Topjudoka coördineert drie bonden

Koen van Nol..

NIJMEGEN In Igls suisden zaterdag de beste bobbers van het land naar beneden in een poging zich te kwalificeren voor de wereldbeker. Maar waar hing hun nieuwe topsportbobo uit? Die zat onderwijl in een Nijmeegse sporthal mooi te genieten van het NK judo voor clubteams. Kan Koen van Nol het helpen dat hij zijn hart aan deze edele vechtsport heeft verpand?

Niet dat Van Nol in die hal een bijdrage leverde aan de zoveelste titel die zijn Haarlemse club Kenamju in de wacht sleepte. De voormalige topper was ter plaatse om zijn clubkameraden aan te moedigen en om zelf een robbertje te gaan stoeien als deze of gene met een blessure zou afhaken.

De bobbers hoeven, zo verzekert Van Nol, niet te vrezen dat hun topsportbaas al te veel tijd investeert in zijn relatie met zijn eerste liefde, of te veel opgaat in zijn werk voor de andere sporten waarover hij voor NOC*NSF als coördinator de scepter zwaait: roeien en curling. ‘Die sporten zijn me even lief.’

Nog maar 32 jaar en dan al topsportcoördinator van drie bonden – het leven lijkt een spelletje te willen spelen met Van Nol. Jaar na jaar trainde de judoka als een bezetene, nooit schopte hij het tot de absolute top. Tussen de schouderworpen en beenklemmen door rondde hij met succes zijn rechtenstudie af, werd bedrijfsjurist en diende hij de judobond vierenhalf jaar als topsportcoördinator.

Maar met al die banen gingen geen dromen in vervulling. Eigenlijk wilde Van Nol slechts één ding: rechter worden. Vorig jaar meldde hij zich aan voor de Raio, de zes jaar durende opleiding. Van Nol belandde tot zijn schrik in een ware afvalrace. Van de duizenden kandidaten zouden slechts vijfentwintig uitverkoren worden.

Maar goed dat Van Nol zich door de jaren heen een ware krijger had betoond, dus ging hij er voor. Die droom moest en zou in vervulling gaan. Hij overleefde schifting na schifting, maar haakte in de laatste ronde af. ‘Ik had te weinig actuele juridische bagage. Dat wist ik natuurlijk zelf ook wel. Maar waarom hebben ze me dat niet gezegd voordat ik door allerlei psychologen door de mangel werd gehaald?’

Van Nol was intussen geen topsportcoördinator meer, niet langer een topjudoka met brandende ambities, en nu kon hij ook nog eens fluiten naar toga en witte bef. Voor de eerste keer in zijn leven was er vrije tijd te over, maar wat daarmee te doen?

Voordat hij daarop een antwoord kon vinden, hing Charles van Commenée, de grote baas van NOC*NSF, aan de lijn. Of Van Nol zin, tijd en motivatie had om zich te ontfermen over de curlingspelers en de bobbers. Zorgen voor faciliteiten, die bonden op een professionele leest schoeien, beleidsnota’s schrijven, die sporten uit de kelder halen en klaar te stomen voor de Winterspelen. Een opbouwwerker in de sport.

Het aanbod was te mooi om af te slaan. ‘Ik was zeer gevleid door dat telefoontje. Had ik nooit verwacht. Blijkbaar was Van Commenée gecharmeerd van het werk dat ik bij de judobond had verzet.’

Lang hoefde Van Tol dan ook niet over het aanzoek na te denken. ‘Het leek me een uitdaging. Kleine bonden die door vrijwilligers worden geleid smoel en structuur geven, mede het beleid bepalen, een aanspreekpunt zijn voor die vrijwilligers, die bonden op gang trekken – mooier werk is er niet.’

Alsof die banen al niet tijdrovend genoeg waren, kreeg Van Nol onlangs de ook al eervolle uitnodiging om de roeibond bij te staan, uiteraard weer als coördinator. Niet dat hij daar pionierswerk zal moeten opknappen. ‘De roeibond is al een professionele bond. Op dat vlak kan ik me gedeisd houden.’

Van roeien heeft Van Nol geen sjoege, zoals hij dat ook niet heeft van bobben en curling. Maar hij is wel doende zich erin te verdiepen, Hij was bij de EK curling en stond te juichen op de banken toen de nationale ploeg een gooi deed naar de achtste plaats in het eliteveld.

En bij het bobben kennen ze hem intussen ook. ‘Ik wil graag zichtbaar zijn. Ik heb me dan ook te pletter gewerkt. Weken van tachtig uur gedraaid. Ik heb iedereen de oren van de kop gekletst en de domste vragen op de coaches afgevuurd. Die moeten stapelgek van me zijn geworden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden