Trump grote aanjager van economisch protectionisme

Landen schermen zich weer af tegen buitenlandse concurrentie, met Donald Trump als grote aanjager. Een noodgreep met averechtse effecten.

Donald Trump.Beeld anp

IMF-directeur Christine Lagarde noemde de nieuwe handelsbarrières in de wereld een vorm van 'economisch wangedrag'. 'Het leidt tot minder groei, minder banen en lagere lonen', zei ze aan de vooravond van de jaarvergadering van Internationaal Monetair Fonds (IMF) en Wereldbank. 'Vooral voor het armere deel van de bevolking.'

Trend

Maar zelfs zij zal amper de illusie meer hebben de trend nog te kunnen keren. De huidige westerse leiders werpen op grote schaal barrières op uit angst voor de populisten. Voordat nog ook nog maar een van de bekenden onder hen (Trump, Le Pen, Farage, Wilders, Petry, Grillo) daadwerkelijk tot leider is gekozen, trekken de landen zich daarom al terug in hun cocon.

Binnen de OESO wordt elke dag minimaal één protectionistische maatregel genomen. Het team van de Rotterdam School of Management, dat onder leiding van professor Henk Volberda elk jaar de concurrentie-kracht van landen meet, zegt dat de openheid van landen voor internationale handel sinds het begin van de crisis in 2008 met 5,7 procent is verminderd. Volberda baseert deze berekening dat op vier indicatoren: non-tarifaire handelsbelemmeringen, veeleisende douaneprocedures en regelgeving betreffende directe buitenlandse investeringen en buitenlands eigendom.

IMF-directeur Christine Lagarde.Beeld anp

Volgens de World Economic Outlook, die het IMF dinsdag presenteert, heeft protectionisme de groei van de wereldhandel al met 1,75 procentpunt verminderd. 'Het gebrek aan handelsinitiatieven op mondiaal niveau is verontrustend, concludeert het IMF. TPP (de nieuwe handelszone van de VS met de landen rond de Stille Oceaan) en TTIP (de handelszone met Europa) komen niet van de grond. Protectionisme is een van de heikelste thema's geworden in de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Trump wil enorme barrières opwerpen voor de import van Chinese producten. Clinton gaat lang niet zo ver, maar is nu ook tegen TTIP.

De het aandeel van de handel in het wereld-bbp nam tussen 1960 en 2007 van 25 procent toe tot 60 procent . Na de financiële crisis daalde de handel scherp. In 2009 leek een herstel te komen, maar sinds 2010 is de handel vrijwel gestagneerd, hoewel de groei in veel landen is aangetrokken. Sinds 2012 heeft de groei van de wereldhandel nog geen 3 procent bedragen. Tussen 1985 en 2007 groeide de reële wereldhandel twee keer zo snel als het mondiale bbp.

Onder vuur

De naoorlogse politiek van steeds opener grenzen maakt plaats voor een nieuwe politiek waarbij de grenzen weer stukje bij beetje worden gesloten. Handelsakkoorden liggen onder vuur. Onder vrijhandelszones liggen tijdbommen. Hekken verrijzen en protectionisme is cool.

Volbeda: 'Het toegenomen 'politieke' sentiment om landen af te schermen van buitenlandse concurrentie zodat eigen werknemers hun baan behouden leidt juist tot averechtse effecten: minder nieuwe bedrijvigheid, minder creatie van banen, minder innovatie en uiteindelijk minder economische groei.'

Andrew Brigden, hoofdeconoom van Fathom consultancy in Londen, voorspelde al het 'einde van de mondialisering'. 'Er is een verontrustende trend gaande naar isolationisme. Werknemers in veel van de belangrijke economieën hebben het idee dat zij niet voldoende profiteren van de mondialisering. Maar in plaats van te proberen die te hervormen vluchten ze naar partijen die de boel willen saboteren. Dat blijkt uit de Brexit. Dat blijkt uit de populariteit van Donald Trump.'

Geen speld tussen te krijgen

Volgend jaar is het 200 jaar geleden dat de econoom David Ricardo zijn theorie van het comparatieve kostenvoordeel presenteerde, het belangrijkste pleidooi voor vrijhandel. Hij toonde aan dat de welvaartstoename voor iedereen maximaal zou zijn als landen zich specialiseerden in de productie van goederen of diensten waar zij het best in waren. Zijn in 1817 gelanceerde boek Over de principes van de politieke economie en belastingen was een van de weinige werken in de economie waar de wetenschappers geen speld tussen konden krijgen. Het was een van de tien geboden van de economie. Stel dat 5 miljoen werkenden in Nederland 10 miljoen tomaten zouden kunnen telen en de andere 5 miljoen 10 miljoen auto's konden maken. En dat in China vijf miljoen werkenden 5 miljoen tomaten kunnen telen en een andere 5 miljoen 20 miljoen auto's produceren. Volgens een optelsom zou het dan slimmer zijn de Nederlanders alle tomaten te laten telen en de Chinezen alle auto's te laten bouwen. Dan zouden ze samen 20 miljoen tomaten en 40 miljoen auto's produceren in plaats van 15 miljoen tomaten en 30 miljoen auto's.

Bridgen kan zich voorstellen dat een deel van werknemers denkt profijt te kunnen hebben van het weren van buitenlandse importen. 'Misschien zal de arbeidsinkomensquote als deel van het bbp ook toenemen als er minder buitenlandse concurrentie is. Maar tegelijkertijd neemt de omvang van het bbp af. Of de werknemers krijgen een groter deel. Maar wel van een veel kleinere taart.'

Henk Volberda ziet alleen nadelen: Hij stelt dat 'open economieën veel innovatiever zijn en ook een hoger welvaartsniveau realiseren'. 'Binnenlandse bedrijven worden door buitenlandse concurrentie scherp gehouden en profiteren van technologie transfer.'

Meer lezen?

Lees hier alle artikelen van de Volkskrant over de Brexit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden