Traditionele maakindustrie verleden tijd: Trumpiaanse arbeider verliest

Terugkeer en behoud van de industrie moeten 'America great again' maken. Maar de laagopgeleide Trump-stemmer, die snakt naar werk en financiële zekerheid, is meer gebaat bij een hoger minimumloon.

Oude banen die voorbij zijn. De moderne auto wordt geassembleerd door robots. Beeld Popperfoto/Getty Images

Alsof er een nieuwe keizer wordt gekroond. Zo knielde de ene na de andere multinational de afgelopen week voor de aantredende president van de Verenigde Staten. In plaats van tribuut, bieden ze hem andere kostbaarheden: banen. Amerikaanse banen, wel te verstaan.

Er was General Motors dat een extra investering van 1 miljard dollar in zijn productiefaciliteiten in de VS aankondigde. Goed voor het behoud van 1.500 Amerikaanse werkplekken. Begin dit jaar annuleerde Ford al de bouw van een fabriek in Mexico, ten faveure van productie in Michigan. Amazon beloofde de komende anderhalf jaar 100.000 nieuwe, fulltime functies te creëren en ook Stanley Black & Decker bouwt een gloednieuwe fabriek voor gereedschap made in America.

Terecht of niet, Trump claimt al deze toezeggingen als zijn eigen succes. Want hij, naar eigen zeggen 'de grootste banenproducent die God ooit gecreëerd heeft', heeft zijn volk werk, werk en nog eens werk in het vooruitzicht gesteld. En dan niet de slecht betaalde, wisselvallige klusjes via een uitzendbureau of bedrijven als Über - in de Verenigde Staten de gig economy genoemd. Nee, échte banen waarbij arbeiders iets maken. In de woorden van de nieuwe president: 'miljoenen fabrieksbanen'.

Trump trekt de aandacht met zijn borstklopperij over 'meer fabrieksbanen', maar hij is lang niet de enige die terugverlangt naar de tijd dat de maakindustrie miljoenen laagopgeleide Amerikanen een degelijk gezinsinkomen bood. Zijn voorganger droomde de afgelopen jaren al van een 'renaissance in American manufacturing'. In een toespraak zei Obama terug te willen naar een wereld waarin Amerika 'spullen maakt en spullen verkoopt en transporteert en UPS-chauffeurs overal dingen afleveren'.

Beeld Bloomberg via Getty Images

Smerige fabriekshal

Het zal de tijdgeest zijn. Wensten ouders hun kind tot voor kort alle mogelijke carrières toe behalve zo'n smerige fabrieksbaan, tegenwoordig kijken we verlekkerd naar blauweboordenprogramma's als Mega Shippers (Discovery Channel) of Mine Kings (National Geographic). Naar beelden van zwetende mannen in vuile overalls met handen als kolenschoppen.

Arbeiders zijn in. De verklaring ligt voor de hand. De crisis heeft duidelijk gemaakt dat van de financiële sector weinig heil mag worden verwacht. Uitgerekend Duitsland, waar nog één op de vijf werkenden zijn brood verdient in de industrie, wist de economische storm glansrijk te doorstaan. In het veel zwaarder getroffen Nederland is dat percentage gedaald tot onder de 10 procent, blijkt uit cijfers van de OESO. Niet vreemd dus dat de ene na de andere partij, van de PVV tot GroenLinks, de vaderlandse maakindustrie de hemel in prijst.

Ook steeds meer economen hebben oog voor de voordelen van een stevig industrieel fundament. Robert Went, onderzoeker voor de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, noemt dit 'zeker geen idioot idee'.

Hij somt de positieve kanten op. Industriële bedrijven geven gemiddeld meer geld uit aan onderzoek en innovatie; om hen heen ontstaat al gauw een web van andere, dienstverlenende activiteiten (van schoonmaak tot catering); en - belangrijk - de productiviteit groeit er sneller dan elders in de economie. 'Dat maakt het makkelijker voor industriële bedrijven om de lonen te verhogen', legt Went uit. 'De industrie kan daardoor zekere banen verschaffen die werknemers heel redelijke middengroepinkomens opleveren.'

Exodus

In tijden van populistische onvrede klinkt dat politici als muziek in de oren. Maar er is één probleem. Landen kunnen hun industriële kampioenen koesteren. Ze kunnen ze zelfs, zoals Trump doet, met de nodige dreigementen dwingen extra te investeren. Maar de grote exodus van fabrieksbanen kan onmogelijk teruggedraaid worden.

De omvang van die mondiale banenverhuizing is enorm. In 1950 leefde 66 procent van de industriearbeiders in de meer ontwikkelde landen. In 2010 was het nog slechts 21 procent, zo blijkt uit cijfers van de International Labour Organization. Deze banen terughalen is makkelijker gezegd dan gedaan. 'Traditioneel was de industrie een stabiele basis voor vast, fatsoenlijk betaald werk, juist ook voor lager of middelbaar opgeleiden', legt hoogleraar arbeidsverhoudingen Paul de Beer uit. 'In de auto-industrie werkten duizenden mensen dicht op elkaar in grote fabrieken. Het was een ideale omgeving voor vakbonden om werknemers te organiseren en hoge lonen af te dwingen.'

Schroeven of service?

Dat is verleden tijd. De oude fabrieksbanen, zo schreef ook The Economist afgelopen week, bestaan niet meer. Ze zijn vernietigd en vervangen door een scala aan hoger opgeleide functies. Het 'in elkaar schroeven' van dingen is nog maar één van de vele werkzaamheden. Ontwerpen, het coördineren van de complete productieketen en de marketing zijn veel lucratievere onderdelen van de productieketen.

En niet te vergeten de extra dienstverlening. Bedrijven als Siemens en Philips halen een steeds groter deel van hun omzet niet uit de verkoop van hun machines, maar het bijbehorende servicepakket: van training tot onderhoud. 'Servitisation', luidt de Engelse term voor deze ontwikkeling.

Deze nieuwe activiteiten kunnen stuk voor stuk prima banen opleveren. Maar er is één probleem: het zijn niet de tienduizenden goedbetaalde, maar laaggeschoolde functies die Trump zijn achterban belooft. Dat blijkt ook uit de Nederlandse pogingen om bedrijven productie te laten terughalen uit lagelonenlanden. Reshoring, heet dat, als spiegelbeeld van het bekendere offshoring. De Tilburgse hoogleraar Ton Wilthagen heeft er een speciale 'reshoring tool' voor ontwikkeld. Aan de hand van maar liefst 150 vragen kan een ondernemer nagaan of 'made in Holland' loont voor zijn onderneming. Wilthagen schat dat 10 tot 14 procent van de Nederlandse bedrijven hierover nadenkt.

Als voorbeeld noemt hij het Brabantse Capi, dat bloempotten produceert. Dat werk was uitbesteed aan vier fabrieken in China. Uit onvrede over zowel de afstand als de kwaliteit, plus de Chinese lonen die met tientallen procenten per jaar stijgen, besloot het bedrijf dit deels terug te draaien. Sindsdien worden er weer bloempotten gemaakt in Nederland.

Legertje robots

Dat biedt ook kansen voor laagopgeleiden, maar het gaat niet om honderden banen. Een legertje robots doet het leeuwendeel van het werk. Wanneer straks volgens plan de gehele productie terug is, zullen 50 Nederlanders het werk doen dat 500 Chinezen nu verrichten.

De nieuwe industriële droom is zo gek nog niet. Maar de laagopgeleide achterban van Trump zal voornamelijk aangewezen blijven op de dienstensector, op slecht betaalde, onzekere baantjes zoals vakkenvuller, schoonmaker of bij McDonald's in de keuken. Des te vreemder is het dat Trump zelden meer rept van maatregelen die daar werkelijk wat aan kunnen veranderen.

Fabrieksarbeider aan het werk tussen oranje robot-armen, in een fabriek in Shenzhen, China. Beeld AP Photo/Vincent Yu

Publieke sector

'Al 40 staten en steden in de Verenigde Staten hebben de afgelopen jaren op eigen houtje besloten het minimumloon te verhogen tot soms wel 15 dollar per uur. Op die manier verbeter je echt wat voor de onderkant van de arbeidsmarkt', zegt econoom Robert Went van de WRR. Op sommige momenten in zijn campagne leek Trump voor een flinke verhoging te zijn, maar vervolgens wuifde hij dat weer weg. Went: 'Terwijl het ook onder zijn eigen kiezers populair lijkt. Vier Republikeinse staten stemden in november per referendum voor verhoging van het minimumloon.'

Zo zijn er meer oplossingen die, anders dan verregaand geautomatiseerde herindustrialisatie, wél het laagopgeleide deel van de beroepsbevolking vooruit zouden helpen. Zoals het creëren van degelijke banen in de publieke sector, van de zorg tot de kinderopvang tot de infrastructuur. Met uitzondering van dat laatste lijkt Trump er weinig zin in te hebben.

Misschien verklaart dat wel zijn fabrieksnostalgie. De maatregelen die in de 21ste eeuw de gewone man of vrouw daadwerkelijk vooruit zouden helpen op de werkvloer, passen niet in zijn rechtse politieke straatje. Maar industrieromantiek kun je niet eten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.