De onderneming Toko Dun Yong

Van 20 vierkante meter naar vijf verdiepingen: Toko Dun Yong ziet al sinds 1959 voedseltrends komen en gaan

De opa van Kin Ping Dun opende in de jaren vijftig de inmiddels oudste Aziatische supermarkt van Nederland: een toko van nauwelijks 20 vierkante meter in Amsterdam. Inmiddels is de winkel gegroeid tot 600 vierkante meter.

Kin Ping Dun, de huidige eigenaar van de toko. Beeld Pauline Niks

Een internetrage terroriseert de tongen van onze jongeren: de ‘nuclear fire noodles challenge’. Op YouTube prijken honderden video’s van culinaire sadomasochisten, zichzelf filmend terwijl ze met zwetende en van pijn vertrokken gezichten een bord chilipeper-rode kant-en-klaarnoedels uit Zuid-Korea proberen leeg te eten. Met een kloeke 8706 punten op de schaal van Scoville – de graadmeter voor de heetheid van pepertjes, oplopend van paprika’s (nul) tot pepperspray van de politie (5,3 miljoen) – heten de pakjes ‘Haek Buldak Bokkeum Myeon’, oftewel ‘nucleaire vuurkip-woknoedels’, van fabrikant Samyang de pikantste kant-en-klaarnoedels ter wereld te zijn.

Sommige waaghalzen zijn zo verstandig een glas melk binnen handbereik te houden om het vuur te blussen: het olieachtige capsaïcine, het hete bestanddeel uit pepertjes, lost op in zuivel – maar niet in water, dat het probleem alleen maar erger maakt, zoals menig capsaïcine-slachtoffer tot zijn leedwezen heeft mogen ontdekken.

‘Ach, het is in elk geval beter dan dat ze een dansje doen naast hun rijdende auto’, lacht Kin Ping Dun met een knipoog naar een andere internetrage, de Kiki Challenge, waarbij jongeren uit hun rijdende auto stappen om de ‘Shiggy’ te dansen op een liedje van Drake. Dun (43) is de baas van Toko Dun Yong, waar de loeihete kant-en-klaarnoodles van Samyang de laatste tijd niet aan te slepen zijn.

Voedseltrends

Toko Dun Yong heeft al heel wat voedseltrends zien komen en gaan, als oudste Aziatische supermarkt van Nederland. Eind jaren vijftig opende Dun Yong, Kin Ping Duns opa, een nauwelijks 20 vierkante meter tellende toko in een voormalige knopenwinkel aan de Stormsteeg 9 in Amsterdam. Twee generaties later telt Toko Dun Yong vijf verdiepingen en 600 vierkante meter vol oestersauzen, kaffirblaadjes, Thaise basilicum, rijstkokers, lampionnen, Boeddhabeelden en andere Aziatische producten.

In opa Dun Yong komt heel wat Chinees-Nederlandse geschiedenis samen, vertelt zijn kleinzoon. Geboren in 1898 in het Zuid-Chinese dorp Dongguan – tegenwoordig een metropool met 8 miljoen inwoners – liep hij op zijn twintigste de zuidpoort uit van zijn geboortedorp voor een voettocht van 80 kilometer naar Hongkong, op zoek naar een beter leven. Hij vond werk als stoker, steenkolen scheppend in het onderruim van passagiersschepen tussen Hongkong en Liverpool. Chinezen werden destijds massaal ingezet op Europese stoomschepen als goedkope arbeidskrachten en stakingsbrekers: veel van de Chinezen die zich vanaf 1911 rondom de havens van Rotterdam en Amsterdam vestigden, waren net als Dun Yong stokers, ook wel ‘blauwpijpers’ genoemd, naar de blauwe schoorstenen op de schepen.

Toen de Grote Depressie uitbrak, werden de Chinese zeelieden massaal aan de dijk gezet. Via het Rotterdamse ‘Chinatown’ in Katendrecht belandde Dun Yong in de Amsterdamse Nieuwmarktbuurt. ‘Mijn opa was een pinda-Chinees’, vertelt Kin Ping Dun: tijdens de crisisjaren was hij een van de honderden Chinezen die het hoofd boven water hielden door op straathoeken met een blikken koektrommel voor de buik pindabrokken te verkopen, ‘pinda pinda lekka lekka’ roepend. De pindakoeken leidden tot een kortstondige voedselhype, zoals loeihete kant-en-klaarnoedels uit Korea dat meer dan 80 jaar later zouden doen.

Winkeltje

Later, in de jaren dertig, wisselde Dun Yong de pindakoeken in voor een carrière als chef in Chinese eethuizen. Met het geld dat hij in 20 jaar tijd opzij legde, wist hij in 1957 een droom te verwezenlijken: een eigen winkeltje in Aziatische specialiteiten. Twee jaar later volgde de inschrijving in de Kamer van Koophandel, het officiële geboortejaar van de winkel. De toko had ook Toko Dun Yong en Stientje kunnen heten, want ook de oma van Kin Ping Dun, Stientje van Gaans, stond achter de toonbank. Zoals Dun Yong ooit van Dongguan naar Hongkong was gelopen, zo was Van Gaans tijdens de oorlog te voet Rotterdam ontvlucht naar Amsterdam. Daar kwam ze in de Nieuwmarktbuurt terecht, twee verdiepingen onder ene Dun Yong. In 1945 trouwden ze. Een ongebruikelijk huwelijk: Dun Yong was meer dan 20 jaar ouder dan zijn vrouw, en sprak bovendien gebrekkig Nederlands, zoals Van Gaans geen woord Kantonees sprak, de taal van haar man. ‘Mijn oma heeft 20 jaar in de toko gewerkt, dus na verloop van tijd kende ze wel wat woordjes, maar nooit volzinnen.’

Dun Yongs zoon Hengko (1946), Kin Ping Duns vader, was zo Nederlands als hagelslag en kantoorboterhammen. Hij groeide op in Amsterdam in de tijd van de nozems en later provo’s, met Hollandse vriendjes sleutelend aan Puchs en Kreidlers. Communiceren met zijn vader was lastig, vertelt Kin Ping Dun, omdat ook Hengko nauwelijks Kantonees sprak. Daarom stuurde zijn vader hem op zijn twintigste naar Hongkong, waar hij twee jaar Kantonees studeerde. Hij trouwde met zijn een jaar oudere lerares, Wai Ming, met wie hij in 1972 de toko overnam van zijn vader.

In de winkel worden allerlei Aziatische producten verkocht, maar er is ook een uitgebreid assortiment aan keukenspullen, toeristische hebbedingetjes en een lunchroom. Beeld Pauline Niks

Onder Hengko’s leiding groeide Toko Dun Yong vanaf de jaren zeventig uit tot pleisterplaats voor de Chinese horeca. Vanuit België en Duitsland kwamen Chinese koks naar de Stormsteeg voor de rode lampionnen, Boeddhabeelden en watervalschilderijen waarmee ze hun restaurants inrichtten. ‘In de jaren negentig liep de groei van Chinese restaurants terug. Toen ik in 2000 in het bedrijf kwam, besloten we al vrij snel: mensen komen niet meer helemaal naar Amsterdam, dus moeten wij naar de mensen toe.’ Het resultaat is Dun Yong Food Services, een inmiddels 40 werknemers tellende groothandel bij Amsterdam-Sloterdijk, waarmee Kin Ping Dun alles van Szechuanpeper en sake-flessen tot udon en yanagibamessen levert aan horeca. ‘Van de Chinees om de hoek tot sterrenrestaurant Yamazato in het Okura Hotel, en van IJsland en Finland tot Griekenland en Portugal’, vertelt Kin Ping Dun.

Advies

De Nuclear Fire Noodles Challenge toont maar weer eens hoe snel culinaire modes elkaar tegenwoordig opvolgen en hoe groot de interesse in eten anno nu is, ziet Dun. Vroeger begon het niet-Aziatische klanten al te duizelen bij oestersaus, tegenwoordig blikken of blozen ze niet meer van paarse shisobladeren of zwarte muizenoortjes. Qua pikant eten was de wereld vroeger bijvoorbeeld heel overzichtelijk, legt Kin Ping Dun uit: de Nederlanders konden weinig hebben, terwijl Surinamers het andere uiterste vormden met hun bijna gladiatorachtige pijngrens voor pepertjes. ‘Ik heb Surinaamse klanten die vragen: ‘Geef me de pikantste saus die je hebt’. Dan geef ik ze iets dat zo heet is dat de tranen me in de ogen springen en ik drie dagen lang niets meer proef. Toch krijg ik dan de volgende keer op m’n kop van de klant dat de saus te flauw was. Maar tegenwoordig zijn er genoeg Nederlanders die ook heel pikant kunnen eten, dus daar zijn we tegenwoordig heel voorzichtig in – het is anno nu steeds moeilijker om advies te geven, zo veel weet de klant inmiddels.’

Toko Dun Yong
Waar: Amsterdam
Sinds: 1959
Aantal werknemers: 10
Jaaromzet: houdt bedrijf geheim

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.