Trots tussen geurende tabaksbladeren

In een ouderwets ogende fabriekshal in hartje Groningen schuilt een innovatief bedrijf. Zelfmaaksigaretten doen het goed in crisistijd. En fluctuaties in de productieomvang worden opgevangen door personeel ‘collegiaal in te lenen’....

Niet alle bedrijven lijden onder de crisis. Sommige profiteren er zelfs van. Shagfabrikant Niemeyer, bekend van onder meer Samson en Javaanse Jongens, produceert op dit moment meer shag dan het in jaren gedaan heeft.

‘Mensen gaan door de crisis op zoek naar goedkopere alternatieven voor sigaretten, en stappen daarom over op shag’, zegt directeur Ton Cremers. Hij verwacht dit jaar een volumegroei van 7 procent te realiseren. Een interessante ontwikkeling, want door het rookverbod en de antirookcampagnes stond het volume de afgelopen jaren juist behoorlijk onder druk. Vorig jaar moest Niemeyer nog meer dan honderd mensen ontslaan, mede doordat het vanwege een wetswijziging geen halffabrikaten meer kon maken voor een zusteronderneming in Duitsland. Het tij lijkt door de crisis weer gekeerd voor de Groningse tabaksfabriek, die sinds 1999 deel uitmaakt van sigarettenmagnaat British American Tobacco (BAT).

In de buurt van de fabriek ruik je het meteen. De onmiskenbare geur van tabak. Zelfs in de kantoorgebouwen is er een zweempje van te ruiken. De Groningers zijn het gewend. Niemeyer bestaat al sinds 1819 en is niet meer uit de stad weg te denken. De fabriek produceert ongeveer 13 miljoen kilo tabak per jaar, dat is gelijk aan zo’n 16 miljard sjekkies. ‘Een schijntje voor moederbedrijf BAT, dat ruim 700 miljard sigaretten per jaar verkoopt, maar Niemeyer is wel verreweg de grootste shagproducent van BAT’, zegt Cremers.

Ook wereldwijd is Niemeyer een grote speler op deze specifieke markt. De enige concurrent met een soortgelijk marktaandeel is volgens Cremers Imperial Tobacco, dat onder meer Drum maakt.

Dat roken schadelijk is voor de gezondheid weten ze bij Niemeyer wel, maar daar hebben ze het niet over. De medewerkers zijn trots op hun producten. Vol passie legt productontwikkelaar Jan Meijer uit hoe shag gemaakt wordt. ‘Voor de 35 merken die we produceren, gebruiken we meer dan honderd soorten tabak. Elk merk heeft zijn eigen melange. In Samsontabak zitten bijvoorbeeld zo’n twintig soorten tabak.’

Doordat het om een natuurproduct gaat, is het lastig om steeds dezelfde smaak te krijgen. De ene oogst is namelijk anders dan de andere. Daarom houden de zes productontwikkelaars van Niemeyer nauw in de gaten of de melanges wel de gewenste smaak opleveren of dat er aanpassingen nodig zijn. Dit kan maar op één manier getest worden, namelijk door ze te roken. Zoals wijnproevers wijn proeven, proeven de productontwikkelaars van Niemeyer sjekkies. ‘Ja, je moet dit werk niet gaan doen als je niet van roken houdt’, zegt Meijer.

‘Grofweg zijn er vier categorieën tabak, afhankelijk van hoe die gedroogd is’, vervolgt Meijer, terwijl hij zich voorover buigt over hopen tabak. Dit drogen gebeurt direct na het oogsten in de desbetreffende landen om de tabak langer te kunnen bewaren. Eerst toont hij de gelige tabak, die in een verwarmde schuur wordt gedroogd. Dan een iets donkerder soort, die buiten wordt opgehangen en droogt door de lucht. Als derde is er de donkere tabak die wordt gedroogd boven vuur. ‘Dit is echte topkwaliteittabak’, zegt Meijer terwijl hij de geur van de donkere tabaksbladeren opsnuift. En als laatste is er de tabak die in de zon wordt gedroogd, die komt meestal uit het Middellandse Zeegebied.

De tabak is afkomstig uit meer dan 25 landen. De grootste leveranciers zijn Brazilië, Indonesië, Turkije, Oeganda en Zimbabwe. Om ervoor te zorgen dat de productie niet in problemen komt als de toevoer uit een land ineens staakt vanwege politieke problemen, heeft Niemeyer altijd een voorraad van zo’n 8 miljoen kiloton gedroogde tabaksbladeren.

Nadat Meijer een sjekkie heeft opgestoken, want dat mag in de ‘proefkamer’, vertelt hij verder. Shag onderscheidt zich van sigarettentabak doordat de bladeren in zijn geheel worden gesneden. Daardoor zijn de draden langer. Afhankelijk van het merk shag worden de stelen van de bladeren ook mee gesneden. Bij Samson is dat bijvoorbeeld het geval. Bij het Belgische Belgam en het Britse Cutters Choice niet, daar worden de stelen eruit gehaald. Dit gebeurt handmatig om de bladeren intact te houden.

Shag onderscheidt zich ook van sigarettentabak vanwege de hogere vochtigheidsgraad. Alle tabak wordt voor het snijden eerst nat gemaakt zodat de bladeren zich goed ontvouwen. In vergelijking met sigarettentabak wordt shag later in het proces minder gedroogd.

Niemeyer exporteert naar veertig landen. De grootste volumes liggen in Duitsland, Nederland en België, omdat daar traditioneel veel shag wordt gerookt. Tot vijf jaar geleden produceerde de Groningse tabaksfabriek uitsluitend lokale merken als Javaanse Jongens en Belgam. Door de toenemende druk op de sigarettenmarkt is BAT zich echter steeds meer gaan richten op een aantal wereldmerken, omdat die beter tegen de druk bestand lijken. De vier grootste sigarettenmerken van BAT zijn Dunhill, Pall Mall, Lucky Strike en Kent. Ondanks alle antirookmaatregelen blijven ze groeien volgens Cremers. In navolging daarvan zet Niemeyer nu ook meer in op BAT’s wereldmerken, sinds een paar jaar produceert de fabrikant Pall Mall-shag en recentelijk is hij ook gestart met Lucky Strike-shag. Pall Mall is nu al goed voor 30 procent van de productie.

De fabriek in hartje Groningen straalt weinig moderniteit uit. Oude machines ronken dicht op elkaar gestapeld in de mintgroen geschilderde fabriekshal. Niemeyer heeft een trouwe schare personeelsleden. De meesten werken er hun leven lang en sommigen zelfs van generatie op generatie.

Toch is het bedrijf behoorlijk innovatief. Zo bracht het een aantal jaar geleden een nieuw concept op de markt. De ‘make your own’-sigaretten. Het gaat om bussen sigarettentabak, dus geen shag, waarmee je met behulp van aparte sigarettenhulzen en een speciaal apparaatje thuis zelf sigaretten kunt draaien. In Nederland is het product nog niet doorgebroken, maar in Duitsland loopt het volgens Cremers erg goed.

Ook de ‘zelfmaak’-sigaretten zijn goedkoper dan reguliere sigaretten, wat in deze crisistijd gunstig is. Ook hiermee kan Niemeyer dus profiteren van het feit dat mensen nu minder te besteden hebben.

Om de stijgende volumes van de afgelopen maanden aan te kunnen, is Niemeyer niet naar het uitzendbureau gestapt, maar heeft het iets nieuws geprobeerd. Samen met een aantal andere productiebedrijven in het noorden heeft het een overeenkomst gesloten om ‘collegiaal in te lenen’. Dat wil zeggen dat het personeel dat bij het ene bedrijf tijdelijk over is, bij een ander bedrijf aan de slag kan. ‘Het voordeel ervan is dat je mensen krijgt die ervaring hebben met productiewerk. Die zijn veel sneller ingewerkt dan een uitzendkracht. Daarnaast krijg je een soort kruisbestuiving. De mensen die komen, brengen nieuwe ideeën in en leren op hun beurt bij ons weer dingen waar ze in hun eigen bedrijf iets mee kunnen.’

Niemeyer heeft tot nu toe vijftien mensen op deze manier gedetacheerd gehad. De bedrijven waarmee het samenwerkt zijn PPG Industries Fiber Glass uit Hoogezand, Scania Production uit Zwolle en Alfalaval uit Groningen.

Of de volumes ook na de crisis standhouden durft Cremers niet te zeggen. ‘Shag roken is ook een beetje een cultuurding, of dat in bepaalde groepen hip blijft, is lastig te voorspellen. Maar gezien onze lange en succesvolle historie zie ik een aanzienlijk deel van de rokers nog lang van een sjekkie genieten.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden