Twickel blijft altijd vernieuwen

Landgoed Twickel in Twente is in particuliere handen. Juist daarom, zegt de beheerder, gedijt het gebied, met zijn glooiingen en kronkelpaden....

De klok lijkt langzaam terug te lopen op een landgoed. Tuinen, landerijen, kastelen worden bewaard voor de eeuwigheid. Maar dat is schijn, zegt Albert Schimmelpenninck, terwijl hij thee uit een porseleinen kopje drinkt in zijn werkkamer met uitzicht op het kasteel. ‘Elke generatie legt er weer een nieuwe laag overheen. Althans, in het ideale geval.’

Schimmelpenninck is rentmeester oftewel beheerder van het Landgoed Twickel. Met 6.400 hectare is dat het grootste particuliere landgoed dat Nederland kent. De meeste grond ligt in het hart van Twente tussen Hengelo, Borne en Delden. Daar zijn ook het kasteel en de kasteeltuin. Andere stukken liggen her en der verspreid door Nederland, bij Ootmarsum, Dieren, Zevenaar, Borculo, Lochem en Wassenaar en net over de grens van Duitsland bij Lage.

Twickel is het massiefste overblijfsel van de rijke adel in het oosten. Vele landgoederen zijn door familieruzie en vererving al uiteengevallen en versnipperd. Schimmelpenninck, zelf een telg van de adellijke familie met een landgoed in Diepenheim, beschouwt dat als een verarming en prijst vooral de erfdochters van Twickel. ‘Zij hebben ervoor gezorgd dat het landgoed sinds 1347 steeds binnen de familie werd doorgegeven.’

De laatste particuliere eigenaar, barones Marie van Heeckeren van Wassenaer, had geen kinderen en bracht het landgoed in 1953 onder in een stichting.

Alleen al vanwege zijn grootte kan het landgoed nu een rol van betekenis spelen als natuurreservaat en cultuurmonument. En dat maakt verschil: het agrarische kampenlandschap rond Delden biedt een totaal andere indruk dan het cultuurlandschap elders. Geen rechte lappen, maar kronkelende paden, glooiende weilanden, eikenbosjes, nooit ontgonnen heideveldjes en houtwallen. Het is terug naar de jaren vijftig. Volgens buurman kunstenaar Han Wassink zorgt Twickel met veel meer liefde voor het landschap dan een willekeurige gemeente.

Schimmelpenninck glundert van het compliment. Hij is ervan overtuigd dat het particuliere bezit de essentie is van het succes. ‘Dat is het grote verschil tussen de provincies Gelderland en Overijssel. Veel landgoederen in Overijssel zijn nog in particuliere handen, de meeste in Gelderland zijn overgedragen aan het Geldersch Landschap, Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer. Daar is het een kwestie van conserveren. Grote instellingen zoeken als vanzelf naar de grootste gemene deler of grijpen dwangmatig terug naar een punt in de tijd, waardoor een landgoed statisch wordt.’

Het gaat er, volgens Schimmelpenninck, om dat een landgoed zich blijvend ontwikkelt. Particuliere eigenaren zijn bij uitstek in staat er een persoonlijke invulling aan te geven. ‘Natuurlijk met oog voor cultuur en historie. Maar elke tijd en generatie vragen om een vernieuwingsslag en kunnen er met respect iets aan toevoegen.’

Het tastbaarste bewijs van deze visie is de recente ingreep die landschapsarchitect Michael van Gessel deed in de kasteeltuinen rond het kasteel Twickel, dat overigens nog wordt bewoond door een familielid van de laatste eigenaresse.

De architect kreeg de kans het park opnieuw te schikken en hoefde niet terug naar architect Eduard Petzold, die er als laatste zijn stempel op had gezet aan het eind van de 19de eeuw.

Van Gessel herstelde de zichtlijnen en haalde veel onderbegroeiing weg, zodat er een open parklandschap ontstond. Maar hij voegde ook veel toe, zoals een compleet nieuwe vijver. ‘Hier was altijd een grote nietszeggende hertenwei’, wijst Schimmelpenninck op het grote nieuwe water tijdens een rondwandeling.

Van Gessel had zelfs het lef het verleden te wijzigen: de koepel die landschapsarchitect J.D. Zocher in 1835 op het ‘bergje’ bedacht, plaatste hij alsnog. Ook was hij vrij om drie compleet nieuwe bruggen te bouwen. Een is opgebouwd uit verticale zandsteenblokken, een andere is van cortenstaal gemaakt en de laatste is bijna frivool en geïnspireerd door het motief van Amerikaans behang, aldus Schimmelpennick.

De bruggen zijn modern, paradoxaal genoeg zowel rijk als ingetogen vormgegeven. Dat geldt ook voor de Landschapswinkel die op aanwijzing van Van Gessel is ontworpen voor alle producten van Twickel die worden verkocht aan de bezoekers van het park. Zwart hout omgeeft een open tunnel van glas. Er zijn onder meer wijn, jam, chutney, vlees en geitenkaas te koop. In vorm en kleur wijkt de winkel niet af van de stijl van de 150 Twickel-boerderijen, en tegelijk is het ontegenzeggelijk een modern gebouw. Het herstelplan kreeg onlangs de prijs van het Overijsselse bureau voor ruimtelijke kwaliteit Het Oversticht.

Oneigenlijk
Dat resultaat onderstreept Schimmelpennincks betoog. Maar hij wil best een stap verder gaan. In plaats van belastinggeld weg te geven aan Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten zou de overheid met een gerust hart meer grond kunnen overdragen aan particuliere landgoedeigenaren om het cultuurlandschap te behouden. ‘Als de overheid door de crisis geld nodig heeft dan zijn er genoeg eigenaren te vinden die wel wat van die natuur willen kopen.’

Dat doorschuiven van grote stukken grond naar natuurorganisaties noemt Schimmelpenninck namelijk ‘oneigenlijk gebruik van belastinggeld’. Hij is niet altijd enthousiast over wat deze organisaties ervan maken. ‘Een eenheidsworst van omgevallen bomen en grote grazers.’

Harde kritiek heeft hij ook op de aankoop van Kasteel Biljoen bij Velp door de provincie Gelderland. Er werd door een particulier 5,5 miljoen euro geboden, het landgoed is verkocht voor 11,1 miljoen aan Gelderland, aldus Schimmelpenninck. ‘Tegen zo’n bod, kon geen particulier op. Let wel: het gaat wel om ons geld.’

De rentmeester toont zich allesbehalve een boekhouder die zich alleen bezighoudt met het innen van pacht. Hij leidt een moderne organisatie die midden in de actualiteit staat. Zo dendert de eis van grootschaligheid in de veehouderij net zo goed op zijn pachtboeren af. ‘Het is een ontwikkeling die niet is tegen te houden.’

Dilemma
Tegelijk is dat het grootste dilemma op dit moment, want waar is het einde? ‘Boeren met misschien wel 250 koeien passen eigenlijk niet meer op het landgoed.’ Sommige boeren stoppen, anderen vergroten met die kavels hun bedrijf, schetst Schimmelpenninck de beweging. Twickel helpt ook boeren die willen uitbreiden om te verhuizen en koopt voor hen grond buiten het landgoed.

De boeren genieten een hoge mate van vrijheid. Met de eis dat er koeien in de wei moeten, kan de rentmeester niet aankomen, zegt hij. Wel kan hij invloed uitoefenen op de vorm van een nieuw te bouwen ligboxenstal.

Toch zijn er grote verschillen met ‘gewone’ boeren. Al was het maar vanwege het feit dat die met hun machines gewoon rechtdoor kunnen. De vijftig Twickelboeren hebben kleinere, asymmetrische percelen. Sinds kort krijgen ze extra steun voor de 4 kilometer houtwallen en bosranden waarmee zij rekening hebben te houden. ‘De Landschapsregeling is een subsidie die wij zelf in het leven hebben geroepen om de boeren te compenseren voor de nadelen van meer schaduw en meer werk.’

Twickel lijkt bij uitstek geschikt om biologisch te boeren. Toch zijn er maar een handjevol die dat doen, de meesten voelen daar niet voor. Drie boeren worden door de stichting Twickel gesteund om de duurzame weg in te slaan. Zij ontvangen een bedrag van 30 duizend euro per boer om te ‘Boeren voor Natuur’. ‘Het is de bedoeling dat zij geen mineralen in de vorm van kunstmest of krachtvoer aanvoeren op hun bedrijf. De producten kunnen vervolgens in de Landschapswinkel worden verkocht.’

Rampen
Schaalvergroting in de landbouw is de laatste grootste bedreiging van het landgoed. Alle andere rampen hebben zich in het recente verleden al voltrokken, zegt Schimmelpenninck. Het landgoed is doorsneden door een spoorlijn, een snelweg, een kanaal en een rondweg rond Delden. Vooral die laatste noemt hij ‘een aanslag’. Het Landgoed Twickel had er zoveel mooier kunnen uitzien ‘als men in het verleden niet zo gemakkelijk had meegebogen’. Dat gebeurt niet meer en het bewijs is het Pact van Twickel dat vorig jaar met alle betrokken overheden is gesloten. In het pact is bepaald dat geen meter meer mag worden afgesnoept van het unieke landschap. Integendeel: alle overheden helpen mee om het landgoed beter in te passen en de overgang naar de meer stedelijke omgevingen te verbeteren.

Het eerste concrete plan dat uit het pact voortvloeit, is de aanleg van de Umfassungsweg, een weg die de kern van het landgoed omvat en al door landschapsarchitct Petzold is uitgestippeld. Michael van Gessel is gevraagd het wandeltracé van twee uur te vervolmaken en mee te denken over de vormgeving.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.