REPORTAGE

Van een vaste baan in de stad naar geitenkaas op het land

Niet iedere Franse boer voert actie met blokkades. Er zijn er ook die juist teruggrijpen op oude werkwijzen als redding voor het platteland.

De groep 'néoruraux' in Saint-Franc, in de Savoie in Zuidoost-Frankrijk, woont onder andere in een bijzonder soort tent. Beeld Bart Koetsier

Saint-Franc is een prachtig dorpje in de Savoie, waar de kerk en de mairie pittoresk afsteken tegen de uitlopers van de Alpen. Maar het is ook zo'n Franse gemeente waaruit het leven langzaam lijkt weg te sijpelen. Slechts 140 inwoners, de school, het café en de bakker zijn allang verdwenen. Voor je het weet, houd je een dorp over dat slechts bestaat uit weekendhuisjes en een paar stug volhoudende boeren. Frankrijk als nostalgisch themapark, dat zo treffend werd beschreven door Michel Houellebecq in De kaart en het gebied.

Daarom was de gemeente Saint-Franc blij dat Frédéric Choffel en zijn vrienden de boerderij Sainte-Berthe wilden kopen. Een gehucht op zichzelf eigenlijk, met vier huizen, een paar stallen en boerenschuren, waar een groepje van acht stadsmensen een nieuw agrarisch bestaan wil opbouwen. Néoruraux worden ze genoemd, 'nieuwe plattelanders', die leven brengen in ontvolkte dorpen, bijvoorbeeld door een kleinschalig, vaak biologisch boerenbedrijf te beginnen.

'We woonden in de stad, in Lyon, Grenoble, Chambéry en Genève', zegt Choffel. Zelf werkte hij als ingenieur bij de grote elektriciteitsmaatschappij EDF. 'Ik werkte op het gebied van hernieuwbare energie, maar het bevredigde me niet echt', zegt hij. EDF blijft een groot bedrijf dat zo veel mogelijk geld wil verdienen. 'Soms moest ik naar Bordeaux vliegen om daar een klein project in duurzame energie te doen', aldus Choffel.

De kredietcrisis van 2008 was een katalysator. Tijdens hun nachtenlange discussies raakten de vrienden ervan overtuigd dat de hedendaagse economie is gebouwd op drijfzand. Het was tijd voor een simpeler leven op het platteland. Je eigen voedsel verbouwen, in harmonie met de natuur.

Begin

Choffel laat de geitenstal zien, met een kudde van nu nog twintig geiten die langzaam moet uitgroeien. In het dal ligt een perceel waar groente wordt verbouwd. 'We staan nog maar aan het begin', zegt Choffel. 'Drie mensen hebben nog een baan in de stad, dat geld hebben we nodig. Maar uiteindelijk moeten acht mensen leven van geiten, groenten en honing, aangevuld met inkomsten uit agrarisch toerisme.'

Choffels collectief werd geholpen door stichting Terre de Liens, die kleinschalige landbouw wil bevorderen. Vaak hebben kleine boeren geen geld voor grond, zeker niet als ze moeten concurreren met grote agrarische bedrijven die schaalvergroting nastreven. Terre de Liens heeft een kapitaal van 45 miljoen euro, bijeengebracht door particuliere investeerders, waarmee zo'n 130 kleinschalige boerderijen worden gesteund.

Oprichter is de Nederlander Sjoerd Wartena (76). In 1973 trok hij naar de Drôme om er geitenkaas te maken. 'Ik werkte toen in de universiteitsbibliotheek in Amsterdam, afdeling oude handschriften. Maar wij wilden terug naar de natuur. Mijn vader kreeg bijna een hartaanval toen hij dat hoorde. Ik vergooide een prachtige vaste baan om geitenboer te worden.'

De Drôme zat destijds vol '68'ers', soixante-huitards, die communes stichtten, maar merendeels ook weer snel vertrokken, omdat het hippieleven moeilijk te combineren bleek met het zware boerenbestaan. Wartena en zijn vrouw bleven. 'Achteraf vragen we ons wel eens af waarom. Een verklaring is de ontmoeting met de oude Franse boerencultuur hier. Die mensen hadden een enorme kennis, vertoonden een grote overlevingskunst. Ze leerden ons hoe je een varken slacht, hoe je plant, hooit, een kar laadt op een helling. In een wereld waar alleen grootschaligheid telt, was dat niets meer waard. Als je met een paard onkruid wiedt omdat je toch maar een klein oppervlak hebt, zegt een moderne boer: je gaat toch niet terug naar de Middeleeuwen? Wij zeggen juist: die oude kennis mag niet verloren gaan.'

De huidige landbouwcrisis in Frankrijk toont eens te meer hoe kwetsbaar de grootschalige landbouw is, zegt Wartena. 'Die jongens hier verderop in de vallei hebben 800 schapen, maar al hun geld komt uit Brussel. Het zijn reuzen op lemen voeten.'

In Saint-Franc zijn het jonge mensen die teruggaan naar het land. Beeld Bart Koetsier

Sociaal explosief

Een wereld waarin voedsel op industriële wijze wordt geproduceerd, is sociaal explosief, zegt hij. 'Zo'n kippenfabriek in Saoedi-Arabië, gebouwd door Nederlandse bedrijven, is slim, efficiënt - competitief, moet je dan zeggen. Maar al die fabrieken en steeds groter wordende landbouwbedrijven maken dat straks eenderde tot de helft van de wereldbevolking werkloos is. Kleinschalige landbouw kan een heleboel mensen zinvol aan het werk zetten', zegt hij.

Ook in Frankrijk. Hij ziet het om zich heen, in de schitterende omgeving van Vachères-en-Quint in de Drôme. In het dorp zitten veel kleine boeren. Ze hebben een groentetuin, plukken groenten in het wild, maken thee, distilleren kruiden, houden schapen en geiten voor de kaas. 'Veel van die boeren zitten op een minimuminkomen, maar vinden dat geen bezwaar. Het is een andere manier van leven', zegt hij.

Wartena wordt boos als hij een romantische dromer wordt genoemd. Hij kan zich opwinden over mensen als Louise Fresco, baas van de Landbouwuniversiteit in Wageningen, die betogen dat industriële voedselproductie onvermijdelijk is als de aarde negen miljard mensen moet voeden.

Wartena: 'Dan wordt gezegd: de biologische landbouw neemt te veel grond in beslag om al die mensen te voeden. Het probleem is niet de biologische landbouw, maar de vleesproductie. Omdat de Chinezen en Indiërs rijker worden, willen ze meer vlees eten, dus moet dat worden geproduceerd. Je zou moeten zeggen: dat vlees is helemaal niet zo belangrijk.'

Makkelijker gezegd dan gedaan, weet hij. Maar Wartena weigert zich neer te leggen bij een wereld van plofkippen en megastallen, van vervuilende industriële landbouw die slechte kwaliteit levert, het natuurlijk evenwicht verstoort en de sociale structuur van het platteland vernietigt.

Veel handwerk en eenvoudige productiemethoden. Beeld Bart Koetsier

Tegenstroom

Optimistischer is hij er niet op geworden, in de loop der jaren. Terre de Liens helpt 'koppige en moedige' boeren, die een 'tegenstroom van solidaire en sociale economie' vormgeven, zegt hij.

'Het is moeilijk geworden. Grond en huizen zijn duur en de landbouwprijzen zijn laag, juist door die schaalvergroting', zegt hij. 'De meeste consumenten interesseert het geen klap of hun voedsel uit Brazilië of Nieuw-Zeeland komt, als het maar goedkoop is.'

Toch blijft de droom van een eenvoudig plattelandsbestaan mensen trekken. Ook het collectief van de Ferme Sainte-Berthe zoekt een zinvol bestaan, bevrijd van de dwang van de consumptiemaatschappij. In de gezamenlijke huiskamer staan een paar versleten kunstlederen bankstellen in het design van de kringloopwinkel.

'Natuurlijk kijken de dorpelingen wat wantrouwend naar ons', zegt Frédéric Choffel. 'Dat kan ik me wel voorstellen. Veel néoruraux-projecten mislukken. Boeren is niet eenvoudig. Maar we gaan ons uiterste best doen hier iets van te maken. Als we falen, vinden we wel iets anders. Dat is onze luxepositie: we hebben allemaal onze diploma's en werkervaring achter de hand.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden