familiestamboom. ‘Harie was de vader van Maurice, die nu directeur productie is. Jolan, de dochter van Alfons, is het derde lid van het managementteam.’

De familie mag in ruim een eeuw zijn uitgebreid, Jean-Pierre, Maurice en Jolan betwijfelen of de volgende generatie het bedrijf ook weer wil voortzetten. ‘Mijn kinderen zijn dol op stroop, maar roepen niet meteen: wow, sjiek’, zegt Jean-Pierre Henssen. ‘En dat geldt ook voor de kinderen van Jolan en Maurice. Je kunt het ze ook niet verplichten. We moeten maar eens zien als de pensioengerechtigde leeftijd in zicht komt.’

Controle bij de afvulmachine. Beeld Katja Poelwijk

Maar vooralsnog is Canisius sinds 2003, de Nederlandse marktleider in appelstroop, met iets meer dan 50 procent van de markt. De enige concurrent, 50 kilometer noordelijker gevestigd in Beesel, is Frumarco. De grootste liefhebbers zitten in Limburg, maar in heel Nederland is Canisius te koop. Een Finse dropfabriek koopt het in grote tonnen voor lakritz-drop. En het is een heimweeproduct, dat wordt verscheept naar emigranten in Australië, Nieuw-Zeeland en Canada. Onlangs vroeg Aldi Australië voor een ‘Dutch Week’ een offerte aan voor een zeecontainer stroop.

Appelmoes

Maar is stroop niet een te smalle basis voor het bedrijf? Nee, vinden ze in Schinnen. Ondanks de groeiende concurrentie in het broodbelegschap blijft de omzet op peil, een hele prestatie. En deze generatie heeft het assortiment al iets verbreed. Zo wordt er fruitstroop gemaakt van gekookte peren, appels, pruimen, zure kersen, vlierbessen en frambozen. En er zijn dipstroopjes met vijgen, port, mosterd of ‘Alfa Superstrong’ – een ingrediënt van een ander familiebedrijf uit Schinnen: Alfa Bier.

De omzet van die nieuwe productsegmenten is niet groot, maar dat hoeft ook niet van de familie Henssen. Schoenmaker, hou je bij je leest: dat is de belangrijkste les die de vorige generatie heeft overgedragen aan de huidige. Harie, Alfons en Piet besloten een jaar of veertig geleden om naast stroop ook appelmoes te gaan maken. Dat was geen succes, lacht Jean-Pierre Henssen. ‘Het gevolg dat jaar was dat er te weinig stroop was, terwijl ze met de appelmoes bleven zitten.’

Beeld Canisius

Bedrijf
Stroopfabriek Canisius Henssen bv
Waar
Schinnen
Sinds
1903
Aantal werknemers
18
Jaaromzet
5 miljoen euro

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden