REPORTAGE

Transplantatie zorgt voor nieuwe voedingsbodem

Kaal met hier en daar een plukje mos; zo ziet veel ex-landbouwgrond eruit. Een proef met transplantatie van heidegrond levert verrassende resultaten op.

Onderzoeker Martijn Bezemer bij de hei op de voormalige landbouwgrond bij Wolfheze.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Een argeloze voorbijganger zal het nauwelijks opvallen. Maar het staat er echt, daar links verderop: hei. En dat is bijzonder voor voormalige landbouwgrond, zoals hier de Reijerscamp bij Wolfheze. Oude landbouwgrond veranderen in een heidelandschap is bijna onmogelijk. Door jarenlange bemesting zit er te veel fosfaat in de grond, terwijl heide juist op een arme voedingsbodem floreert.

De truc die natuurontwikkelaars tot nu toe toepasten: de bovenste laag van de landbouwgrond afgraven, in de hoop dat door het afvoeren van de organische laag vol voedingstoffen de juiste natuur terugkomt.

'Maar alleen afgraven heeft geen zin', zegt Martijn Bezemer, onderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) in Wageningen. De grond onder zijn voeten is inderdaad kaal, hier en daar bedekt met een plukje mos. 'Dit kan wel twintig, dertig jaar zo blijven. Je kunt lang wachten, maar er komt hier echt niet zomaar heide terecht. Het hele voedselweb is weg.'

Eerste grootschalige experiment

Waarom groeien daar dan verderop toch heideplantjes? De bodem blijkt cruciaal. Hier is bij wijze van experiment - het eerste grootschalige in de wereld - door Natuurmonumenten een stuk bodem getransplanteerd vanaf een heideveld aan de overkant van de A12 op de Hoge Veluwe. In de heidegrond die acht jaar geleden op de afgegraven landbouwgrond werd verspreid, zitten zaden én het juiste bodemleven voor een heideplant om zich te kunnen vestigen: schimmels, bacteriën en ander klein spul.

Dat geeft wel aan hoe belangrijk de bodem is voor een plant, zegt Bezemer. 'Lange tijd keken ecologen alleen naar wat er boven de grond gebeurde. Langzamerhand wordt duidelijk dat het juist onder de grond gebeurt.' Sterker: in de bodem zijn sporen van het verleden terug te vinden. Wat er ooit groeide op een stuk land, laat zijn erfenis na in de bodem.

'Goed dat daar onderzoek naar wordt gedaan', zegt Tim van den Broek, ecoloog bij Natuurmonumenten. 'Het uitrijden van heideplagsel op voormalige landbouwgrond gebeurt al langer, maar we willen graag precies weten wat ervoor nodig is om heide succesvol te herstellen. Niet alleen de planten willen we terug, maar ook de heidefauna: de zadelsprinkhaan, zandhagedis, kommavlinder. Daarvoor moet de kwaliteit van het hele systeem goed zijn.'

Het verplaatsen van bodem is ook voor andere systemen handig: bij het project 'Blues in the Marshes' worden op voormalige landbouwgrond in Noord-Brabant plaggen blauwgrasland verspreid. Daarmee hoopt Natuurmonumenten populaties knoopmieren mee te nemen, die essentieel zijn voor het voorkomen van depimpernelblauwtjes, vertelt Van den Broek. De rups overwintert in de nesten van de knoopmier.

Verder kijken

Bij Wolfheze houdt Bezemer zich vooral bezig met het kleinere bodemleven. Deze maand ontving hij daarvoor van NWO een VICI-beurs van 1,5 miljoen euro. De plant-bodeminteractie gaat verder dan ecologen gewend zijn te kijken, vertelt hij. Een van zijn experimenten, gepubliceerd in Journal of Ecology, laat bijvoorbeeld zien dat plantenetende insecten een blijvend effect hebben op de micro-organismen in de bodem. Nadat de aangevreten planten waren vervangen door nieuwe planten, bleken ook die minder goed te groeien in die bodem, terwijl ze zelf niet werden aangevreten.

De oorzaak moet dan onder de grond liggen; de verzameling schimmels was inderdaad veranderd. Opmerkelijk: planten die op dezelfde aangetaste bodem groeiden en ook nog eens zelf werden aangevreten, verloren minder biomassa aan de insecten dan planten die op een 'gezonde' bodem werden gezet. Alsof ze via de bodem voorbereid waren op de komst van planteneters.

Maar dat was één experiment, met één plantensoort - of het voor andere plantensoorten op andere bodems ook zo werkt, is de vraag. Hoe planten op bodems reageren en bodems op planten, wat insecten daar voor invloed op hebben en hoe andere factoren als weersomstandigheden een rol spelen, daarvoor is nog veel onderzoek nodig, zegt Bezemer. 'Vergelijk het met de aandacht voor micro-organismen in de menselijke darmen: opeens weten we dat de darmflora heel belangrijk is voor wat er met het hele lichaam gebeurt. Onder de grond geldt dat net zo goed, op een grotere schaal.

Voedselweb

Er werken allerlei mechanismen: planten voorzien bodemorganismen van voedsel, en veel bodemorganismen zijn belangrijk voor plantengroei. Elke plant heeft zijn eigen voedselweb, blijkt ook uit Bezemers onderzoek: elke plant heeft zijn eigen micro-organismencollectief. 'Je kunt zelfs door alleen naar die diertjes te kijken identificeren om welke plant het gaat. We zagen dat met potwormen: sommige soorten zie je nooit bij de ene plant, en wel bij de andere - en dat terwijl ze naast elkaar in het veld staan. Dat hadden we nooit eerder gezien.'

Met bepaalde planten kun je dus het bodemleven sturen, zegt Bezemer. 'Erfenissen in de bodem kunnen de toekomst ten goede veranderen.' Misschien zelfs tot in de eigen achtertuin: 'Als een stukje van hun tuin afkomstig is van een natuurgebied, raken mensen misschien nog meer betrokken bij de natuur. Gaan ze er vaker kijken. Dat lijkt me mooi.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden