Van financiële cowboys via volksproduct tot de grote jongens: 40 jaar optiebeurs in Amsterdam

Als een Casino Royale begon woensdag veertig jaar geleden de optiebeurs in Amsterdam. Niemand wist precies wat dat bonte gezelschap precies deed, daar in de Beurs van Berlage. Sem van Berkel en Ulf Doornbos waren er vanaf het eerste uur bij. Hoe de optiehandel de massa bereikte – en weer kwijtraakte.

Beeld Raymond Rutting

Good morning, Ladies and Gentlemen

Philips Lamps trading twentyseven

Opening rotation july seventyeight

Call twentyseven?

One bid at twenty

At onefifteen in the book for seven

Ten to buy

Opening onetwenty

Market after ?

Onefifteen bid at twentyfive.'

Het was voor bijna iedereen abracadabra. Op 4 april 1978 – woensdag veertig jaar geleden  begon om 10 uur in de ochtend in Amsterdam de handel in iets nieuws: opties. ‘Niemand mocht ons. Maar iedereen was er’, zo herinnert Ulf Doornbos, de vloermanager die de eerste transactie beklonk van 10 callopties Philips die het recht gaven om op de derde vrijdag van juli 1978 aandelen Philips te kopen voor 27 gulden. Daarvoor moest een premie worden betaald van 1,20 gulden.

Opties zijn rechten om aandelen of andere financiële waarden op termijn tegen een vaste prijs te kopen (callopties) of te verkopen (putopties). ‘Politici, journalisten, beurshandelaren vonden het fascinerend. Uit alle hoofdsteden van Europa waren financiële mensen overgevlogen naar Amsterdam om het fenomeen te aanschouwen. ‘Mais non’, zei een Franse bankier of zoiets in Parijs mogelijk was. ‘Nein, nur gedeckt schreiben’, antwoordde een Duitse beurshandelaar uit Frankfurt', zo herinnert Doornbos zich. Opties zou je alleen mogen schrijven – uitgeven – als je ook de aandelen hebt – dekking. 'In Londen was er wel belangstelling. Maar dan zouden ze het zelf gaan doen – een plan waar niets van terecht zou komen’.

Casino Royale werd de optiebeurs laatdunkend genoemd. Het was een bont gezelschap dat op de vloer van de Beurs van Berlage in steenkolen-Engels het nieuwe product ging verhandelen. ‘Een lts’er, een professioneel schaker, een marktkoopman van de Albert Cuyp, een internist die uitgekeken was op zijn vak en twee Engelse gentlemen die niet goed genoeg werden gevonden voor de Londense beurs’, weet Sem van Berkel, zelf een broker van het eerste uur. Financiële cowboys. Zo werden ze beschreven. Het idee voor een optiebeurs was afkomstig van Johan Korthals Altes, die toen voorzitter was van de Vereniging voor de Effectenhandel en het in Chicago had gezien.

Een voormalig kapitein ter zee had in De Industrieele Groote Club aan de Dam de sollicitatiegesprekken gevoerd. Van opties wist hij niets. Er was een Vereniging opgericht met de pretentieuze titel European Options Exchange (EOE). Tjerk Westerterp, een voormalig minister in het kabinet-Den Uyl, was zo gek om directeur te worden. ‘Het was nog crisis. De aandelenmarkt lag er al jaren dood bij. De omzet in opties kwam nooit boven enkele honderden contracten per dag. Elke vrijdag ging ik naar huis met het idee dat het maandag wel afgelopen zou zijn’, zegt Van Berkel. Jos Dreessens van marketmaker AOT (Amsterdam Option Traders) lukte het wat leven in de brouwerij te brengen door opties op Amerikaanse aandelen te gaan aanbieden.

‘Alleen Westerterp was onvermoeibaar. We moesten als handelaren met hem gaan toeren door het land. Dan zaten we ’s avonds in zaaltjes in Zeeland met meer mensen op het podium dan in de zaal. Dan vroeg iemand aan Westerterp wat een optie was; die speelde de vraag weer door aan Doornbos en die weer aan mij. De gekste dingen werden verzonnen. We werden shirtsponsor van Roda JC – een club die toen bijna ter ziele was. Johan Cruijff werd uitgenodigd en meteen tot ambassadeur van Roda en de Optiebeurs benoemd. Westerterp liet een pikeur met een sulky en een paard draven over de vloer, liet Willem van Hanegem en Jan Mulder een balletje trappen en vroeg André Hazes daar De Vlieger te zingen. Als hij eens een dag niet in de societyrubriek van Stan Huygens van De Telegraaf stond, dacht iedereen dat hij ziek was.’

Op de vloer werd maar wat gedaan. De gekste bied- en laatkoersen kwamen tot stand. Eerst waren er alleen calletjes, later kwamen er ook puts. ‘Maar soms had de koers niets met de werkelijke waarde van doen. Een kansarme optie kon duurder zijn dan een kansrijke’, weet Van Berkel.

Ommekeer

De ommekeer kwam in 1983. Doornbos weet het nog: ‘Akzo kwam met een hoger dan verwachte kwartaalwinst. En de rest volgde. De koersen gingen omhoog. En de optiehandel nam een zo grote vlucht dat de waarde van een zetel op de beurs steeg van 7.000 gulden naar 998 duizend gulden vier jaar later. Er kwamen econometristen naar de beurs die de theoretische waarde van opties konden uitrekenen.' 

Van Berkel: ‘Jan Dobber van Optiver werkte met het Black-Scholes-model. De oude hap maakte er een grap over: Black OK, Scholes maar niet.' Black-Scholes is een Nobelprijswinnend wiskundig model om de prijs van opties te berekenen. Maar Optiver groeide uit tot wat het nu is: de grootste optiehandelaar ter wereld. De vloer van de optiebeurs werd een gekkenhuis. Handelaren kregen jasjes in de bedrijfskleuren, zodat in het geschreeuw rond de pit geen misverstanden konden ontstaan wie kocht en verkocht. Er kwam een eigen gebouw aan het Rokin. Begin jaren negentig werden opties een volksproduct, waarover in voetbalkantines en op verjaardagsfeestjes even hoog oplopende discussies plaatsvonden als over de opstelling van het Nederlands elftal. Nederland was massaal in the money of out of the money.

Guldentekens

Particulieren verdienden er gemiddeld genomen geld mee vanwege de continu oplopende koersen en kregen steeds grotere guldentekens in de ogen. Met de dotcomcrisis in 2001 zakte de particuliere markt in. Opties werden een professioneel product van enerzijds grote speculanten als hedgefondsen die de hefboomwerking gebruikten om enorme rendementen te halen en anderzijds grote beleggers die zich wilden indekken voor grote koersverliezen in tijden van marktturbulentie. Inmiddels worden alleen op Euronext per dag 86 miljoen opties verhandeld op aandelen en de AEX-index. Mondiaal zijn dat er 9,5 miljard per dag. De handel in futures (financiële termijncontracten) groeit nog vele malen sneller. Alleen Philips zit niet meer in lampen.

-------------------------------------------------------

Calls en puts? Hoe opties ook alweer werken

Opties zijn rechten om aandelen of andere financiële waarden op termijn tegen een vaste prijs te kopen (callopties) of te verkopen (putopties). Met de call wordt gespeculeerd op een koersstijging, met de put op een koersdaling. 

Stel dat een aandeel een koers van 55 euro heeft. Een belegger kan een call kopen die hem of haar het recht geeft over drie maanden 100 van die aandelen tegen 55 euro te kopen – een optiecontract. Daarvoor moet hij of zij een premie betalen aan degene die de optie schrijft (1,50 euro per aandeel of 150 euro in totaal). 

Als het aandeel over drie maanden is gestegen tot 60 euro geeft dit contract hem het recht 100 aandelen tegen 55 euro te kopen - in totaal 5500 euro – die tegen 6000 euro kunnen worden verkocht. Dat levert een winst op van 500 euro min de betaalde premie van 150 euro is 350 euro. 

Hij had ook een putoptie kunnen kopen die hem het recht gaf 100 van die aandelen te verkopen tegen 55 euro. Daar zou hij een premie van 1,20 euro per aandeel voor moeten hebben betalen: in totaal 120 euro. Als het aandeel zou zijn gestegen tot 60 euro was de put-optie waardeloos (out of the money) en was hij of zij het geld kwijt. Maar als het aandeel zou zijn gedaald tot 50 euro (in the money) zou er een winst resteren van 500 euro min 120 euro is 380 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.