Topmannen verdienen soms meer dan honderd keer zo veel als werknemers

De loonkloof groeit; topmannen verdienen soms al meer dan honderd keer zo veel als hun werknemers. Wat is daaraan te doen?

CEO van Shell Ben van Beurden bij de opening van de Shell Eco-marathon 2015 in Rotterdam. Beeld anp

'Ik verdien te veel.' Je hoort het topmannen van grote bedrijven niet vaak zeggen, maar Unilever-baas Paul Polman deed het, onlangs in de Washington Post; hij schaamt zich soms voor het bedrag dat hij mee naar huis krijgt. Los van het punt dat een topman van een multinational met zijn inkomen natuurlijk makkelijk praten heeft, moet dat de 175 duizend Unilever-werknemers in onder meer Azië en Afrika goed doen. Want met zijn beloning van bijna 10 miljoen euro verdient Polman 273 keer zo veel als de gemiddelde werknemer van Unilever. Daarmee is bij de Brits/Nederlandse voedingsmultinational de 'loonkloof' het grootst. Bij geen ander van de 129 bedrijven waarvan de Volkskrant de beloning onderzocht, was het gat tussen wat de top en de werkvloer verdient vorig jaar zo groot. En de kloof had nog groter kunnen zijn, want Polman bedankte voor een loonsverhoging die de commissarissen in gedachten hadden.

Merel van Vroonhoven Beeld ANP

Kwart meer bonussen

De bonussen zijn vorig jaar met bijna een kwart gestegen, tot gemiddeld 321 duizend euro, zo blijkt uit het Volkskrant-onderzoek naar de beloning bij grote 129 bedrijven en organisaties. Vorig jaar was het extraatje aan de top gemiddeld nog bijna 260 duizend euro. De sterke stijging hangt deels samen met de betere cijfers die veel bedrijven konden tonen. Maar bij beursgenoteerde bedrijven speelt ook mee dat de prestatie-eisen voor de langetermijnbonus niet uitdagend genoeg blijken te zijn; het extraatje wordt dus wel heel makkelijk uitgekeerd.

Bij acht bedrijven werd een bonus van meer dan een miljoen euro uitgekeerd, met Shell als koploper: Ben van Beurden mocht 3,3 miljoen extra bijschrijven. Heineken-baas Van Boxmeer was een goede tweede, met 2,77 miljoen. Maar ook bij niet beursgenoteerde, staatsgerelateerde bedrijven worden volop bonussen aan de topman uitgekeerd, zij het minder, zoals bij GasTerra (84 mille), Tennet (80) en het Havenbedrijf Rotterdam (56 duizend euro). De kleinste - en eerlijkste - bonus was voor Triodos-baas Peter Blom. Hij kreeg 300 euro extra, net als alle andere werknemers.

Naast Polman verdienen ook Erik Engstrom (Reed Elsevier), Jean-François van Boxmeer (Heineken), Nancy McKinstry (Wolters Kluwer) en Ben van Beurden van Shell (vooral door een grote storting in het pensioenfonds) meer dan 100 keer zo veel als hun gemiddelde werknemer, blijkt uit het onderzoek. Maar niet alleen bij de multinationals met hun uitschieters in de beloning gaapt de kloof. Ook bij een 'gewoon' bedrijf als FrieslandCampina verdiende de baas vorig jaar 33 keer zo veel als zijn werknemers. Die pay gap staat steeds meer in de schijnwerpers, sinds de Franse stereconoom Thomas Piketty waarschuwde voor groeiende ongelijkheid. Zelfs de Financial Times wijdde onlangs een zorgelijk getoonzet artikel aan het oplopende verschil tussen wat de baas en de werkvloer verdient. Los van de vraag of de teruglopende Britse productiviteit hiermee te maken heeft, is het in elk geval dodelijk voor de motivatie van de werknemers, stelde de roze zakenbijbel, die memoreerde dat Plato ooit stelde dat het inkomen van de best betaalden niet meer dan vijf keer dat van de minst verdienenden zou moeten zijn .


Ton Heerts is coulanter dan de Griekse wijsgeer. De FNV introduceerde zes jaar geleden de 'Factor 20' als norm voor de marktsector: de baas zou niet meer dan twintig keer zo veel mogen verdienen als de laagste schaal op de werkvloer (dus niet dat van de gemiddelde werknemer, zoals de Volkskrant rekent). Oud-president Nout Wellink van De Nederlandsche Bank stond met zijn beloning van 4 ton model voor dit systeem. Daar zit een lokkertje in: als de laagste schalen meer verdienen, mag de beloning van de baas ook omhoog van de vakbeweging.

Laurence Debroux (links) en CEO Jean-Francois van Boxmeer. Beeld ANP

Verantwoording

Het onderzoek naar de salarissen van bestuursvoorzitters bij 129 beeldbepalende bedrijven is gebaseerd op de opgave van de bedrijven in het jaarverslag. Pas als prestatiebeloning over de periode 2012-2014 definitief is toegekend, tellen deze inkomsten mee. Voor de berekening van de loonkloof is uitgegaan van de gemiddelde personeelskosten op basis van voltijdsbanen. Het onderzoek is uitgevoerd door Marlies de Brouwer.

Morele kloof

Volgens FNV-voorzitter Ton Heerts gaat het niet meer alleen om een loonkloof, maar gaapt er ook een morele kloof tussen top en werkvloer. Hij verwijst daarbij naar de managementletter van ING, waarin de uitzendkrachten arbeidsrechtelijke risico's werden genoemd. 'Dat je zo over mensen praat, dat kan niet. En dan meer dan 20 miljoen euro krijgen, zoals meneer Van Beurden bij Shell. Het is gekkenwerk. De kloof tussen kapitaal en de mensheid neemt ongekende vormen aan', aldus Heerts, die net is teruggekeerd uit Bangladesh.


Om daar wat aan te doen, moeten volgens hem in de semipublieke sector en bij de overheid meer mensen onder de cao vallen. In het bedrijfsleven moet de top zich matigen en 'niet meteen meer eisen als ze op de golfbaan horen dat een ander meer verdient'. De FNV wil via de publiciteit druk uitoefenen op bedrijven die 'geen fatsoenlijke loonsverhoging voor werknemers willen, maar waar topmensen er wel enorm op vooruitgaan'.


Sympathiek, zo'n Factor 20, maar het werkt niet, zegt beloningsexpert Camiel Selker van Focus Orange. Hij noemt een norm voor de verhouding tussen top en werkvloer 'onrealistisch en onzinnig'. Bedrijven verschillen te veel om er één vaste norm op los te laten. Het personeel kan jong of oud zijn, of hoogopgeleid of niet. Een supermarktconcern met vakkenvullers zal een grotere loonkloof hebben dan een ict-bedrijf. En een bedrijf dat schoonmakers outsourcet, is opeens een stuk gelijkwaardiger dan voorheen.

N. McKinstry Beeld Ilya van Marle

Kloof semipubliek-bedrijfsleven groter

Niet alleen de kloof tussen top en werkvloer groeit, ook het verschil in beloning tussen het bedrijfsleven en de semipublieke en anderszins staatsgerelateerde sector wordt groter. In het bedrijfsleven steeg de beloning vorig jaar met ruim eenvijfde, mede door grote sprongen bij de Angelsaksisch getinte bedrijven, waar de top ook grote aandelenwinsten boekten. In de semipublieke sector en bij staatsgerelateerde bedrijven daalde de beloning vorig jaar gemiddeld zelfs, met 1,5 procent. Dat heeft deels te maken met de Wet normering topinkomens (WNT), waardoor semipublieke bestuurders vorig jaar niet meer dan 230 duizend euro mochten verdienen. Dat was ook de beloning van bestuursvoorzitter Merel van Vroonhoven van toezichthouder AFM. Ze verdiende zo bijna eenderde minder dan haar voorganger, die nog niet onder de wet viel. Volgens de critici wordt het door die WNT lastig om goede mensen te vinden en te behouden. Volgens de voorstanders is de beloning meer dan netjes, en is nog geen vacature onvervuld gebleven, omdat het salaris van 230 mille te laag zou zijn.

Kritisch

Het echte probleem is, zegt Selker, dat de topbeloning niet verankerd is in het loongebouw. Voor de beloning van de baas wordt gekeken naar wat de internationale concurrentie verdient, niet naar wat de eigen werknemers krijgen. Zolang de commissarissen daar niet over nadenken, en een goed verhaal hebben over de beloningsverhoudingen binnen het bedrijf, zal de loonkloof alleen maar verder toenemen, waarschuwt deze beloningsexpert.


Om dat te voorkomen, kwam PvdA-minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken twee jaar geleden al met een voorstel dat bedrijven tekst en uitleg moeten geven aan het personeel over de beloning van de baas, en hoe die zich heeft ontwikkeld ten opzichte van de werkvloer. De vicepremier noemde het destijds 'onbegrijpelijk' dat sommige topmannen flink meer gingen verdienen, terwijl hun personeel op de nullijn stond. Het zou topbestuurders 'sieren' als ze qua beloning gelijke tred zouden houden met de rest van het personeel, aldus de minister destijds. Ook moet de Ondernemingsraad inzicht krijgen in de beloningsverhoudingen.


Daarvan moet volgens deskundigen niet te veel worden verwacht. De OR is niet altijd even kritisch en moedig. Zo draaiden grote aandeelhouders al eens een dubieus extraatje terug bij Van Lanschot, waarmee de OR al akkoord was gegaan. Eumedion, de belangenbehartiger van de grote beleggers als pensioenfondsen, pleit voor meer openheid en informatie over de loonkloof. 'Bestuurders hebben een voorbeeldfunctie ten opzichte van de overige werknemers. De raad van commissarissen moet zich hier rekenschap van geven bij het vaststellen van hun beloningen', zegt Eumedion-directeur Rients Abma. 'Transparantie over de loonkloof zou aandeelhouders beter in staat stellen te beoordelen of de commissarissen zich goed van deze taak hebben gekweten. Dat is te meer relevant als de aandeelhouders moeten stemmen over de uitvoering van het beloningsbeleid door de RvC.' Abma verwijst naar een Europese richtlijn waaraan gewerkt wordt, die regelt dat aandeelhouders straks moeten stemmen over de uitvoering van het beloningsbeleid.

Erik Engstrom Beeld I. Crockart

De loonkloof is ook een belangrijk onderwerp voor de commissie onder leiding van Jaap van Manen, die nieuwe regels gaat opstellen voor goed ondernemingsbestuur. Volgens de huidige afspraken moeten bedrijven intern al een salarisanker afspreken, zodat de loonverhoudingen tussen werkvloer en de hoogste top in het oog worden gehouden. 'Bij de vaststelling van de totale bezoldiging van de bestuurder wordt de invloed ervan op de beloningsverhoudingen binnen de onderneming meegewogen. Op deze wijze wordt een intern anker toegevoegd aan een beloningsproces dat tegenwicht kan bieden aan een mogelijk 'haasje-over-effect', staat er nu in de code voor goed bedrijfsbestuur. Het haasje-over-effect verwijst naar het vergelijken met andere bedrijven. Op basis daarvan krijgt de topman dan meer, waarop het gemiddelde stijgt, en de andere topmannen ook weer meer moeten krijgen.


Wijs advies, alleen houdt bijna geen onderneming zich eraan. Van de beursgenoteerde bedrijven besteedden alleen BAM en Nutreco in het jaarverslag aandacht aan de loonkloof. Maar er zijn lichtende voorbeelden, blijkt uit het onderzoek van de Volkskrant, Royal Cosun voorop. Bij deze agro-industriële coöperatie verdient de top slechts 1,35 keer zo veel als de gemiddelde werknemer, waarmee het bedrijf uit Breda het meest Piketty-proof is. Ook veiling The Greenery, toezichthouder AFM, chipbedrijf RoodMicrotec en TNO zitten ruim onder Plato. Het is alleen de vraag of de baas zo bescheiden verdient of de werknemers zo goed; of beide.

Ben van Beurden. Beeld AP
Beeld Eric d'Ailly / de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden