Uitkeringen blijven achter bij bij loonstijging

Sinds 1977 zijn de uitbetaalde CAO-lonen verdrievoudigd. Het niveau van de uitkeringen bleef daarentegen vrijwel stabiel. Dit blijkt uit gegevens die het Centraal Bureau voor de Statistiek op verzoek van de Volkskrant heeft opgesteld....

Van onze verslaggever Gijs Herderscheê

Deze maand zouden de uitkeringen met 0,9 procent stijgen. Dat percentage is gelijk aan de gemiddelde CAO-loonstijging tussen oktober 2004 en april van dit jaar. In januari 2006 volgt dan de verhoging met de gemiddelde CAO-loonstijging in het komende halfjaar.

Het gelijktrekken van de uitkeringen aan de loonstijgingen heet de koppeling. Het kabinet heeft echter, uit ideologische en bezuinigingsoverwegingen, besloten niet te ‘koppelen’.

Werken levert uitkeringsgerechtigden een inkomenssprong op, zo is de theorie. Door te ontkoppelen, wil het kabinet-Balkenende het zoeken naar een baan aantrekkelijker maken. Daarom worden de uitkeringen, zoals WAO, bijstand, WW en AOW, deze maand niet met 0,9 procent verhoogd.

Door ontkoppeling en door ingrepen in de sociale zekerheid, zijn de uitkeringen sinds 1977 met 1,3procent gedaald.

Overigens doen veel subsidies het beoogde effect van de ontkoppeling teniet. Door het bevriezen van de uitkeringen wordt de achterstand op lonen weliswaar groter, maar bij het aanvaarden van werk verliezen uitkeringsgerechtigden vaak inkomenssubsidies zoals huursubsidie. Dit effect wordt wel de armoedeval genoemd.

Dat het verschil tussen de gemiddelde CAO-loonstijging en de uitkeringen toch beperkt is, is het gevolg van loonmatiging. Door steeds gematigde loonstijgingen af te spreken, wil de vakbeweging de koppeling betaalbaar houden. Sinds 1977 zijn de CAO-lonen met slechts 15,2 procent gestegen.

Veel belangrijker voor het verschil in inkomensontwikkeling tussen CAO-lonen en uitkeringen is echter de praktijk. Werknemers krijgen vaak na een jaar werken een zogenoemde periodiek, waarmee zij in positieve zin opschuiven op de salarisladder. Daarnaast worden bonussen uitbetaald zoals winstdelingsregelingen. Hierdoor zijn de CAO-lonen in de praktijk sinds 1977 bijna verdrievoudigd, met een gemiddelde stijging van 267 procent.

In de meeste bedrijfstak-CAO’s zijn de loonschalen het minimum dat een werkgever aan zijn werknemers moet betalen. In de metaal- en elektrotechnische industrie liggen de lonen in de praktijk 20procent het niveau dat de CAO voorschrijft. Als er niet genoeg werknemers te vinden zijn, betalen werkgevers graag meer dat de CAO voorschrijft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden