Nieuws arbeidsmigranten

Uurloon Oost-Europese migrantenwerkers daalt

In de periode waarin Nederland langzaam uit de economische crisis kwam, profiteerden Oost-Europese werknemers nauwelijks van de gegroeide welvaart. Het gemiddelde uurloon van Poolse, Bulgaarse en Roemeense werknemers daalde tussen 2010 en 2017. Ook hun woonsituatie verbeterde vaak amper: de meerderheid woont nog altijd buiten de radar van de overheid, in het buitenland, op vakantieparken of verblijft op een ongeregistreerde woonplek.

Huisvesting van Poolse arbeidsmigranten op een recreatiepark in Rijsbergen. Beeld ANP

Negen jaar geleden verdiende een Oost-Europese werknemer gemiddeld 12,98 euro per uur; in 2017 was dat 11,81 euro. Dat blijkt uit cijfers van onderzoeksbureau Decisio, dat het welvaartsniveau van arbeidsmigranten door de jaren heen analyseerde op basis van CBS-data. 

Terwijl de economie in die periode steeds beter begon te draaien, bleef de loonontwikkeling van Oost-Europese arbeidskrachten daarbij achter. Dat komt voor een groot deel omdat het aantal nieuwe werknemers uit Polen, Roemenië en Bulgarije op de Nederlandse arbeidsmarkt in diezelfde periode sterk toenam.

Vooral seizoensarbeiders zagen hun salaris achteruit gaan. Het gemiddelde salaris van Oost-Europese werknemers die voor langere tijd in Nederland onder contract stonden steeg juist. In 2011 verdienden zij gemiddeld 16 duizend euro per jaar. Na wat schommelingen in de zes daaropvolgende jaren, kwam hun jaarsalaris uit op ruim 24 duizend euro.

Minimumloon

Oost-Europese arbeidsmigranten werken in Nederland vaak tegen het minimumloon, dat in Nederland in de laatste vier jaar met 9 procent steeg. Thuis zagen Polen, Bulgaren en Roemenen hun salaris veel harder stijgen. In Polen nam het minimumloon in de afgelopen vier jaar toe met 40 procent; Bulgaarse minima verdienden 65 procent meer en in Roemenië steeg het laagste inkomen met maar liefst 140 procent.

Economen van ABN Amro voorspellen dan ook dat Oost-Europese arbeidsmigranten de komende jaren Nederland zullen verlaten. Poolse, Bulgaarse en Roemeense werkkrachten zullen naar verwachting terugkeren naar hun thuisland, waar de werkloosheid sterk daalt, ze sneller in aanmerking komen voor een vast contract en het minimumloon is opgeschroefd.

Die prognoses weerhouden de SP en ChristenUnie er donderdag niet van een gezamenlijk plan te lanceren, waarin de partijen pleiten voor regulering van arbeidsmigratie. Zonder de grenzen te sluiten, moet Nederland zelf kunnen bepalen hoeveel buitenlandse werknemers deze kant op komen, vinden de oppositie- en coalitiepartij. Ze willen dat het kabinet afspraken maakt met Polen, Bulgarije en Roemenië over de aantallen werknemers die naar Nederland vertrekken.

Aantallen

De aantallen Poolse, Roemeense en Bulgaarse werknemers zijn tussen 2010 en 2017 verzesvoudigd, blijkt uit het Decisio-onderzoek. In 2010 werkten in Nederland ruim 37.000 arbeidsmigranten uit deze landen. Zeven jaar later is het aantal gegroeid tot 241.000, waarvan het grootste deel bestaat uit ruim 196.000 Polen. Het totaalaantal arbeidsmigranten in Nederland is lastig te bepalen, aangezien de officiële cijfers niets zeggen over arbeidsmigranten die zwart of illegaal werken.

Als de aantallen de komende jaren dalen, zal de krapte op de Nederlandse arbeidsmarkt toenemen, verwachten economen en werknemers. In de tuinbouw, logistiek en industrie kunnen ze nu al moeilijk zonder Oost-Europese werkkrachten. Vaak doen zij het werk waar Nederlanders niet meer voor te porren zijn. Een leegloop van Oost-Europeanen zal leiden tot grote personeelstekorten in die sectoren, terwijl ze daar nu al over klagen.

In de tuinbouw proberen werkgevers hun Poolse, Roemeense en Bulgaarse personeel vast te houden door de huisvesting te verbeteren. Van een grote groep arbeidsmigranten is de woonsituatie onbekend. In 2016 werkten in totaal meer dan 212.900 Oost-Europeanen in Nederland, van hen woonden 19 duizend in een koophuis en 63 duizend in een huurhuis. Dat betekent dat van 130 duizend arbeidsmigranten onduidelijk is waar ze woonden: of ze verbleven in een door een uitzendbureau geregelde woonplek, een caravan op het werkterrein, in vakantieparken, in het buitenland of hadden een andere illegale woonplek gevonden.

MEER OVER ARBEIDSMIGRATIE

Agrariërs worstelen om Poolse werknemers vast te houden: ‘Beter loon is niet langer genoeg’
In de Nederlandse tuinbouw is het steeds lastiger om Poolse arbeidsmigranten vast te houden. De groeiende economie in Polen nodigt veel werkkrachten uit terug te keren en dat stelt Nederlandse bedrijven voor een dilemma: of de huisvesting verbeteren of de grens verleggen naar Roemenië. ‘De Poolse markt is verzadigd.’

Veghel heeft de primeur: een heuse woonwijk voor Polen en andere arbeidsmigranten
Vakantieparken, containers of hotels. De vele Poolse arbeidsmigranten in Nederland wonen zelden in een echt huis. Het Brabantse Veghel heeft plannen voor een speciale Polenwijk. Versie 3.0 van het oude Philipsdorp.

CNV pleit voor een rem op arbeidsmigratie, maar kan dat wel?

Vakbond CNV luidt de noodklok over arbeidsmigranten. Mensen uit Oost-Europa die in Nederland laaggeschoold werk doen, drukken de loonontwikkeling in de sectoren waar ze werken, stelt de bond. Het voorstel: de migratie moet aan banden. Vier vragen over het CNV-plan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden